Plus

Hoe Mister Menthol de Amsterdammer leerde tandenpoetsen

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was hij een opvallende verschijning op de Amsterdamse markt: Joseph Sylvester alias Mister Menthol, de man die Nederland leerde tandenpoetsen.

Mister Menthol demonstreert zijn Babajaba op het Waterlooplein, begin jaren dertig. Beeld Stadsarchief
Mister Menthol demonstreert zijn Babajaba op het Waterlooplein, begin jaren dertig.Beeld Stadsarchief

Een enkele taaie Amsterdammer van zeer hoge leeftijd kan hem misschien nog net met eigen ogen aan het werk hebben gezien, Joseph Sylvester alias Mister Menthol, de standwerker die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw het fenomeen tandpasta introduceerde op de wekelijkse mannenmarkt op het Amstelveld.

Een onvergetelijke verschijning moet het zijn geweest. Strak in het pak, inclusief lakschoenen en hoed, met ook nog een witte doktersjas om zijn handel medische glans te geven. Vanaf een verhoging wees Sylvester het publiek met veel grappen en sterke verhalen op de onmisbaarheid van Babajaba­tandpasta, 'het natuur­geheim van het zwarte ras'.

Want ook de donkere huidskleur van de koopman maakte deel uit van de attractie. Een zwarte man was een bezienswaardigheid, en daar maakte Sylvester behendig gebruik van. Hij vertelde dat zijn voorouders, allemaal menseneters, in Afrika hun tanden poetsten met Babajaba, en toonde de omstanders zijn prachtige gebit als resultaat.

Vast onderdeel van het verkooppraatje was een demonstratie, waarbij Sylvester een jonge­tje uit het publiek trok en met een houten borsteltje diens tanden poetste op de verhoging. Als het gebit was gereinigd, tilde de standwerker het jongetje met stoel en al op. Met de tanden, ijzersterk dankzij het poetsen met Babajaba.

Mannequin
In het Stadsarchief zijn prachtige foto's te vinden van de standwerker op de markt, maar nu is voor het eerst ook het levensverhaal van Sylvester opgetekend in de biografie Menthol van Frank Krake. Zo leren we dat Sylvester afkomstig was van het Caribische eiland Saint Lucia, en via de Verenigde Staten, Canada en België in Nederland belandde.

Tijdens zijn leven communiceert de extraverte Menthol met zijn omgeving door te adverteren in kranten. Beeld -
Tijdens zijn leven communiceert de extraverte Menthol met zijn omgeving door te adverteren in kranten.Beeld -

Zijn uitvalsbasis werd Hengelo, waar hij in 1928 in het huwelijk trad met Roosje Borchert, een mannequin die hij in het Amsterdamse café Schiller had ontmoet. In de krant verschenen foto's van het paar: 'De bekende neger-koopman J. Sylvester (befaamd onder den naam van Mr. Menthol) is te Hengelo met een blanke vrouw in den echt verbonden.'

Roosje ergerde zich aan zulke beschrijvingen, maar Joseph had tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten kennisgemaakt met racisme in woord en daad, en was al lang blij dat hij in Nederland een goede boterham kon verdienen. "Ik maak gebruik van de sterke kanten van mijn donkere kleurtje en hou ze allemaal voor de gek als het moet."

In Hengelo werd de soep niet al te heet gegeten. Het gebeurde dat vrouwen het op een lopen zetten als zij Sylvester op straat zagen naderen, maar de kinderen waren dol op hem, en vroegen hem toestemming om over zijn donkere arm te wrijven. Toen Joseph en Roosje op de jaarlijkse kermis een dansje maakten, beloonde het publiek hen na afloop met een klaterend applaus.

De Sylvester

Ter gelegenheid van de verschijning van de biografie van Joseph Sylvester pakt Hengelo uit met een heuse Mentholweek van 24 mei tot en met 2 juni. Op het programma staan onder meer de onthulling van een plaquette ter nagedachtenis aan Sylvester en zijn echtgenote Roosje Borchert. Ook zijn er bijeenkomsten over gemengde relaties en racisme, en wordt voor het eerst een diversiteitsprijs uitgereikt: De Sylvester. Schrijver Frank Krake is woensdagmiddag in boekhandel Scheltema om over zijn biografie te spreken.

- Beeld -
-Beeld -

Zijn professie als standwerker stelde Sylvester bovendien in staat om flink de draak te steken met zijn gehoor. "Churchill, Stalin, Amsterdamse Jantje, they all stink oet de bek. Onze lieve Heer gaf you taandn om goed te verzorgen en niet om se te laten wegrotten. De mestvaalt heurt achter 't hoes en niet in de bek." En: "Ik bin swart van boeten, maar mooi van binnen. En you Henegeler bint mooi van boeten, maar pikswart van binnen."

De mensen vonden het prachtig en de tubes tandpasta gingen grif van de hand, tot de crisis in de jaren dertig de import van de Amerikaanse artikelen onbetaalbaar maakte. Sylvester stapte over op de handel in konijnen. Geïntrigeerd door het laatste nieuws over de atoomsplitsing, adverteerde hij in de krant met de diensten van vier Atoomsplits Torpedo Sneldekrammen uit zijn fokkerij.

Vellenpaleis
De eerste weken van de oorlog bracht Sylvester door in Schoorl, waar de Duitsers een interneringskamp hadden ingericht voor burgers met een Brits, Frans of Belgisch paspoort. In het register werd onder zijn naam en adres geschreven: vollblutneger. Sylvester was verrast door deze aanduiding, maar vond het eigenlijk niet eens zo slecht klinken.

Toen de Duitsers er zeker van waren dat de konijnenfokker uit Twente geen bedreiging vormde, werd Sylvester op vrije voeten gesteld. Samen met Roosje bouwde hij zijn fokkerij uit tot een handel in paardenhaar en vellen van alle denkbare dieren dat de imposante naam Twents Vellenpaleis Firma Menthol kreeg.

Sylvester overleed in 1955 op 64-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Hengelo. Op zijn sterfbed had hij een bevriende kapelaan een envelop in de handen gedrukt, met daarin een keurig getypte tekst voor een allerlaatste advertentie in de krant waarin hij zijn publiek bedankte voor de klandizie door de jaren heen.

De advertentie sloot af met een hartenkreet: 'Al wordt een neger veelal achtelijk genoemd, toch draagt hij geen masker, maar geeft uiting aan zijn gevoelens op zijn manier. U dankend voor het lezen, de volbloedneger Menthol.'

Frank Krake: Menthol, uitgeverij Achtbaan, €19,95

Neger of zwarte?

Joseph Sylvester (1890-1955) noemde zichzelf in woord en geschrift met trots een rasechte volbloedneger, maar Frank Krake begreep dat tegenwoordig heel anders naar het gebruik van deze termen wordt gekeken. Via het slavernij-instituut Ninsee kwam de schrijver in contact met historicus Leo Balai. Deze las het manuscript door en deed Krake het advies aan de hand om in de passages met een historische context het woord neger te gebruiken en in alle andere gevallen het woord zwarte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden