Column

Iedereen in Betondorp kent óf Johan Cruijff óf Gerard Reve

Eva HoekeBeeld Floris Lok

Omdat ruisende bomen hartstikke mooi zijn, maar het in Betondorp daarom wel stikte van de muggen en ik derhalve al een paar nachten niet tot nauwelijks had geslapen, had ik me die middag beziggehouden met het bevestigen van de klamboe boven het bed.

Dat wilde door toedoen van schuine muren en beperkte ophangmogelijkheden - een lampje, gordijnrails - maar half lukken.
Nadat ie voor de zoveelste keer naar beneden was gekomen, besloot ik de klusjesman te bellen met wie ik die middag kennis had gemaakt toen ik onze poes vanuit de tuin van de onderbuurvrouw de kattentrap op had proberen te duwen richting balkon - ook al een heilloze missie.

'Hallo?' zei een vrouwenstem toen ik het nummer had gedraaid.
En toen: 'Met wie?'
Daarna: 'Dirk! Voor jou.'

De volgende dag belde Dirk om precies tien uur aan, zijn scooter stond achter hem op de stoep. Dirk, in de vijftig, zúlke jatten, forse trommel onder een wit hemd, woonde een paar straten achter me. In het huis van de oma van Johan Cruijff om precies te zijn, wat me niet verbaasde, want iedereen die in Betondorp woont, heeft óf iets te maken met Johan Cruijff, óf met die andere markante Betondorper, Gerard Reve. Die had de uitbater van het café om de hoek ertoe gebracht het ouwe Ajaxcafé Meerzicht om te dopen in De Avonden, 'want dan krijg je toch een heel ander volk binnen'.

Maar goed.

Dirk woonde dus in het huis van Oma Cruijff, en laatst stonden er ineens twee ambtenaren bij hem in de tuin. 'Stonden ze daar met een meetlint, wilden ze een standbeeld van Cruijff neerzetten. Ik zeg: 'Kan je dat niet effe netjes vragen? Want volgens mij is dit mijn tuin.' Ja, ja, ja meneer. Dus zij vragen: mogen we uw tuin opmeten? Ik zeg: 'Tuurlijk, maar één ding: wat ga ik hieraan verdienen?' Nou, dat wisten ze niet. Dus ik zeg: 'Je mag dat beeld hier neerzetten, voor mijn part hak je die boom ervoor om, maar dan betaal ik geen huur meer.' Ik heb ze nooit meer gezien.'

De koffie was op, dus wij naar boven.

'O nee,' zei hij toen we de slaapkamer binnen kwamen en ik mijn knuffel met een razendsnelle beweging achter de kast had gegooid. 'Dit gaat 'm niet worden. Ja, of er moeten paraplupinnen in. Die klappen uit, dan heb je straks zúlke gaten in je muur. Ik zou een hor nemen.'

Met een spijkertje en een hamer kreeg ik die rotklamboe even later alsnog in de lucht. Het zag er niet uit, maar hij hing wel, dat wil zeggen: totdat De Man er die nacht met zijn volle gewicht doorheen kliefde en de hele zooi opnieuw naar beneden kwam.

Toen ik 's ochtends wakker werd, zat er een mug ín de klamboe, een joekel, zo eentje die kernrampen overleeft. En ik kan me vergissen, maar volgens mij lag er een blik van absolute minachting op zijn snuit.

Reve zou zeggen: 'Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit.'


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden