Plus

Hoe spermadokter Jan Karbaat het overzicht kwijtraakte

Spermadokter Jan Karbaat zag inseminatie als zijn levenswerk. Hij waande zich onaantastbaar - en het doel heiligde de middelen: veel vrouwen zo snel mogelijk aan een kind helpen.

Jan Karbaat in zijn praktijk. Beeld Zwart zaad

Jan Karbaat (1927-2017) is de oudste van zes kinderen in een Rijswijks boerengezin. Zijn vader is veehouder, maar geen van de kinderen neemt de boerderij over. Karbaat wordt arts. Als hij met zijn eerste vrouw en oudste zoon voor zijn werk naar Suriname vertrekt, wordt hij benaderd door twee blanke vrouwen.

Ze zijn getrouwd met een donkere man, maar kunnen geen kinderen van hen krijgen. "Ze vroegen of mijn chauffeur, een knappe creool met blauwe ogen, sperma wilde doneren. Dat wilde ik niet, maar ik heb wel een verpleger uit het ziekenhuis gevraagd," aldus Karbaat vorig jaar in het AD.

Workaholic
Daarmee is de basis gelegd voor het levenswerk van de in april overleden Karbaat: kunstmatige inseminatie met donorzaad bij stellen met vruchtbaarheidsproblemen. "Hij was een workaholic," vertelt zijn zoon André (61). "Ik zag hem weinig thuis. We deden nooit dingen samen toen ik klein was."

Zelf krijgen Karbaat en zijn vrouw in Suriname nog twee kinderen. Na vijf jaar keert het gezin terug naar Nederland. In 1965 wordt Karbaat geneesheer-directeur van het Zuiderziekenhuis in Rotterdam en verhuist het gezin naar Barendrecht. Een paar jaar later strandt zijn huwelijk. Karbaat ontmoet een andere vrouw, krijgt met haar drie kinderen en adopteert een vierde.

In het Zuiderziekenhuis runt Karbaat een spermakliniek, waar hij vele honderden vrouwen insemineert. In 1973 koopt hij 'landhuis Bijdorp', dat hij samen met vrienden eigenhandig uitbreidt en verbouwt. Als hij eind 1979 ontslag neemt in het Zuiderziekenhuis na een conflict opent hij op zijn erf Medisch Centrum Bijdorp.

Spermakliniek
In het Zuiderziekenhuis leert Karbaat ook Marjo Noordzij kennen. Hij is nog getrouwd, maar ze krijgen in 1978 een relatie. Noordzij werkt eerst in Bijdorp en daarna in Medisch Centrum De Dem in Hoensbroek, de tweede kliniek die Karbaat in 1984 opent. Karbaat heeft de leiding, doet zelf de intakegesprekken, werving, behandeling en correspondentie.

Bijdorp groeit uit tot de grootste spermakliniek van Nederland. Karbaat wordt beschouwd als een topper in zijn vak. Tegelijk wordt zijn werk met argusogen bekeken.

Noordzij: "Hij had niet ieders vertrouwen omdat hij de werkelijkheid naar zijn hand probeerde te zetten. Hij kende álle aspecten van dit werk. De meeste gynaecologen kenden het fragmentarisch. Ze twijfelden weleens aan wat hij zei, maar waren niet altijd in staat zijn woorden te weerleggen."

Controverse
Dat beaamt Henk Ruis, destijds directeur van vruchtbaarheidskliniek Geertgen in Gemert, die donorzaad uit Barendrecht gebruikte. "Karbaat werd als arts gerespecteerd, maar hij was geen gynaecoloog. Dat zorgde voor controverse. Karbaat was zijn tijd ver vooruit. Hij was de enige in het land die andere klinieken de mogelijkheid bood zelf vrouwen te insemineren."

Beeld uit de documentaire Zwart zaad (1995) Beeld Zwart zaad

Karbaat is een pionier op het gebied van invriezen van donorzaad. Hij breekt een lans voor donorinseminatie bij alleenstaande vrouwen. Als het AMC daarmee stopt, noemt hij dat 'typisch gezwets van oudere gynaecologen'. Hij vindt het onverantwoord dat vrouwen met een kinderwens gedwongen worden zwanger te worden via een scharrel in de kroeg.

Niemand weet precies hoe groot Karbaats imperium is. Hij distribueert donorzaad naar Nederlandse klinieken en zelfs naar het buitenland. Zelf spreekt hij over 6000 geïnsemineerde vrouwen en 10.000 tot 40.000 kinderen. Karbaat is rechtdoorzee, maar ook een solist.

"Karbaat was een zeer intelligente man," zegt ex-partner Noordzij. "Hij had een zachtaardig karakter en zorgde ervoor dat alles onder zijn controle bleef. Niemand had goed zicht op hoe hij zijn bedrijven runde. Betrokkenen kenden hun taak, maar overzagen niet het geheel."

Buitenechtelijke kinderen
Dat overzicht raakt Karbaat kwijt. Tijdens zijn tweede huwelijk krijgt hij in 1979 twee buitenechtelijke kinderen, met Noordzij en met Rita Grondsma, met wie hij trouwt en Bijdorp runt. Noordzij verbreekt in 1987 het contact.

"Op een bepaald moment verloor ik het vertrouwen. We verschilden zakelijk van opvatting. Als vader was hij trots op zijn kinderen, hoewel hij ze dat nooit zei. Jammer genoeg heeft hij zich nauwelijks iets van hen aangetrokken en weinig tot geen inhoud aan het vaderschap gegeven."

Beeld uit de documentaire Zwart zaad (1995) Beeld Zwart zaad

Karbaat gebruikt ook zijn eigen zaad bij inseminaties. Naast elf wettige kinderen zijn er al negentien donorkinderen die een dna-match hebben met zijn wettige zoon.

Hartstikke fout
Zoon André wil eerst bewijs zien. "Als het zo is, is het hartstikke fout. Maar ik denk niet dat ze met een andere vader beter af waren geweest. Mijn vader was gezond en slim. Hij heeft zijn dna in ruime mate doorgegeven aan zijn kinderen. Het zou me niet verbazen als dat er meer zijn. Misschien was het toch een vorm van grootheidswaan."

Karbaat gelooft heilig in zijn eigen goedheid. In de documentaire Zwart zaad (1995) zegt hij niet zonder het werk te kunnen. Hij ziet het als een sport. "Het is eigenlijk jagen. Je probeert zo snel mogelijk aan de wensen van een vrouw te voldoen om die zo gewenste baby te krijgen."

Als vanaf 2000 strengere regels gelden, weigert Karbaat daarin mee te gaan. "Ik haat regeltjes stellen," zegt hij in de documentaire. "De mensen hebben een heel grote mate van vrijheid. En als het niet in strijd is met ons geweten en gevoel, voldoen wij daar met liefde aan."

Te krankzinnig voor woorden
Karbaat toont weinig wroeging als duidelijk wordt dat in Bijdorp is gesjoemeld met donorgegevens en zaad. Hij waant zich onaantastbaar en legt de schuld bij medewerkers. Oud-collega Ruis: "Karbaat vond alle beschuldigingen vervelend. Zijn levenswerk werd onderuit gehaald. Tegelijk was hij gelaten. Hij was gewend om te leven met alle taboes rond donorzaad."

Als het AD hem in september vorig jaar spreekt, zit aan een bureau een man van 89, bladerend door een enorme stapel papieren, die nog één keer uitlegt hoe het allemaal zit. Hoe alle beschuldigingen 'te krankzinnig voor woorden' zijn.

Hoeveel ouders hij blij heeft gemaakt. Dat hij altijd naar eer en geweten gehandeld heeft en nooit met opzet fouten heeft gemaakt. "Ik heb nooit aan de kinderen gedacht," zei hij. "Hoe het voor hen zou zijn. Dat is het enige waarvan ik denk: dat had ik beter moeten doen."

Beeld uit de documentaire Zwart zaad (1995) Beeld Zwart zaad
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden