Plus

Holocaust Museum exposeert valse persoonsbewijzen

De Nederlandse persoonsbewijzen in de Tweede Wereldoorlog waren extreem moeilijk te vervalsen. Het Holocaust Museum toont een dubbelportret, van de bedenker van het identiteitsbewijs en een meestervervalser uit het verzet.

Op papieren van Joden stond een grote hoofdlettter JBeeld Joods Historisch Museum

Vervalste persoonsbewijzen, gestolen en nagemaakte stempels, instrumentarium - een loep, mesje en passers - laten zien hoe de ondergedoken Joodse verzetsvrouw Alice Cohn te werk ging bij het vervalsen. Met engelengeduld en enorme precisie werkte ze aan een vals persoonsbewijs of een valse verklaring. Honderden Joden en verzetsmensen heeft ze ermee gered.

Vanaf 1941 waren Nederlanders vanaf 15 jaar verplicht een identiteitsbewijs bij zich te dragen. Op de persoonsbewijzen van Joden stond een zwarte hoofdletter J vermeld. Jacob Lentz (1894-1963), hoofd van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters in Den Haag, had het persoonsbewijs, dat voorzien was van een pasfoto en twee vingerafdrukken, bedacht.

Doodsbedreiging
"Hij was zeer fanatiek en streefde naar perfectie. Hij bemoeide zich met alles: van de watervaste lijm, de verschillende inktsoorten tot het zegel," zegt beeldend kunstenaar Robert Glas die de expositie over Lentz heeft gemaakt.

Vergeleken met andere bezette landen in Europa was het Nederlandse persoonsbewijs het moeilijkst te vervalsen. Lentz koppelde het bovendien aan een centraal register, waardoor de echtheid gemakkelijk na te gaan was. Het werd een machtig middel voor de nazi's voor het oppakken van Joden, onderduikers en verzetsstrijders.

Er hangen op de expositie drie portretten van de ambtenaar. Een van de foto's komt van zijn eigen persoonsbewijs. De verzetskrant Ons Volk kreeg de foto in de oorlog toegespeeld en drukte hem in 1944 af.

Een soort doodsbedreiging
"Dit is Lentz (...) de man die wij hierbij voor het daglicht halen, opdat ons volk zich herinnere, wie het willens en wetens overleverde in oorlogstijd." Een foto van het huis in Den Haag waar hij zat ondergedoken en het adres werden erbij afgedrukt. "Het was een soort doodsbedreiging," zegt Glas.

Aan de muur hangen verder replica's van de inkttesten die voor het maken van persoons­bewijzen werden gedaan.

In het tweede deel van de expositie ligt de nadruk op het werk van meestervervalser Alice Cohn (1914-2000), die met dezelfde, zo niet grotere, gedrevenheid te werk ging. De Duits-Joodse graficus was in 1936 naar Nederland gevlucht en kwam vaak over de vloer bij het Amsterdamse echtpaar Wolfgang en Ruth Lesser.

Verschillende soorten verklaringen
Toen dit Joodse echtpaar naar de Hollandsche Schouwburg werd gebracht, wist Cohn met een verklaring als arts-assistente en in verpleegstersuniform hun driejarige dochter Lonnie uit de crèche te halen. Ze had contact met Rutger Matthijsen, een van de leiders van het Utrechts Kindercomité, dat kinderen uit de crèche smokkelden.

Alice CohnBeeld E. Bermann

Halverwege de oorlog dook Cohn onder en vervalste vanaf 1943 op haar onderduikadres persoonsbewijzen. Ze verwijderde plaats­namen, vingerafdrukken en pasfoto's en plaatste er nieuwe op, en werkte met zowel gestolen als blanco persoonsbewijzen. Ook maakte ze verklaringen dat iemand een fiets mocht hebben, arts was of na achten op straat mocht zijn.

De papieren waren voor ondergedoken Joden en spoorwegmannen, leden van verzetsgroepen en het illegale Parool en Ons Volk. "Het Parool had vermoedelijk verschillende soorten verklaringen nodig om zich vrij te kunnen bewegen over straat," zegt conservator Annemiek Gringold.

Nagetekende gemeentestempels
Er liggen voorbeelden van nagemaakte handtekeningen van Ferdinand Aus der Fünten, hoofd van de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung, de organisatie verantwoordelijk voor de deportatie van Joden, en van SS'er Alfons Zündler, wachtcommandant van de Hollandsche Schouwburg.

Jacob LentzBeeld Collectie NIOD

Ook zijn er met de hand nagetekende gemeentestempels van Amsterdam, Leiden en Amersfoort. Een schriftje laat zien hoe ze oefende in het natekenen van de stempels en handtekeningen.

Cohn was tot voor kort een vrij onbekende naam voor historici, mede omdat zij kort na de oorlog emigreerde. Gringold: "Namen werden tijdens de oorlog natuurlijk geheimgehouden, dus die waren ook nadien vaak niet bekend."

De vervalser en de hoge ambtenaar
Met de tentoonstelling wil het museum de tegenstelling laten zien tussen de vervalser van de persoonsbewijzen en de hoge ambtenaar van de Rijksinspectie Bevolkingsregister. "De Jodenster, de bordjes Verboden voor Joden en het persoonsbewijs zijn symbolen van de Jodenvervolging," zegt Gringold.

"De ene persoon probeer- de door allerlei technieken heimelijk aangebrachte wijzigingen zichtbaar te maken, de ander trachtte die juist onzichtbaar te maken. Het zijn twee thema's: die van het Joodse verzet en het taboe van de foute ambtenaar."

Lentz kreeg na de oorlog een gevangenisstraf van drie jaar. Cohn verhuisde in 1947 naar Liechtenstein en ontwierp kinderboeken, affiches en speelgoed. Met Rutger Matthijsen onderhield ze een levenslange vriendschap. Lonnie werd na de oorlog herenigd met haar ouders, die Bergen-Belsen hadden overleefd.

Persoonsbewijzen en vervalsingen in het Holocaust Museum is vanaf 30 oktober tot en met 4 maart te zien.

Het papier (beschadigd en flinterdun) van persoonsbewijzen is versneden om delen te gebruiken voor vervalsingenBeeld Collectie Familie Bermann
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden