Column

Ik ben een veertigjarige moeder die zich soms Tom Dumoulin waant

Beeld Floris Lok

Daar rijd ik. De banden vol lucht. Mijn benen glanzend geschoren. Spieren opbollend onder mijn huid. Ik neem een teug lucht. Het grote verzet. Ik hoor het gejoel. Schlikkertje! Schlikkertje! Een helikopter boven me. Nog één tandje erbij. Even aanzetten. En dan... het gevoel dat ik langzaam opstijg.

Afgelopen zaterdag keek ik met mijn buik in een dranghek gedrukt naar de proloog van de Tour de France. 198 fietsbeesten die met ruim vijftig kilometer per uur langs vlogen. Als ik mijn hand iets te ver uitstak, had ik ze per ongeluk van hun fiets gehoekt.

Ik stond daar, mijn knuisten om het hek geklemd, en keek naar hun wielen. Hun lijven. Hun snot. Voor ik het wist, dwaalden mijn gedachten af. Stel dat ik daar racete. Afstevenend op de finish. Niemand had ooit een snellere tijdrijder gezien. Een vrouw nota bene, die alle records aan flarden fietste. Op een boterham met appelstroop.

Ik ben een veertigjarige moeder die zich soms Tom Dumoulin waant. Natuurlijk schaam ik me daarvoor. Net als de accountant die zich, terwijl zijn pens over zijn broeksband pruilt, alleen stiekem indenkt dat hij wordt opgeroepen voor het Nederlands elftal omdat zijn stiftje ongeëvenaard is. Of de kleuterjuf die nimmer toegeeft dat ze in de auto keihard met Rihanna meezingt en zichzelf al in de HMH ziet staan.

Gênant is het, fantaseren dat een joelend publiek ooit 'Schlikkertje, Schlikkertje!' roept. Maar waarom eigenlijk? Theo Thijssen zei dat ieder kind droomt dat zijn verborgen kwaliteiten worden ontdekt. Thijssen had gelijk, maar er schuilt een Kees de jongen in ons allemaal. Uitvinders van de zwembadpas. Verliefd op onze eigen Rosa Overbeek.

Het is alleen zo jammer dat die verdomde realiteit steeds in de weg staat. Kijk naar Dumoulin. Die ligt zich nu met een schouderbreuk thuis te verbijten terwijl zijn collega's door de bergen ploegen.

Nu is Dumoulin zo jong dat hij nog alle ruimte heeft om gele dromen te verwezenlijken. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer cynisme op de loer ligt. "Ik krijg nooit meer een andere baan." "De ware liefde vinden? Ha, laat me niet lachen." "Danny Blind zit echt niet op mij te wachten."

Misschien niet. Maar wie de Kees in zichzelf niet wakker kust, ontdekt nooit wat zijn zwembadpas is. En dus verbeeld ik me soms Leontien van Moorsel te zijn, wanneer ik met mijn stadsfiets zo snel mogelijk de Utrechtsebrug bestijg. Of Steven Rooks. Alberto Contador zelfs.

Later in de week zit ik 's avonds onderuitgezakt met een perenijsje NOS Studio Tour te kijken, als mijn oudste tegen me aan kruipt.

"Hé mam..."
Hij aarzelt.

Dan gooit hij het er met een piepstemmetje uit. "Ik wil niet dat jij de Tour de France gaat fietsen, want dan moet ik jou drie weken missen."

Oké, dan niet, jochie, knik ik begripvol. Hier is zelfs Kees de jongen niet tegen opgewassen. En ik realiseer me: Dumoulin ga ik niet meer worden, maar een andere droom heb ik waargemaakt. Mijn Rosa ligt in mijn armen.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden