Plus

'Horror gedijt bij angst en onveiligheid'

Angstaanjagende beelden, bijvoorbeeld in horrorfilms, fascineren de mens. Hoe komt dat? De Vlaamse filosoof Dimitri Goossens hoopt op deze vraag te promoveren.

Dimitri Goossens Beeld Stijn Wils
Dimitri GoossensBeeld Stijn Wils

Vanwaar uw persoonlijke interesse in horror?
"Als kind werd ik door mijn ouders weggehouden van enge films. Natuurlijk keek ik stiekem toch, en ik kreeg er slapeloze nachten van. Ook lieten zij me niet bij mijn doodzieke grootvader, die langzaam wegteerde van de botkanker. Mijn fascinatie voor de dood en gruwelijke beelden werd door dat verbod geprikkeld. De kiem is dus in mijn kindertijd gelegd."

En hoe is deze fascinatie bij mensen in het ­algemeen te verklaren?
"Het doodsbesef is een wezenlijk menselijke factor. Wij zijn de enige soort die zich er vol van bewust is dat we er ooit niet meer zijn, terwijl de wereld verder draait. Dat is geen leuke gedachte. De helaasheid der dingen, om zo te zeggen." "De dood is mysterieus, ongrijpbaar en gaat daardoor gepaard met angst. Anderzijds prikkelt het fenomeen onze verbeelding. Wat komt er na de dood?"

"Sociaal psychologen als Jeff Greenberg en Sheldon Salomon stellen dat het doodsbesef de motor is van alle cultuurproductie. We ontvluchten onze angst voor de dood in een zoektocht naar onsterfelijkheid. De mythologie en de literatuur zitten vol met dat thema. En kijk maar hoe we omgaan met overleden popsterren. Daarnaast constateert filosoof Georges ­Bataille dat de mens niet is gemaakt om braaf
in een kamer te zitten. De mens is niet louter ­rationeel, maar wil ook risico's nemen, dingen op het spel zetten om te voelen dat hij leeft."
"De fascinatie voor horror is te verklaren met deze twee motieven: vluchtgedrag en risico's nemen. Het thema onsterfelijkheid loopt als een rode draad door het genre. Vampiers en zombies zijn dood, maar leven toch nog."

Ontstond de hang naar horror nadat Friedrich Nietzsche God eind 19de eeuw dood had ­verklaard?
"Nee, het gaat veel verder terug. Aristoteles verbaasde zich al over mensen die plezier beleefden aan het kijken naar lijken op het slagveld. Vroegchristelijke schrijvers als Augustinus ­beschrijven hoe moeilijk het is om niet mee te gaan in de bloedroes van gladiatoren in de arena. Het zit blijkbaar heel diep in de mens."

Hoe is dat in de huidige tijd?
"We leven nu in een samenleving waarin de media een soort angst voor terreur zaaien. Die angst creëert een gevoel van kwetsbaarheid en sterfelijkheid. De mens reageert daar conservatief op. Horror sluit aan bij deze conservatieve ­reflex: jongeren die seks hebben voor het huwelijk of drugs gebruiken, gaan er in horrorverhalen geheid aan. Horror is populair in tijden van angst en onveiligheid."

"Een ander aspect is dat we worden geconfronteerd met een maatschappij die wil disciplineren en wil controleren om ons gevoel van ­veiligheid op te krikken. Kijk maar naar alle ­bewakingscamera's overal. Maar daardoor wordt het leven ook saaier. We hebben een zekere onvoorspelbaarheid nodig om het leven spannend te houden. Dat verklaart eveneens onze hang naar horror."

Hoe uit zich dat in de kunstwereld?
"Kunstenaars gaan riskante dingen doen, als tegenwicht voor een streng gedisciplineerde maatschappij. Kijk naar de Jackass-films, waarin acteurs halsbrekende toeren uithalen om zichzelf pijn te doen. De Oekraïense kunstenaar Savadov maakt sculpturen van lijken. De Italiaan Franko B bloedt tijdens zijn performances en Ron Athey laat zich als een menselijk speldenkussen gebruiken. Er is een hele beweging van kunstenaars die de grens opzoeken."

U vindt dat de kunst meer aandacht moeten hebben voor kwetsbaarheid.
"Ik ben er pleitbezorger van om de vanitas­gedachte weer centraal te stellen, zoals in de 17de eeuw, toen schilderijen het tijdelijke van ons bestaan benadrukten. Ze gebruikten symbolen van vergankelijkheid, zoals kaarsen die zullen doven en gitaarmuziek die wegsterft. Er zou meer ruimte moeten zijn om pijn en lichamelijke kwetsbaarheid te accepteren. Dat is nu taboe. We zitten opgescheept met de erfenis van het christendom, die nogal vijandig is tegenover het lichaam: kwaaltjes, pijn en aftakeling krijgen geen plaats."

"Maar we hebben niet alleen een lichaam, we zíjn dat lichaam. Daarom moeten we ruimte ­geven aan de menselijke kwetsbaarheid. Het christendom maakt die kwetsbaarheid ondergeschikt aan verlossing. Ze staat daardoor in een negatief daglicht. Westerse kunst heeft zich eeuwenlang bediend van een esthetiek van idealisme en volmaaktheid. De kwetsbaarheid is daarbij geofferd."

Hoe past voyeurisme, een onderwerp waar u zich ook mee bezig houdt, in dit verhaal?
"Dat is de illusoire positie van een lichaamloos standpunt. We kijken massaal naar programma's als Big Brother en Utopia. Zien zonder zelf gezien te worden. We kruipen maar wat graag op de troon van God en wanen onszelf onzichtbaar. Voyeurisme is ons godsverlangen om te ontsnappen aan onze sterfelijkheid. Maar je kunt je lichaam wel willen overstijgen, maar je blijft er toch mee zitten, aldus Montaigne. Of zoals antropoloog Ernest Becker zegt: we ­moeten toch elke dag een drol draaien en zijn daarom niet meer dan goden met anussen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden