Plus

Hoe zou het vroeger geroken hebben?

Kunsthistoricus Caro Verbeek onderzoekt de relatie tussen geur en cultuur. Geur geeft een completer beeld van de geschiedenis, zegt zij. 'Voor de Romeinen hoorden geuren bij feest en entertainment.'

Reliëf uit de tempel van Amon in Egypte met daarop een afbeelding van farao Ramses II (links) die een geuroffer met kyphi brengt aan de god Amon. Beeld Getty Images

"In de filosofie is geur een ondergeschoven kindje. Plato en Aristoteles zagen zicht als belangrijkst kennisinstrument. Wat je ziet, is waar. Reuk bungelde onder aan de hiërarchie van zintuigen. Kant en Hegel namen die rangorde over. Freud zag geur als iets erotisch en dierlijks. En daarom kreeg reuk een ondergesneeuwde positie in de wetenschap," zegt kunsthistoricus Caro Verbeek.

Verbeek heeft zich in haar vakgebied toegelegd op de relatie tussen de zintuigen, met name geur en tast, en cultuur. Op dit moment is Verbeek aan de Vrije Universiteit bezig met promotieonderzoek naar kunsthistorische geuren.

Eigen parfumeur
Verbeek vond talloze voorbeelden van de betekenis van geuren in het verleden. Neem de Romeinen. Zij verspreidden in het Colosseum geuren via een buizenstelsel die uitkwamen in de monden van beelden.

Geuren werden verneveld ter entertainment en stonden voor feestelijkheid. Niet alleen in de arena, maar ook bij het eten. De tafel werd ingewreven met munt, de muren met saffraan en op de vloer lagen geurige kruiden. In de haard werden blokken van sterk riekende houtsoorten verbrand.

Julius Caesar parfumeerde zich overvloedig en keizer Caligula sprenkelde zelfs reukwater over zijn paard. Lodewijk XIV had een eigen parfumeur in dienst. "De ontvangst van een keizer of koning werd voorafgegaan door de verspreiding van een lekker luchtje. Die traditie wil ik nieuw leven inblazen. Bij mijn promotie wil ik voor binnenkomst een geurcompositie verspreiden," zegt Verbeek.

Geur speelde een voorname rol in religie en geneeskunde. Al sinds de mensheid in goden gelooft, worden er reukoffers gebracht. "Priesters waren de eerste parfumeurs," zegt Verbeek.

"Een van de oudste reukoffers is kyphi. De Egyptenaren offerden dat wierookmengsel dagelijks om de goden gunstig te stemmen. De Romeinse geschiedschrijver Plinius de Oudere (23-79 na Chr.) schreef het recept op. Grappig is dat de parfums die we nu gebruiken, bestaan uit dezelfde ingrediënten."

De Griekse wijsgeer Hippocrates leerde zijn studenten ziektes herkennen aan de hand van de geur van urine, zweet en adem. In de 18de eeuw deelde de Zweed Linnaeus het plantenrijk in in zeven geurgroepen.

De geneeskrachtigste planten roken het sterkst. "Niet vreemd. Genezing komt natuurlijk niet door de geur, maar door de antiseptische werking van sterk riekende stoffen."

Slechte lucht
Lang is gedacht dat ziektes zich verspreiden door stank. Malaria betekent letterlijk slechte lucht. Tot in de 19de eeuw, voor de komst van riolering, stonk het in de grote steden enorm. Grachten waren open riolen met poep en zelfs dode paarden erin.

Verbeek: "Rijkere mensen droegen daarom geurbollen met amber bij zich wanneer ze naar de kwalijkst riekende plekken gingen, zoals de gevangenis, het ziekenhuis en de rechtbank. In de grachtenhuizen stonden bloempiramides. Armere lieden moesten het doen met azijn om de vieze stadslucht te overstemmen."

Niets roept zulke sterke emoties op als geur. Een geur kan iemand terugkatapulteren naar zijn jongste jaren. Dit fenomeen gebruikt de Antwerpse kunstenaar Peter de Cupere in zijn project Smelling Flowers in een tehuis voor dementerenden in Doetinchem.

"Alle gangen ruiken anders. Kaneel, tulp, gebraden kalkoen, zeelucht of boslucht roepen vroege jeugdherinneringen op. Hierdoor kunnen mensen makkelijker hun weg terugvinden naar hun kamer."

Kolenmijn of zeebries
Er zijn kunstenaars die 'erfgoedgeuren' maken, zoals die van een kolenmijn of de bedreigde Amazone. Japan heeft in 2001 een lijst opgesteld met honderd geuren die voor het nageslacht bewaard moeten blijven: een zeebries, een sakestokerij, oud hout en boekwinkels.

Er zijn ook kunstenaars die de ene zintuiglijke waarneming omzetten in de andere. Geluid wordt beeld. Zo transformeerde Kandinsky begin 20ste eeuw de muziek van Schönberg in kleurrijke doeken. Ook werden geluiden geschilderd.

Grondlegger van deze zogenoemde futuristen is Marinetti (1867-1944). Hij schreef in 1932 een gedicht waarin hij de geur van een vrouw volgt door de stad. Die sensatie beschrijft hij in kleur, vorm en beweging.

Verbeek pleit ervoor geur weer meer onderdeel te laten zijn van onze totale beleving. Nu overheersen beeldtaal en ooggetuigenverslagen. "Het gaat er ook om wat iemand ruikt. Soldaten uit de Tweede Wereldoorlog schrijven in hun dagboeken vooral over de niet-aflatende stank van de dood, het slagveld en de medicijnen in het hospitaal."

"Veel historici zien alleen woord en beeld als informatiebron. Maar 'neusgetuigen' zijn zeker zo belangrijk. Vooral nu, in deze tijd met internet, sociale media en digitalisering met alleen maar pixels op onze schermen. Iets wat je ruikt, kun je niet delen via Facebook. Het is persoonlijk, alleen jij was erbij."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden