Hulpverlener: in wijk werken en wonen

Volgens Rob Oudkerk, die de Jeugdfabriek sinds een half jaar leidt, is van 95 procent van de gebruikte methodes niet duidelijk of ze wel werken. Foto ANP Beeld
Volgens Rob Oudkerk, die de Jeugdfabriek sinds een half jaar leidt, is van 95 procent van de gebruikte methodes niet duidelijk of ze wel werken. Foto ANP

AMSTERDAM - Grote steden moeten ervoor zorgen dat onderwijzers, speeltuinwerkers, agenten en andere jeugdhulpverleners wonen in de wijk waar ze werken. Ook Bureau Jeugdzorg moet met kleine filialen de buurt in. Dat adviseert de Jeugdfabriek vandaag aan de vier grote steden in het rapport Waarom niet?

De Jeugdfabriek, een bedrijf dat zich bezighoudt met het bijeenbrengen van kennis over jeugdzorg, stelt voor om binnen een half jaar te onderzoeken welke projecten voor jongeren bewezen succesvol zijn en welke niet.

Volgens Rob Oudkerk, die de Jeugdfabriek sinds een half jaar leidt, is van 95 procent van de gebruikte methodes niet duidelijk of ze wel werken. ''Instellingen vinden veelal hun eigen methode uit, die niet of nauwelijks worden getoetst.''

Alleen al in Utrecht lopen meer dan zevenhonderd projecten voor jongeren. ''Er is een merkwaardig gebrek aan verbinding tussen wat we weten en wat we in de praktijk doen.''
Organisatieadviesbureau Van de Bunt, dat de Jeugdfabriek mede heeft opgericht, bood de wethouders van de vier grote steden het rapport vandaag op een symposium aan ter gelegenheid van de 75-jarige verjaardag van het Amsterdamse bureau.

De Jeugdfabriek vroeg tientallen jeugd- en organisatie-experts wat zij zouden verbeteren aan de jeugdhulpverlening. Zo'n 600.000 jongeren in Nederland hebben problemen. En, constateren de experts, 'deze jongeren hebben (...) niet alleen problemen, maar ze veroorzaken die vervolgens ook'.

Instellingen voor jeugdzorg staan vaak letterlijk en figuurlijk te ver af van de kinderen voor wie ze zijn bedoeld, constateert de Jeugdfabriek. Dat zorgt ervoor dat kinderen en ouders hun behandeling staken of niet goed geholpen worden. Onderwijzers, pedagogen, agenten - ze zouden allemaal moeten gaan wonen in de wijk waar ze werken, zodat ze dichtbij zijn en weten wat er leeft.

Sollicitanten uit de buurt zouden bij gelijke geschiktheid de voorkeur moeten krijgen. In 'nutteloze gebouwen' moeten van 's ochtends acht uur tot 's avonds activiteiten voor kinderen zijn. Elke wijk zou een klein filiaal van Jeugdzorg moeten krijgen, op drie plekken in de stad zouden instellingen voor specialistische hulp moeten komen die niet op wijkniveau te regelen zijn. Een 'jeugdthermometer' ten slotte kan per wijk gebruikt worden om te zien of alles aanwezig is om jongeren goed op te laten groeien. (MARIEKE MONDEN)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden