Holleeder was gekomen om niets te zeggen

Onder grote mediabelangstelling moest Willem Holleeder in de zwaarbeveiligde rechtbank op Schiphol getuigen in het hoger beroep in liquidatiezaak Passage. Hij was gekomen om niets te zeggen.

Holleeder in zijn karakteristieke zwarte jas Beeld anp

Willem Holleeder (Amsterdam, 1958) maakte onmiddellijk duidelijk welke opstelling hij had gekozen als getuige in het hoger beroep van de langslepende liquidatiezaak Passage. Zelfs op de formele openingsvraag of hij familie is van één van de verdachten, antwoordde hij dat hij zich beriep op zijn verschoningsrecht (het recht van een getuige te zwijgen als hij zichzelf zou kunnen belasten).

Hofvoorzitter Ruud Veldhuisen vroeg hem even naar zijn advocaat Stijn Franken te kijken. Die kon hem vertellen dat hij deze vraag móest beantwoorden, omdat die de verdenkingen niet raakte. Oké dan. Nee, hij is geen familie van de verdachten achter hem - zijn gewezen misdaadpartner Dino Soerel, de tot levenslang veroordeelde Jesse R. en 'Moppie' R. - en evenmin van de verdachten die níet de gang hadden gemaakt naar de zwaarbeveiligde rechtbank op Schiphol.

Met zijn vertrouwde zwarte jas nog aan, herhaalde Holleeder vervolgens na alle andere vragen zijn mantra. Verschoningsrecht. Verschoningsrecht. Verschoningsrecht.

Moorden
Voorzitter Veldhuisen memoreerde dat Holleeders naam vaak was gevallen in de veelvoudige liquidatiezaak Passage, over onder veel meer de moorden op Kees Houtman en Thomas van der Bijl - moorden waarvoor Holleeder volgens justitie mede de opdracht heeft gegeven.

'Uw schaduw hangt altijd al over dit proces en u bent steeds dichterbij gekomen', merkte voorzitter Veldhuisen op. 'Nu bent u dan hier.'

Nadat de aanklagers, alle advocaten en Jesse R. en Moppie R. hadden vastgesteld dat vragen zo geen zin hadden, nam alleen Dino Soerel na korte ruggespraak het woord.

Soerel: 'Sinds welk jaar kennen jij en ik elkaar?'
Holleeder: 'Ik beroep me op mijn verschoningsrecht.'
Soerel: 'Hebben wij zaken gedaan, legaal of illegaal?'
Holleeder: 'Verschoningsrecht.'
Soerel: 'Hebben wij wel eens gesproken over liquidaties?'
Holleeder: 'Verschoningsrecht.'
Soerel: 'Hebben wij wel eens informatie uitgewisseld over liquidaties?'
Holleeder: 'Verschoningsrecht.'
Soerel: 'Waarom ben ik volgens jou een verrader?'
Holleeder: 'Verschoningsrecht.'
Soerel: 'Waarom moet ik dood van jou en waarom moet mijn familie dood van jou?'
Holleeder: 'Verschoningsrecht.'

Ook Soerel moest vaststellen dat dit zo geen zin had. Hofvoorzitter Veldhuisen, tot Holleeder: 'Het wordt een beetje als een soufflé zo. Kent u dat?'
Holleeder: 'Da's om te eten.'

Veldhuisen: 'Als je die uit de oven haalt, zakt het helemaal in. U had hier een bijdrage kunnen leveren, maar u wilt niet.'

Holleeder: 'Ik zal me hier altijd op mijn verschoningsrecht beroepen.'
Veldhuisen: 'In het leven neem je je van alles voor, maar uiteindelijk rolt het balletje toch weer anders...'
Holleeder: 'We zullen zien.'
Weg was Holleeder, af door de zijdeur.

Hij legt in zijn eigen zaak verklaringen af bij de onderzoeksrechter, buiten het zicht van pers en publiek én van de betrokkenen bij liquidatiezaak Passage. De officieren van justitie hebben hem beloofd dat die verklaringen nog niet in Passage worden ingebracht - tenzij ze evident van belang zijn. Met die afspraak zijn alle partijen in de zaak Passage ongelukkig, maar het hof 'laat nog op zich inwerken' of het daarmee kan instemmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden