Plus

ICT als fair trade 2.0: personeelstekorten opgelost met hulp uit Afrika

Het is een oplossing voor het schreeuwende tekort aan ICT'ers: hulptroepen uit Afrika springen online bij via de Amsterdamse start-up Tunga - zonder 'prima-donnagedrag'.

Medewerkers van Tunga op afstand aan het werk Beeld Bart Leijssenaar

Hoe de werkomstandigheden zijn voor computerprogrammeurs in Oeganda? Nou, niet heel anders dan die van hemzelf, zegt Ernesto Spruyt, die met zijn Amsterdamse start-up Tunga Afrikaanse ICT'ers detacheert bij Nederlandse bedrijven. Hij wijst om zich heen in de flexwerkplek aan de Wibaut­straat. Zo moeten we het ons ongeveer voorstellen, een 'co-workingspace' in de hoofdstad Kampala. Hij zegt het op een toon alsof het niks bijzonders is. "Daar doet het internet het ook."

Tunga staat met één been in Afrika en één been in Amsterdam, zegt Spruyt. Uit een pool van zo'n 250 ICT'ers in Egypte, Nigeria en Oeganda heeft Tunga doorgaans zo'n vijftig mensen tegelijk aan het werk bij bedrijven in Nederland. De start-up die nu twee jaar bestaat, heeft hier zo'n honderd klanten gehad.

De Afrikaanse hulptroepen komen als geroepen. In Europa is het tekort aan ICT'ers opgelopen tot 900.000, weet Spruyt. De verdiensten zijn goed, zeker als je bedenkt dat werk niet voor het oprapen ligt voor jongeren in landen als Oeganda.

Pionierswerk
"Het was wildwest. Zoek het maar uit." Vanuit Kampala beschrijft David Semakula via Skype hoe het hem verging na zijn informaticaopleiding. Na vier jaar studeren kon hij alleen aan de bak als systeembeheerder. "Onderhoudswerkzaamheden aan in het buitenland ontworpen netwerken van olie- en telefoonbedrijven. Onze economie is nog niet volwassen."

Bij Tunga kreeg hij klussen die veel uitdagender waren. En hij stak er meer van op. Inmiddels werkt hij als technisch directeur voor Tunga. Talent is er wel degelijk, zegt Semakula. Tunga bouwt voort op het pionierswerk van Butterfly Works, een stichting die met een ontwikkelingsprogramma in Afrika inmiddels tienduizend jongeren een gratis ICT-opleiding heeft gegeven.

De potentie van Afrika is groot, schetst Tunga in een rapport. Het aantal ICT'ers is klein, maar niet nul. Dat onderbouwt Tunga met het aantal gebruikers van codeerplatform Github in verschillende Afrikaanse landen, in Oeganda zijn dat er 1700.

"Alle grote programmeertalen en frameworks hebben we gewoon in huis," zegt Spruyt. En dat in landen waar Engels de hoofdtaal is, binnen dezelfde tijdzones als Europa. Afrika heeft dat als voordeel boven bijvoorbeeld India, een land dat door het Westen allang ontdekt is voor ict-diensten.

Opstartproblemen waren er wel. Cultuurverschillen lieten zich niet makkelijk opzijzetten. Het plan om een online marktplaats voor ict-klussen op te zetten bleek onwerkbaar. Begeleiding bleek nodig. "Als iets fout ging was de eerste reactie om te vluchten. Uit schaamte. Dan waren ze opeens niet meer te bereiken." Spruyt heeft in Nigeria ook al een afperser de pas afgesneden die zich opwierp als tussenpersoon die betaald moest worden in ruil voor klussen.

Bij opdrachtgevers moest Tunga ook wel scepsis overwinnen. "Wij moeten het altijd extra goed doen. Als iets fout gaat is het makkelijk om die Afrikanen de schuld te geven. Maar de meeste klanten blijven."

Tunga Beeld Bart Leijssenaar

Tunga wordt vooral ingezet bij bedrijven die snel een nieuw prototype voor een website of app willen hebben. Alleen al het vinden van ICT'ers is in Nederland een tijdrovende klus. "En het wordt een dure grap, helemaal voor zo'n testfase. Wij detacheren voor zo'n 25 euro per uur, drie keer zo goedkoop." In Amsterdam zijn ICT'ers zich er goed van bewust dat ze schaars zijn en eisen kunnen stellen. Nog een voordeel van Afrikaanse ICT'ers, volgens Spruyt: "Geen prima-donnagedrag."

Braindrain
Maar is het eerlijk om het werk uit te besteden aan veel goedkopere Afrikaanse ICT'ers? De braindrain is stukken kleiner dan wanneer ze naar Europa verkassen, maar de vruchten van hun werk komen in het buitenland terecht.

"Ik vind het een stap in de goede richting," zegt Semakula. "Je kunt zeggen dat ICT'ers hier via Tunga een stuk minder krijgen dan ze in Amsterdam zouden kunnen verdienen. Maar het is altijd nog vier tot vijf keer zo veel als je in Oeganda krijgt voor ander werk. Belangrijker: het werk is leerzamer en uitdagender." Uiteindelijk zal ook in Afrika meer behoefte komen aan ICT'ers. "Dit is niet voor twintig jaar."

Spruyt, die eerder voor Solidaridad werkte, ziet het zelfs als 'fair trade 2.0'. Zelfs op wereldschaal is die markt klein - 8 miljard euro, schat Spruyt. "De markt voor outsourcing van ict-werkzaamheden is 440 miljard per jaar. Daar komt bij dat je mensen in een situatie brengt die niet concurrerend is. Het gaat om kleinschalige landbouw, het is duur en jongeren daar hebben helemaal geen ambitie in die richting. Niemand in Kampala zegt: ik wil koffieplanter worden."

Wake-upcall

Volgens arbeidsmarktexpert Ivo Poulissen van branchevereniging ICT Nederland kan een deel van het ICT-werk worden uitgevoerd door iedereen met de juiste kennis en een internetverbinding. "Maar er is ook veel werk dat kennis van de klant vereist, of gecombineerd is met consultancy."

Daarvoor heb je toch echt mensen ­op locatie nodig, aldus Poulissen. "Het feit dat Afrikaanse landen zich zo snel ontwikkelen op digitaal vlak moet wel een wake-upcall zijn voor Nederland. We denken soms dat we een comfortabele voorsprong hebben, maar overal ter wereld zijn landen bezig met een razendsnelle inhaalslag."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden