Plus PS

Hoe stadse bleekneusjes moesten aansterken in Bergen aan Zee

Generaties kinderen werden tot 1970 de stad uitgestuurd om aan te sterken in een kolonie-huis. De voorstelling Bleekneusjes in Bergen aan Zee brengt herinneringen boven. 'Mijn moeder huilde toen ze me uitzwaaide.'

Het Bio Vacantieoord in Bergen aan Zee, midden jaren dertig Beeld Regionaal Archief Alkmaar, collectie Piet Mooij

Amper acht jaar was Wim van Eekeres (79) toen zijn moeder hem op een maandag in de mooie zomer van 1947 naar het Centraal Station bracht. "Die jongen moet aansterken en wat meer vet op zijn botten krijgen. Frisse zeelucht zal hem goed doen," had zowel de huisarts als de schoolarts ­tegen zijn ouders gezegd.

De oorlog en de Hongerwinter hadden Van Eekeres erg verzwakt, waardoor hij vaak ziek was en dus ging hij zes weken naar het koloniehuis Voor Jong Nederland in Bergen aan Zee.

Nooit zal Van Eekeres het afscheid van zijn ouders vergeten. "Hartverscheurend was het. Op het station hield ­iemand een bordje met 'Jong Nederland' omhoog. Alle kinderen kregen een kartonnen bordje met hun naam ­omgehangen. Mijn moeder huilde toen ze me uitzwaaide.

Zelf had hij ook gehuild en met verward ontzag de tranen van zijn moeder gezien. Wat was ze blij geweest toen 'die rotoorlog' voorbij was. "In de bittere vrieskou fietste ze ­helemaal naar de Achterhoek om aan eten te komen. Mijn moeder moet ijzersterk zijn geweest. En ze was voor de ­duvel niet bang. Nu moest ze mij vanwege de naweeën van diezelfde 'rotoorlog' voor weken laten gaan."

Zijn eigen verdriet was aanvankelijk vlug van hem afgegleden toen hij in de trein naar Alkmaar en daarna het stoomtrammetje naar Bergen aan Zee zat. "Die treinreis vond ik geweldig," zegt Van Eekeres. "Het leidde me even af van de situatie."

Vette gehaktballen
Eenmaal in het koloniehuis Voor Jong Nederland aan de Verspijckweg in Bergen aan Zee, kreeg Van Eekeres het opnieuw te kwaad. "Wat had ik een heimwee! Elke week mochten we een brief schrijven en dan voelde ik de tranen alweer komen. Mijn moeder heeft ze altijd ­bewaard."

"'Het gaat goed met mijn' stond er dan in hanenpoten. Ik at nauwelijks. De twee boterhammen die ik 's morgens moest eten, spuugde ik later uit. Ik kreeg ­gewoon geen hap door mijn keel. Elke dag werd ik gewogen om te kijken of ik al was aangekomen."

Wim van Eekeres met Alberdien Ravenhorst in Egmond aan Zee, 1947 Beeld Archief Wim van Eekeres
Het Bio Vacantieoord in Bergen aan Zee, midden jaren dertig Beeld Regionaal Archief Alkmaar, collectie Piet Mooij

Wim van Eekeres was een van de duizenden kinderen uit armere gezinnen die tussen 1883 en 1970 op doktersadvies moesten aansterken in vakantiekoloniën. Bleekneusjes werden ze genoemd.

De meeste kinderen mochten na zes weken gebruind en opgeknapt weer naar huis, maar Van Eekeres kreeg tot zijn afschuw te horen dat hij nóg zes ­weken moest blijven. De vette gehaktballen, boterhammen en melk met vellen die hij naar binnen had moeten werken, hadden niets uitgehaald. "Integendeel: ik was juist afgevallen! Mijn wereld stortte in."

Op de dag dat alle andere kinderen naar huis mochten, bleef Van Eekeres samen met een paar kinderverzorgsters achter in het lege, stille gebouw. "Mijn vader en moeder mochten die zondag bij uitzondering op bezoek komen. Maar na twee uurtjes moesten we alweer afscheid nemen."

"Ik was daar zo verdrietig over. Alberdien Ravenhorst, een van de kinderverzorgsters zat die avond naast mijn bed en kriebelde in mijn haar totdat ik in slaap viel. Ze was zo lief voor me. Dat ben ik nooit vergeten."

Bijna vijftig jaar later zag Van Eekeres Alberdien Ravenhorst bij toeval in een televisieprogramma. "Toen ik hoorde dat ze in Bergen aan Zee woonde, ben ik erheen gegaan om haar op te zoeken."

Ravenhorst (92), die haar hele leven op een steenworp ­afstand van de vakantiekolonie is blijven wonen, was aanvankelijk verbaasd toen 'die vreemde man' plotseling voor de deur stond. "Ik wilde hem eerst niet binnenlaten, totdat hij vertelde dat hij Wim van Eekeres was. Ineens wist ik het weer: de verdrietige jongen die ik over zijn bolletje aaide."

Ouders op bezoek
Ravenhorst werkte drie jaar in het koloniehuis Voor Jong Nederland. Zestien kinderen had zij onder haar hoede. "We maakten lange dagen, maar ik genoot van de omgang met de kinderen. De andere kinderverzorgsters werden goede vriendinnen. Een heel mooie tijd die ik zo over zou doen."

Een moeder komt 'toevallig' langs op het strand, 1947 Beeld Archief Alberdien Ravenhorst
Het Bio Vacantieoord in Bergen aan Zee Beeld Regionaal Archief Alkmaar, collectie Piet Mooij

Om de drie weken mochten de ouders op bezoek komen. Daar hield niet iedereen zich aan, weet Ravenhorst nog. "Soms verscheen tussendoor ineens een moeder op het strand. Dat vond ik wel vervelend, hoor. Het contact met de ouders was funest. Daarna waren de kinderen van slag en moesten wij ze maar weer in het gareel zien te krijgen."

Sommige meisjes huilden zich zes weken lang elke avond in slaap, weet Hetty Hopman (67) nog. Zelf had ze daar geen last van. Ze ging van haar vijfde tot haar twaalfde jaar met veel plezier naar de vakantiekoloniën.

"Ik was een klein, dun opdondertje en at thuis helemaal niet, wat ze me ook gaven. Eenmaal in het koloniehuis, met al die kinderen om tafel, ging het wél. Ik at de ene boterham na de andere. Heerlijk vond ik het daar. De hele dag buiten spelen en schelpen zoeken op het strand, samen zingen en dansen."

De kinderjuffen waren volgens Hopman erg lief, al hanteerden zij wel strenge regels. "Je mocht bijvoorbeeld ­alleen op je rechterzij slapen. Dat was goed voor je hartje. Ik denk dat het was om te voorkomen dat we zouden gaan kletsen. Een jongetje naast me was niet bang voor de juf en draaide zich gewoon naar mij om. We lieten elkaar onze verzameling ijsstokjes zien, die we op straat hadden ­gevonden."

Het Bio Vacantieoord in Bergen aan Zee Beeld Regionaal Archief Alkmaar, collectie Piet Mooij

Hoewel de meeste kinderen maar een of twee keer in hun leven naar een vakantiekolonie gingen, wilde Hopman graag elk jaar. "We woonden op eenhoog in Amsterdam en hadden geen geld voor vakantie. "Mam, vraag of ik in ­Egmond kan!" riep ik mijn moeder na, als ze me ging aanmelden. Waarschijnlijk hield ze daarbinnen een verhaal op dat we weinig geld hadden en ik nog steeds niet zo ­gezond was, terwijl dat inmiddels best meeviel."

Aan Egmond aan Zee bewaart Hopman de mooiste herinneringen. "Het was daar kleinschalig en vriendelijk. Na het eten gingen we soms naar buiten en dan liepen we zingend en dansend in colonne over straat. De gedachte dat je eigenlijk al in bed had moeten liggen, was heerlijk. Ik heb later altijd met kinderen gewerkt en ben in een koor gaan zingen. Dat zal ongetwijfeld iets met die jeugdherinneringen te maken hebben."

Wekelijkse fietstocht
Van Eekeres heeft alleen vrolijk gefloten toen hij na twaalf weken eindelijk weer naar huis mocht. "Het heeft diep ­ingegrepen in mijn leven. Met mijn ouders heb ik het er nog vaak over gehad. Mijn vader heeft altijd gezegd dat hij me beslist had teruggehaald als hij had geweten dat het helemaal geen zin had. Ik neem mijn ouders niets kwalijk. Ze hadden het beste met me voor en dachten er goed aan te doen."

Pas veel later hoorde Van Eekeres dat zijn vader en moeder elke week vanuit Amsterdam naar Bergen aan Zee fietsten. "Ze verscholen zich in een duinpan om mij door een verrekijker te kunnen bekijken. 'Kom, laat mij nu even,' zei mijn moeder dan, als mijn vader naar haar zin te lang keek. Ze misten mij net zo erg als ik hen."

Theater op locatie

Vanaf vandaag is de muzikale locatietheatervoorstelling Bleekneusjes, die vorig jaar zomer in première ging, weer te zien. Eerst op Landgoed Huize Glory in Bergen aan Zee, daarna op diverse andere locaties. Herinneringen aan de koloniehuizen van oud-bleekneusjes, kinderverzorgsters, vluchtelingen en Adriaan van Dis vormen de basis voor Bleekneusjes.

Meer informatie en de speellijst:
www.bleekneusjes.nl
www.karavaan.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden