'Ik ben niet van dat lange praten'

Eberhard van der Laan gaf zijn toespraak gisteravond tijdens dodenherdenking op de Dam een persoonlijke draai. Het komt de Paroollezer wellicht niet onbekend voor: drie jaar geleden vertelde Eberhard van der Laan over het verzetsverleden van zijn ouders naar aanleiding van het boek dat zijn moeder schreef.

Beeld Jan van Breda

Was de oorlog altijd aanwezig?
'Nee, daar waren mijn ouders veel te optimistisch voor. Maar het kon zo voorbijkomen, letterlijk. Als wij op weg naar vakantie in Zwitserland door Duitsland reden, dan kwamen we Amerikaanse oorlogsvoertuigen tegen. Dan zei mijn vader altijd tegen ons: 'Zwaaien.' En dan zwaaiden wij, uit dank. Dat vonden wij heel normaal.'

Uw moeder raakte getraumatiseerd door de oorlog. Wat merkte u daar als kind van?
'Mijn moeder is na de oorlog tijdelijk ingestort, kort nadat ze in de zomer van 1945 een film over Auschwitz had gezien. Dat was voor haar de laatste duw naar de onmacht. Ze heeft in de oorlog lang op medicijnen gelopen en heeft na die tijd een paar maanden in Limburg gezeten om bij te komen van de oorlogsjaren. Zowel fysiek als mentaal. Ze was een angsthaas, maar hield zich in de oorlogsjaren juist staande door de spanning. Toen die wegviel, stortte ze in. Ze werd neurotisch, was bijvoorbeeld extreem bang om een vliegtuig te missen. Maar vind je het gek? Ze vierde sinterklaasavond in 1943 bij ons thuis met de knokploegen van Johannes en Marinus Post. Van negen aanwezige vrienden waren er een jaar later zes gefusilleerd.'

Ze beschrijft hoe ze 'veranderde van een vredelievend mens in een moordzuchtig wezen' en instemt met de liquidatie van een naar later bleek vermeende agent van de Sicherheitsdienst.
Zachtjes: 'Het laat zien hoe afschuwelijk bezetting is.'

Sterker, symboliseert het niet de essentie van oorlog? Onder bepaalde omstandigheden is ieder mens in staat om, al dan niet actief, te doden. Zelfs uw vredelievende en streng gelovige moeder.'
Ik weet het niet. Mijn moeder was zo'n ontzettend beschaafde vrouw.'

Des te interessanter.
'Ja, toch is het voor mij bijna niet serieus te nemen.'

Ze schrijft: 'Ik was misselijk bij het idee dat in onze tuin een mens de eeuwigheid in zou worden geschoten! Maar ik vond wel dat het moest gebeuren.
'Ja. Ja-ah.' Neemt een slok van zijn koffie. 'Toch is het niet het voorval uit het boekje waar ik het meeste over na heb gedacht.'

Nee?
Onverstoord: 'Maar het is absoluut interessant in de zin dat het aantoont waar bezetting toe kan leiden. Gelukkig heeft de liquidatie uiteindelijk niet plaatsgevonden door tussenkomst van mijn vader. Want de afspraak in de verzetsgroep was dat bij dit soort beslissingen unanimiteit noodzakelijk was. En mijn vader was tegen omdat hij, naar achteraf bleek terecht, geloofde dat de man geen verrader was.'

Vraagt u zich weleens af wat u zou hebben gedaan in de oorlogssituatie van uw ouders?
'Ja, maar het antwoord is tweeledig en tegenstrijdig. De eerste is: je weet het niet zolang je niet in die situatie bent geweest. Dus houd je grote mond. De andere is: het is voor mij geen vraag. Want hoe kun je weglopen voor een verantwoordelijkheid als het er zo op aankomt? Ik realiseer me dat het twee volkomen tegenstrijdige antwoorden zijn. Ik denk dat ik in de hoek zit waar mijn vader zat: een beetje naïef over de gevaren, maar er vol tegenaan.'

De gelijkenis met uw vader is eenvoudig uit het boekwerk te halen: hardwerkend, maatschappelijk betrokken, humoristisch, erg overtuigd van het eigen gelijk en vol bravoure.
Lacht: 'Ja, de gelijkenis ligt er dik bovenop. Toch zijn er ook mensen die mijn ouders heel goed hebben ge-kend, die parallellen met mijn moeder zien. Je kunt het in een matrix vatten. Ik heb gekozen voor de sociaaldemocratie. Democratisch in de zin van vooruitstrevend, vrijzinnig. Mijn moeder was veel democratischer dan mijn vader: abortus, euthanasie, homoseksualiteit. Mijn vader was niet conservatief, maar duidelijk geen koning op het gebied van vooruitgang, innovatie. Mijn moeder stond juist enorm open voor vernieuwing, vooruitgang. Bijvoorbeeld met literatuur. Als in Duitsland Marion Dönhoff een boekje had geschreven, hadden wij het binnen twee weken in huis. Dat was onze intellectuele voe-ding zoals mijn vader ons sociaal opvoedde. Mijn moeder was een Groningse. Die vroeg vriendjes van mij of het niet tijd werd om naar huis te gaan om te eten. Mijn vader vroeg altijd: 'Blijf je eten?'

Een andere indrukwekkende passage is als uw moeder schrijft over de reden van haar fataal misgelopen vierde zwangerschap.
'Ik mocht zwanger zijn en had God daarvoor niet gedankt. Vanwege mijn klein geloof is de baby bij de geboorte weggenomen. En het gebeurde ook nog op het moment dat mijn vader in Oegstgeest ondergedoken zat.'

Hoe leest u haar verklaring?
'In die tijd was ze nog heel gelovig, daar past het helemaal in. Hetzelfde geloof dat ze later is kwijtgeraakt, mede door de wetenschap van Auschwitz.'

Uw vader heeft het geloof nooit losgelaten. Leidde dat tot discussie thuis?
'Nee.'

Heeft u hém de vraag, hoe hij zijn geloof en Auschwitz verenigde, ooit gesteld?
'Nee. Ook omdat mijn vader zijn energie om zijn kinderen naar de kerk te jagen al in de anderen had gestoken toen ik in 1955 verscheen, als nakomertje. Ik was al snel opgegeven, in dat opzicht. Maar ook ik heb in mijn leven vaak gedacht: hoe kun je in hemelsnaam in God geloven zoals bijvoorbeeld mijn vader dat deed, na Auschwitz?
Na een korte stilte: 'Maar ik kan het hem niet meer vragen.'

Was het onderwerp taboe?
'Ik vroeg hem er inderdaad niet naar. Wat ook meespeelde is dat in de jaren van mijn jeugd het geloof sowieso sterk ter discussie stond en kerkgenootschappen leegliepen. Mijn vader bleef de kerk wel trouw, ook vanwege alle sociale functies die de kerk vervult. Hij is het geloof wel op een vrijere wijze gaan beleven. Het onwrikbare geloof van voor de oorlog was ook voor hem onmogelijk geworden.'

U bent keurig volgens familietraditie naar hem vernoemd.
'Ja, zoals mijn jongste zoon Edze heet. De initialen E.E. van der Laan gaan al lang mee in de familie. Mijn vader heette Edzard Ebel, maar dat Ebel vonden mijn ouders niet mooi. Dus dat werd Eberhard. Een naam die ze overigens al bij de geboorte van mijn oudste zus in 1939 hadden bedacht, maar het duurde nog jaren voor er een jongen kwam, mijn oudere broer Gert. Die is vernoemd naar mijn in Buchenwald omgekomen oom Gert. Pas bij dit ongeplande nakomertje konden ze de naam Eberhard gebruiken.'

Waarom lacht u?
'Weet je hoe ik had geheten als ik een meisje was geweest? Desiree: de gewenste!'
Bulderend van de lach: 'Voor een nakomertje! De naam bleek na consultatie van mijn broer en zussen te zijn bedacht.'

Een andere parallel met uw vader is de voorliefde voor tabak.
'Mijn vader rookte shag, soms een pijpje. Onlangs vertelde een man me daar nog een mooie anekdote over. Mijn vader was huisarts in Rijnsburg, die deed in die tijd nog zelf bevallingen. De man vertelde mij: 'De vrouwen in Rijnsburg wisten: als dokter Van der Laan zijn shaggie weglegt, gaat het kind geboren worden.' Dat kun je je in deze tijd, waar roken bijna een misdaad is, niet meer voorstellen, toch?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden