Plus

Ie-der-een wil dolgraag winnen van Ajax

Ellen Dikker had heel lang niets met voetbal, totdat haar zoon werd gescout door Ajax. Iedere zaterdag schrijft zij in Het Parool een column over haar 'Kleine Messi'.

Ellen Dikker Beeld Wolff

Toen Ajax vorige week het kampioenschap aan zijn neus voorbij zag gaan, kreeg ik direct een appje van een Rotterdamse vriend: "Da's pech, landstitel weg." Met een hard lachende smiley erachter. Nu is 010 natuurlijk gebrand op verlies van hun hoofdstedelijke aartsvijand, maar ze zijn de enige niet. Ie-der-een wil dolgraag winnen van Ajax. Ook in de jeugd. Daar moest ik in het begin nogal aan wennen.

Vóór Ajax speelde mijn zoontje bij een Amsterdamse amateurclub. Een leuke club met bescheiden ambities, razend populair in onze buurt en daardoor gezegend met een grote jeugdaanwas. Dat leverde heel aardige jeugdteams op. Verrassend goed waren ze eigenlijk.

Ons team bestond uit veel kleine, technische spelertjes. Ouders en spelers van de tegenpartij rekenden zich al rijk als ze die ukkepukken het veld op zagen komen. Maar onderschatting is de grootste valkuil. Wat was het heerlijk om onze kleine gassies met schitterend tikkietakkievoetbal die knoesten uit de polder kapot te zien spelen.

We kwamen, speelden en overwonnen. Niet altijd hoor. Maar wel vaak. Totaal tegen de verwachting in. Het kleumende groepje ouders langs de lijn van het knollenveld droop verbaasd af. En wij lachten in ons vuistje. Als gedoodverfde underdog is het extra mooi winnen.

Maar nu zijn de rollen omgedraaid. Nu waant iedere tegenstander zich de underdog. Bij de amateurs lopen halve dorpen uit als het Ajaxteam van mijn zoontje komt spelen. En de eerste tien minuten gonst het langs de lijn: "Nou, zo goed zijn ze niet." "Het valt mij erg tegen..." "Is dat nou Ajax?" "Onze jongens maken best een kans..."

Als er een doelpunt valt voor de thuisclub, barst een gejubel los alsof het kampioenschap al binnen is.

Maar meestal verstomt het geroezemoes na een tijdje. Want meestal blijkt Ajax de betere partij. En meestal breekt de weerstand na het vierde doelpunt. Meestal wordt het dan een gruwelijke uitslag, in de dubbele cijfers. Maar het wordt onze jongens nooit cadeau gedaan.

Niet door de amateurs en niet door de bvo's. Of het nou Zeeburgia, Legmeervogels, Vitesse of Feyenoord is, elk team speelt op het scherp van de snede en geeft alles wat het heeft. Omdat winnen van Ajax het mooiste is wat er is. En waarom? Mijn zoontje geeft zonder knipperen het antwoord: "Omdat we de beste zijn."

Tja, ze zeggen het zelf ook. "Wij zijn Ajax. Wij zijn de beste." En van de beste wil je heel graag winnen. Zeker als gedoodverfde underdog.

e.dikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden