Update

Houben: DNB onderschatte probleem garantieregeling

Aerdt Houben van De Nederlandse Bank heeft vandaag erkend dat DNB het probleem heeft onderschat dat bij het invoeren van een garantieregeling geen enkele bank als eerste wil aankloppen voor noodhulp bij de overheid. Dat zei hij vandaag voor de commissie-De Wit.

Aerdt Houben, directeur financiële stabiliteit van De Nederlandse Bank, wordt gehoord door Commissie de Wit tijdens de parlementaire enquêtecommissie Financieel Stelsel. Beeld anp

De Staat riep in oktober 2008 een garantieregeling in het leven om banken te bewegen elkaar weer geld te lenen en zo de kredietverlening aan bedrijven op gang te houden. Maar banken waren bang dat spaarders hun geld zouden weghalen als ze dat zouden doen.

Het was de autoleasemaatschappij Leaseplan, die beschikte over een bankvergunning, die als eerste gebruikmaakte van de regeling. Bovendien waren de Nederlandse banken ook na oktober terughoudend om elkaar geld te lenen. Volgens Houben kan DNB als toezichthouder niet op de stoel van de financiële instellingen gaan zitten en ging DNB ervan uit dat dit wel goed zou komen. Hij wees erop dat de kredietverlening aan bedrijven en huishoudens positief bleef. Houben was ervan 'overtuigd' dat de garantieregeling geholpen heeft de problemen op te lossen.

Kritisch
De parlementaire enquêtecommissie was eerder vandaag kritisch over het optreden van DNB in de aanloop naar het uitbreken van de kredietcrisis in september 2008. Commissievoorzitter Jan de Wit zei in het verhoor met Houben dat het de commissie verbaasd heeft dat DNB pas eind 2008 tot de conclusie kwam dat er andere instrumenten nodig waren ter bestrijding van de crisis. Ook vroeg hij Houben of DNB niet slagvaardiger, sneller en effectiever had moeten optreden.

'Heeft u als Nederlandsche Bank voldoende de urgentie voor ogen gehad, toen de liquiditeitscrisis zich ontwikkelde?', vroeg De Wit aan Houben, die met 'ja' antwoordde.

Traag

De Wit verwees naar een onderzoek dat DNB in april 2008 was begonnen, 5 maanden voor het uitbreken van de crisis. Dat onderzoek leverde in december conclusies op, terwijl de crisis toen al drie maanden woedde.

Houben verwierp de aantijgingen van De Wit en stelde dat wetgeving traag verloopt. Zo was een afgedwongen ingrijpen door de Nederlandse staat in banken mogelijk in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat moest onderzocht worden.

Chirurgische ingreep
Na De Wit legde ook commissielid Fatma Koser Kaya Houben het vuur na aan de schenen. Ze wilde van hem weten waarom DNB bij het uitbreken van de crisis geen plan klaar had liggen voor een 'chirurgische ingreep' in de vorm van kapitaalsteun aan de Nederlandse banken. Die steun kwam er later noodgedwongen wel.

Houben antwoordde dat DNB gaat over de liquiditeit van banken en de minister van Financiën over de solvabiliteit want er is belastinggeld mee gemoeid als een bank kapitaalsteun nodig heeft. DNB heeft daar slechts een adviserende rol.

Bovendien was het volgens Houben niet verstandig om kapitaalsteun klaar te leggen, 'want dan creëer je een moreel risico'. De staat suggereert dan wel te zullen helpen bij een faillissement. Normaal is dat niet de bedoeling; in 2008 was het nodig omdat er sprake was van een systeemcrisis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden