Huwelijksportretten van Rembrandt reisden heel wat af

Maerten en Oopjen, de twee huwelijksportretten van Rembrandt, hebben heel wat kilometers afgelegd. De portretten werden in de zeventiende en achttiende eeuw ingepakt op een dekschuit en zo heen en weer gebracht van Amsterdam naar buitenplaatsen aan de Vecht.

De portretten Maerten en Oopjen reisden twee keer per jaar Beeld anp
De portretten Maerten en Oopjen reisden twee keer per jaarBeeld anp

Dat heeft Jippe Hoekstra van belangenvereniging Stichting Groene Hart ontdekt. Hij onderzocht voor een artikel in het tijdschrift van Groene Hart de jaarlijkse zomerverhuizing van rijke Amsterdammers naar buitenplaatsen aan de Vecht.

De portretten, die tegenwoordig in het bezit van Nederland en Frankrijk zijn, werden vroeger in grote grijze paardendekens vervoerd. "De twee schilderijen hebben niet gereisd toen Maerten nog leefde, maar toen Oopjen een paar jaar later naar Naarden verhuisde met haar nieuwe man hebben de spullen twee keer per jaar een reis ondernomen," aldus Hoekstra.

In de zomer
Oopjen Coppit hertrouwde na het overlijden van Maerten Soolmans met Martijn Dewey, die huize Voordaen in Groenekan bezat. De huwelijksportretten en andere kostbaarheden werden elk voorjaar aan de Singel in Amsterdam opgeladen en naar Groenekan gebracht. Dit blijkt uit de akten die Hoekstra onderzocht.

Volgens Hoekstra wist niemand tot op heden precies in welk huis de portretten elk jaar in de zomer hingen.

De schilderijen kwamen later via bemiddeling in het bezit van het museum van de familie van Loon. Deze familie nam de huisraad ook in de zomer mee, van de Keizersgracht naar 's Graveland.

Jet Bussemaker bij het portret van Maerten Soolmans Beeld anp
Jet Bussemaker bij het portret van Maerten SoolmansBeeld anp

Josef en Maria
"De schilderijen werden doorgegeven binnen de familie. Honderd jaar later werden de portretten eigendom van twee erfgenamen die Maerten en Oopjen niet meer kenden. Ze wisten niet wie de geportretteerden moesten voorstellen en noemden ze Josef en Maria," zegt Hoekstra.

Hoekstra was niet op zoek naar deze ontdekking. "Ik was bezig met een verhaal over de halfjaarlijkse verhuizing. We weten veel van de rijke Amsterdammers met hun buitenhuizen, maar nog niet hoe zij ze gebruikten. Dit onderzocht ik en toen bleek dat er twee keer per jaar een verhuizing aan te pas kwam. En schilderijen lieten ze toen niet achter als je ergens 30 kilometer verder vertoeft."

Het reizen van Maerten en Oopjen kwam tot een einde toen de Franse familie De Rothschild de twee doeken in 1877 aanschafte. Vanaf maart zullen de Rembrandts heen en weer reizen tussen het Louvre en het Rijksmuseum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden