Plus

Iemand moet de reputatie van Mokum hoog houden

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Mano Bouzamour Beeld Wolff

Dit jaar was ik gelukkig niet in Nederland tijdens Koningsdag - ik heb een verschrikkelijke hekel aan alles wat oranje is.

Maanden geleden kreeg ik een brief thuis. Het schrikwekkende, blauwe wapen van het Koninkrijk der Nederlanden pronkte bovenaan. Verdomme, dacht ik, wéér een verkeersboete. Het bleek een uitnodiging van de Nederlandse ambassade in Bogota te zijn.

Holland is dit jaar het themaland van de jaarlijkse internationale boekenbeurs in Bogota, een van de grootste boekenbeurzen in Latijns-Amerika. Of ik mijn debuutroman, die dit jaar in het Spaans is vertaald en in delen van Latijns-Amerika zal verschijnen, wilde presenteren op het Hollandse paviljoen van de beurs. De reis en het verblijf werden uiteraard vergoed - je wordt gewoon genaaid waar je bij staat, want in feite wordt dit bekostigd met geld dat ik zelf jarenlang afgedragen heb.

Toch was het de mooiste brief die ik ooit van de overheid heb gekregen. Ik werd uitgenodigd om het land van Márquez en Escobar te bezoeken. Mijn Colombiaanse uitgever smoesde tijdens een etentje in Le Hollandais dat een gram hoogwaardig wit slechts vijf dollar kost. Ogenblikkelijk overpeinsde ik om na het literaire gebeuren in camouflagekleding en uitgerust met een machete de jungle in te trekken op zoek naar de cocavelden om groot in te slaan. De driehonderd bladzijden van mijn boeken zou ik in mijn hotelkamer keurig eruit snijden en er pakketjes van, pak 'm beet, een kwart kilo in moffelen. Sealen en laten opsturen naar een bevriende eigenaar van een schitterend shishacafeetje op de Amstelveenseweg. Mocromaffia 2.0.

De boekenbeurs in Bogota werd afgelopen week geopend door de laaiend enthousiaste lintjesknipster Laurentien. Een paar maanden geleden mocht ik haar samen met de Stadsschouwburgdirecteur ontvangen tijdens de literaire benefietavond voor vluchtelingenkinderen. Toen had de prinses de eer, de ongelofelijke eer, om naast mij en Melle Daamen te zitten en van Connie Palmens prachtige optreden te genieten. Even ging door mij heen om heel nonchalant mijn warme hand op haar dijbeen te leggen. Hoe zou ze reageren? Ze zou vast van schrik over het balkon zijn gestuiterd om op een paar bejaarden te landen.

Dus gaf ik haar maar heel ingetogen mijn debuutroman cadeau, schreef iets aardigs op de eerste bladzijde. Iets over kale, koninklijke kutjes als ik het mij nog goed kan heugen, excuseer mij voor mijn vulgaire schrijftrant, dat heb ik van die goorlap van een Giphart geleerd, die overigens boeken nog net niet met een van inkt doordrenkte tampeloeris signeert.
Maar goed.

Terwijl in Amsterdam tijdens Koningsdag iedereen aan het vernikkelen was, startte ik in een broeierige Bogota een reeks bevlogen lezingen in universiteiten, literaire cafés en musea. Iemand moet de reputatie van Mokum hoog houden.

In de krant van maandag een groot verslag.

m.bouzamour@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden