Houdt terrorismevonnis stand?

AMSTERDAM - Nog geen twee maanden na de gevoelige slag in het Hofstadproces - vijf leden werden vrijgesproken - staat het Openbaar Ministerie (OM) voor een nieuwe, belangrijke test. Vandaag begint in de 'bunker' in Amsterdam-Osdorp het hoger beroep in een andere grote terrorismezaak, het Piranhaproces.Op 1 december 2006 veroordeelde de Rotterdamse rechtbank vijf verdachten tot celstraffen wegens het beramen van terroristische aanslagen op enkele politici en het gebouw van de inlichtingendienst AIVD.

Samir A., veronderstelde leider van de groep, kreeg de hoogste straf: acht jaar celstraf. Nouriddine el F. en Mohamed C. werden allebei veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, Soumaya S. tot drie jaar. Twee verdachten werden vrijgesproken.

De rechtbank achtte bewezen dat Samir en zijn handlangers 'de Nederlandse democratie in het hart wilden raken' door het plegen van gewelddadige acties. Belangrijk bewijsstukken waren drie vuurwapens en een videotestament, waarin A., gekleed in traditionele kledij en met een automatisch vuurwapen op de achtergrond, in het Arabisch spreekt over een daad die hij heeft gepleegd. Ook richt hij zich tot het Nederlandse volk: ''We zullen jullie bloed verspillen, zoals jullie het bloed van moslims verspillen.''

De verdediging zal in hoger beroep, dat enkele weken zal duren, opnieuw proberen aan te tonen dat sommige gedragingen misschien wel verdacht lijken, maar in wezen onschuldig zijn.

Zo heeft Samir zelf altijd verklaard dat justitie zijn videotestament veel te serieus neemt. Het zou niet meer zijn dan een 'simpel filmpje', waarvan hij er meer heeft gemaakt. Volgens A. maakte hij de boodschap uit 'frustratie', 'omdat ik kapot ga als ik zie wat Nederland in Afghanistan doet'.

Ter inspiratie diende het videotestament van de daders van de aanslagen in Londen. ''Dat vond ik cool om te zien en ik wilde weten hoe ik er zelf uit zou zien,'' zei hij tegen de rechtbank. Het wapen op de achtergrond zou nep zijn.

En ook aan het telefoongesprek waarin Soumaya haar zus, die werkt in een Haagse apotheek, vraagt naar de namen en adressen van Kamerleden en ministers, moet volgens de advocaten niet te zwaar getild worden. Soumaya dolde maar wat, zei ze er zelf over.

Het OM zal proberen aan te tonen dat de verdachten niet alleen aanslagen voorbereidden, maar ook een terroristische organisatie vormden. Belangrijk bewijs daarvoor ziet justitie in de gemeenschappelijke ideologie van de verdachten: een radicale vorm van de islam, die uitmondt in geweld. De rechtbank ging daar anderhalf jaar geleden niet in mee: volgens haar was het onderlinge contact tussen de groepsleden te losjes.

Een belangrijke rol spelen ten slotte de twee kroongetuigen, Lahbib B. en Hanan S., een echtpaar dat diverse belastende verklaringen over de verdachten heeft afgelegd. Zo verklaarden ze wapens te hebben gezien bij de groepsleden en aanwezig te zijn geweest bij schietoefeningen.

De verdachten hebben dat steeds afgedaan als fabels. Volgens hen proberen de getuigen met hun verklaringen hun eigen rol te bagatelliseren. Saillant detail is dat B. en S. de laatste weken zelf voor de rechter stonden wegens hun aandeel in de Piranhazaak. Het OM eiste celstraffen die gelijk staan aan hun voorarrest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden