Plus

Hufterigheid in Amsterdam is geen mythe

Ruim 85 procent van de Amsterdammers ervaart hufterigheid in de stad, blijkt uit onderzoek. In andere steden lijken inwoners hoffelijker. Deel 2 van een serie over hufterigheid.

Michiel Couzy
Plaatsen waar de meeste Amsterdammers hufterigheid ervaren Beeld Jorris Verboon
Plaatsen waar de meeste Amsterdammers hufterigheid ervarenBeeld Jorris Verboon

Hufterigheid in Amsterdam is geen mythe, geen illusie, maar een terugkerend fenomeen in het leven van de bewoners. De overgrote meerderheid heeft ervaring met hufterige bewoners of bezoekers van de stad.

De helft van de Amsterdammers heeft soms last, een kwart regelmatig en tien procent (heel) vaak, blijkt uit onderzoek van Bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) van de gemeente Amsterdam, uitgevoerd in opdracht van Het Parool.

Tolerant
Slechts een klein groepje Amsterdammers heeft geluk, of is uitermate tolerant, dat kan ook: twaalf procent ervaart zelden of nooit hufterigheid in de stad. Maar, wie zijn dan die hufters? Dat is, uiteraard, de ander. We beschouwen onszelf namelijk als degene die de hufterigheid ondergaat, zonder ons daar zelf schuldig aan te maken.

We geven ons eigen gedrag een 7,6, waarbij 1 staat voor uitermate hufterig en 10 voor vrij van alle zonden. We staan dus in onze eigen ogen aan de goede kant van de streep.

Stadgenoten
Over stadgenoten zijn we minder te spreken. Die krijgen, gemiddeld, een 5,7. Een 6- dus. Het is overigens een bekend fenomeen dat ondervraagden zichzelf beter achten dan hun stadgenoten, buren, collega's, of andere mensen uit hun omgeving, zegt Jeroen Slot van OIS.

Hufterigheid komt het meest voor in het verkeer, vinden Amsterdammers, die zich dan vooral storen aan het gedrag van scooterrijders. We ergeren ons ook aan fietsers die onderweg bellen of appen. Agressief rijgedrag staat op drie, gevolgd door rijden door rood, niet uitkijken en schelden.

Afval
Zo'n zestig procent van de Amsterdammers stoort zich aan hufters die afval op straat gooien, of troep achterlaten in het park, bijvoorbeeld na een uitgebreide barbecue. En o wee als we daar iets van zeggen.
Het openbaar vervoer is ook domein van hufterige Amsterdammers: ze dringen voor, laten rommel achter, bellen te luid en zitten met hun voeten op de bank.

Amsterdammers ervaren ook hufterigheid op internet. Meer dan de helft noemt hierbij 'beledigen op sociale media'. Een op de drie ondervraagden vindt dat de hufterigheid in de stad het afgelopen jaar is toegenomen, de helft acht de mate van onbeschoftheid gelijk aan die van twaalf maanden geleden.

We zijn pessimistisch over de toekomst: bijna de helft verwacht een toename van ongepast gedrag, slechts vier procent denkt dat Amsterdammers zich beter zullen gaan gedragen.

Rome

Eenmaal in hun wagen is alle redelijkheid zoek.
Romeinen zijn druk en luidruchtig, maar over het algemeen hoffelijk en vriendelijk, behalve als ze in een auto stappen. Eenmaal in hun wagen is alle redelijkheid zoek. Dat begint al bij het stoplicht: geen enkele zichzelf respecterende Romeinse automobilist haalt het in zijn hoofd om voor de stopstreep te gaan staan.

Neen! Erop en als het even kan eroverheen, met als gevolg dat hij het stoplicht niet meer kan zien en dus pas kan vertrekken op het moment dat achter hem een hels toeterconcert losbarst. Maar dan gaat het ook snel. Wild gesticulerend en obscene gebaren makend raast hij de file in, daarbij verdwaalde fietsers en onoplettende voetgangers de berm in duwend dan wel de stoep opjagend.

Niet dat het veel opschiet, daarvoor heeft Rome simpelweg te veel auto's, ruim zevenhonderd per duizend inwoners. Het Europees gemiddelde ligt onder de vijfhonderd. Maar niemand denkt eraan om niet met de auto naar het werk te gaan. Dat is voorbehouden aan studenten, toeristen en andere losers.

Al die auto's moeten ergens staan als ze niet gebruikt worden en de regel bij parkeren is: het mag, tenzij het expliciet verboden is. Op stoepen of fietspaden, voor uitritten of tegen afvalcontainers; overal mag het, ook als het niet mag. En is er écht geen plek, dan parkeer je hem gewoon dubbel of driedubbel. Meestal is de bestuurder dan nog wel zo attent om achter de voorruit een briefje achter te laten met teksten als: 'Zo terug' of 'Ben bij de kapper'. Maar is de bestuurder een echte hufter, dan doet hij dat niet en breekt er andermaal een hels kabaal los als de ingeslotene arriveert.

Angelo van Schaik, correspondent in Italië

Berlijn

Berliner Schnauze: grote Berlijnse bek
Berlijners zijn berucht vanwege hun 'Berliner Schnauze', hun grote bek. Elders in de Bondsrepubliek wordt met een mengeling van ongeloof en een zekere afgunst over de fameuze Berlijnse brutaliteit gesproken. Die vermeende hardheid in de openbare ruimte heeft een interessante bijkomstigheid: het leidt ook tot openlijke correcties. Berlijners zijn niet bang.

Fietsers die anderen omver rijden? Er is altijd wel een Berlijnse oma die luidkeels protesteert en bijval krijgt. Een leeg bierblikje op straat gooien? Grote kans dat je door een verontwaardigd milieumeisje op je asociale gedrag wordt aangesproken. Homo's die worden uitgescholden? In Berlijn wordt dit type discriminerend gedrag niet getolereerd en er volgt al snel 'Anzeige', een aangifte.

Vrijheid, blijheid is het motto van de hoofdstad. Maar die levenshouding kan alleen gedijen als iedereen het ermee eens is. Degenen die de lol verpesten - de hufters dus - kunnen daarom rekenen op veel spontane burgerweerstand. Toegegeven: het is makkelijker om tolerant te zijn in een vrij lege en uitgestrekte stad als Berlijn, waar de bijna 3,5 miljoen inwoners makkelijk in passen en waar je onwelgevallige ontmoetingen simpel kunt vermijden.

Toch: 'Waar zijn in Berlijn moraal en fatsoen gebleven?' vroeg dr. Christine Eichel zich af in de krant B.Z. Zij constateert toenemende verhuftering. 'Als je er wat van zegt, ben je een 'Kleinburger' of een 'Obernazi'.' Eichel noemt Singapore als lichtend voorbeeld. 'Daar krijg je draconische boetes als je iets op straat gooit, helaas neemt bij ons het aantal opsporingsambtenaren alleen maar af'. Zo is er altijd weer baas boven baas.

Wierd Duk, correspondent in Duitsland

Oslo

Het Noorse hoffelijke slijt
Oslo wordt drukker en het Noorse hoffelijke slijt. Veel beroepschauffeurs zijn buitenlanders en die nemen hun rijgedrag mee. Maar boetes zijn zeer hoog en een rijbewijs is zo ingenomen, je past dus wel op.

Åsgård: "Amsterdammers zijn veel agressiever in het verkeer, maar dat zit in het systeem en is daar effectief. We hebben hier natuurlijk ook veel minder fietsers, die zijn in Amsterdam een onberekenbare factor. Noren zijn beleefder en dat maakt het makkelijker. Als ik bij een zebra kom, weet ik dat auto's stoppen.

Voor een tramhalte in Amsterdam reed een taxi eens zo hard door een plas, dat het water in mijn jaszakken stond. Hier houden ze rekening met je of, als het per ongeluk toch gebeurt, stoppen ze om excuzes aan te bieden."

Eric Fokke, correspondent in Noorwegen

undefined

Dit is het tweede deel van een serie over hufterig gedrag in de stad. Lees ook deel 1: Hoe hufterig zijn Amsterdammers? [+]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden