'Ik ben blij dat we eruit zijn, Rotte'
'Waar is dat knaapje nu?"
"De heer Mark Rutte staat op de gang, mijnheer Erdogan."
"Mooi, laat hem daar nog maar eventjes staan. En zet die stoel even in de zijkamer neer."
De Grote Leider ging uitgebreid achter zijn hoge bureau zitten en liet zich nog eens een kop koffie inschenken. Hij dronk die met kleine teugjes, zodat hij er lang over kon doen. Toen hij het laatste slokje had genomen, schraapte hij met een zilveren lepeltje de restjes suiker van de bodem en snoepte die op.
"Laat hem maar binnen," zei de Grote Leider.
Met een zeer brede glimlach stapte de minister-president van Nederland de kamer van de Grote Leider binnen.
"Recep, goede vriend, wat leuk je weer te zien," lachte hij.
"Mijnheer Rotte... Mart, was het niet? Ga zitten."
Rutte keek om zich heen. Hij zag geen stoel. Erdogan keek hem van top tot teen aan.
"Vertel eens, Mart, je wilde je excuses aanbieden?"
"Nou, ik dacht, eh... kijk, jij hebt mij fascist genoemd, en ik dacht eigenlijk dat jij..."
"Koffie, goede vriend?"
"Graag. Ja, we moeten onze relaties herstellen, Recep, en ik dacht..."
"Je excuses zijn aanvaard, Mak."
"Het is Mark, en... ik heb mijn excuses nog niet gemaakt, ik..."
"We moeten dit als volwassen mensen behandelen, Mark. Mark, was het toch?"
"Ja."
"Mooi, dat is dan geregeld. Ik aanvaard je excuses, jullie investeren flink en ik kom een keer naar dat grappige landje van jou. En daar zal ik dan mijn landgenoten toespreken."
"Er is wel het een en ander gebeurd, en..."
"Had ik al aan je gevraagd of je koffie wil, Mark Rutte?"
"Ja, graag..."
"Mooi... En waarom blijf je staan?"
"Er is geen stoel."
"Klopt. Ik zal om een stoel vragen."
De Grote Leider stond op, liep naar zijn raam en keek naar buiten.
"Ik ben blij dat we eruit zijn, Rotte. Fijn dat we als volwassen mensen kunnen praten. Nog fijner vind ik het dat je Jeruzalem niet erkent als de hoofdstad van de Joden," zei de Grote Leider.
"Nederland hecht dus heel erg aan..."
"Luister, ik vind het heel goed dat jij je verzet tegen de Amerikanen en dat je nu aansluiting zoekt bij ons. Je hebt aan ons veel meer dan aan de Amerikanen. Die Amerikaanse ambassadeur is een grote leugenaar, net als zijn baas. Goed, alles is geregeld? Mooi, volgende keer krijg je een kop koffie van me."
Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.
Reageren? t.holman@parool.nl
Jullie investeren flink en ik kom een keer naar je grappige landje