Column

Hoezo was ik opeens een vrouw die okido brulde?

Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

Vlak nadat het woord mijn mond verliet, kwam de schok. Dit was niet voor het eerst. Sterker, ik had een uur geleden een telefoongesprek ook zo afgesloten. Ik schreef het 's morgens in een appje. En nu riep ik het tegen de pakjesbezorger. "Okido!"

Okido? Hoe kwam dat mijn strot uit? Okido is als Toppiejoppie en Hallootjes: te joviaal schreeuwend en te weinigzeggend.

Hoezo was ik opeens een vrouw die okido brulde?

Op Twitter wees iemand me erop dat het veel erger kan. Voor je het weet zeg je dat je 'kof' gaat drinken met een 'dinnetje'. Daar zouden uiteraard lijfstraffen op mogen staan. Maar dat okido was ook niet best.

Pas na een dag snapte ik waar het vandaan kwam. Voortdurend zingen mijn zoons het Koningsspelenlied van Kinderen voor Kinderen. 'Stap naar rechts, stap naar rechts, doe het zo: okido, stap naar links, stap naar links, ja dat is het: okido.'

Best een geinig riedeltje, zeker als je het tot soundtrack van de formatieonderhandelingen uitroept, maar ook een ontstellende oorwurm die me al vanaf maart kapotverveelt (als gezegd: 't zijn net de formatieonderhandelingen).

Het onderbewuste slaat vaak strontvervelende zaken op. Ik zou veel liever een mail afsluiten met 'Vriendelijke groet' in plaats van met dat stupide 'Joe', dat ik dikwijls zonder er bij na te denken tik. En wat zou ik graag meer Slauerhoff uit mijn hoofd kennen en minder teksten in de categorie 'Vader, waarom hebben de giraffen toch zo'n hele lange nek?'.

Ook ernstig, en zeker taboe voor een columnist, is dat woordspelingen mijn brein nooit verlaten. Zo wil ik al jaren niet meer weten of Annie van Michael Jackson oké is, maar of ze gaat stemmen ('Annie, are you voting, Annie, are you voting, are you voting, Annie?') - omdat ik iemand ooit deze grap hoorde maken.

Ook heb ik nimmer meer normaal over die ene bloeddorstige oorlogsfilm kunnen praten, nadat ik had gelezen hoe de pornovariant heet (Shaving Ryan's Privates).

En nu zeg ik ook al okido. Helaas word ik thuis nauwelijks gecorrigeerd. Getrouwd zijn met een kneiter-dyslectische Frans-Canadees kent zo zijn bijzonderheden.

Hij bezit zestien verschillende regenpakken, hij heeft zelfs een parapluhouder op z'n fiets (Canadezen zijn banger voor regen dan de directeur van het Stedelijk voor een jaarverslag mét haar neveninkomsten) en hij heeft een allersnoezigst accent, waarmee hij schaamteloos 'I wish that I could be like a cookie' zingt in plaats van Echosmiths 'Like the cool kids'.

Toch zegt hij gelukkig vaak per ongeluk exact het juiste. Want waar mijn onderbewuste talloze stupiditeiten probeert vast te houden, is het zijne scherper dan we ons beiden soms realiseren.

"Hé, opsodemieter op," riep hij laatst toen hij struikelde over de kat.

"Het is sodemieter op," corrigeerde ik.

"O. Dat was dus dubbel op," zei hij.

Waarmee hij feitelijk raak schoot. Net zo raak als toen hij me vanmiddag vroeg: "Zeg, gaat het met jou echt wel zo okido als je steeds roept?"

Heel voorzichtig schudde ik mijn hoofd.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden