Plus

Hoe krijgen we de vogel terug in de wei?

Het gaat slecht met de weidevogel, ondanks alle inspanningen. Tijd voor drastische maatregelen? 'Terugkeer naar de landbouw van vroeger is helemaal niet zo moeilijk.'

Boer Kees Lambalk heeft in het voorjaar de zorg over zo'n zestig nesten op zijn land in de Bovenkerkerpolder Beeld Jean-Pierre Jans

Toen hij zijn veehouderij begon in de jaren tachtig, kon hij naar eigen zeggen geen tureluur van een grutto onderscheiden. Nu staat bij de ingang van zijn boerderij een metershoge gruttopaal, een onderscheiding voor de inspanningen van boer Kees Lambalk voor de opvang van weidevogels op zijn acht hectare weiland in de Bovenkerkerpolder bij Amstelveen.

Vanzelf gaat het allemaal niet, vertelt Lambalk over de zorg voor de ongeveer zestig nesten die hij elk voorjaar onder zijn hoede heeft. De veehouder heeft in die maanden niet alleen te stellen met predators als de vos, de ooievaar en de reiger, die graag een paar jonge weidevogels lusten, maar ook met inspecteurs die scherp in de gaten houden of hij zich aan alle voorwaarden voor de jaarlijkse subsidie houdt.

Lambalk: "Niemand vertrouwt elkaar. Dat leidt in de praktijk tot een heel ingewikkeld systeem. Er wordt veel geld rondgepompt, en slechts een deel daarvan komt uiteindelijk terecht bij de boeren die het beheer uitvoeren." De bijdrage die de veehouder ontvangt is vooral bedoeld om de schade te vergoeden die het beheer veroorzaakt. "Mijn koeien geven ongeveer veertig procent minder melk. Dat wordt vergoed."

Gruttoboer
Nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de dramatische daling van het aantal weidevogels in Nederland verbazen Lambalk niet. In de ruim twintig jaar dat hij als zogeheten gruttoboer actief is, heeft Lambalk geleerd dat het voortdurend zoeken is naar wat werkt. "We zijn hier in de polder met twaalf betrokken boeren die er aardigheid in hebben. Maar dan nog gaan veel legsels verloren."

De inspanningen van agrariërs als Kees Lambalk zijn welkom, zegt de Groninger hoogleraar Theunis Piersma, maar ze zijn niet voldoende om het tij te keren. Over de CBS-cijfers: "Alle ecologie is zo langzamerhand uit onze landbouw verdwenen. De weidevogel paste in de agrarische sector, maar die tijd is voorbij. Wat is gebleven, is louter technologie."

Een technologie die volledig ten dienste staat van de melkfabriek en de haven van Rotterdam. "Ook veel boeren zijn helemaal niet gelukkig met de intensieve landbouw," vertelt Piersma die gespecialiseerd is in de ecologie van de trekvogel, in het bijzonder de grutto. "En dat terwijl de klassieke landbouw zonder gebruik van meststoffen, gif en krachtvoer heel goed in staat is om de wereld te voeden."

De natuur zal er ook wel bij varen, meent Piersma. "De intensieve landbouw en veehouderij pleegt roofbouw op de grond en wat daar op leeft. Waar vind je nog een vlinder in de wei, een sprinkhaan of een paddenstoel? Dat is er allemaal niet meer. Graslandkunde was vroeger een vak in Wageningen. Ook dat bestaat niet meer."

Boerenverstand
Gek genoeg is Piersma niet somber over de toekomst van de polder. "Er zijn ongelooflijk veel oplossingen om een rijke bodem te creëren. Ik heb net een fantastisch boek gelezen van de Engelse agri-journalist Graham Harvey over een terugkeer naar de klassieke landbouw. Een gezonde bodem levert gezond voedsel op, en levert via de opslag van CO2 in de bodem meer duurzaamheid dan alle windmolens en zonnepanelen."

Piersma pleit voor de terugkeer van het klassieke boerenverstand, zoals hij het noemt. "Een terugkeer naar de landbouw van vroeger is helemaal niet zo ingewikkeld, en het is de oplossing voor onze problemen met het klimaat, de volksgezondheid en de biodiversiteit. Ik denk dat de boeren er zelf ook gelukkiger van zullen worden, en dat geldt zeker ook voor de weidevogels op hun land."

Veranderend landschap

Sinds 1960 is het aantal boerenlandvogels met 60 tot 70 procent teruggelopen. Het aantal patrijzen, zomertortels, ringmussen is gedecimeerd en van de grutto's is twee derde verdwenen. Sommige vogelsoorten komen in grote delen van Nederland bijna niet meer voor, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Wel volop aanwezig in agrarisch gebied is de gans: de kolgans, de brandgans, de grauwe gans, de Canadese gans en de Nijlgans. Zij gebruiken het boerenland niet om te broeden, maar om zich te voeden. Er zijn volgens het CBS nu tien keer zo veel ganzen als in 1975.

Het CBS verklaart de afname van het aantal boerenlandvogels uit veranderingen in het landschap. Er is minder landbouwgrond dan voorheen, doordat er huizen zijn gebouwd en bedrijventerreinen en wegen aangelegd. De resterende landbouwgrond heeft ook een ander karakter.

Er worden andere gewassen verbouwd, waardoor het voedselaanbod voor vogels is veranderd. Er zijn sloten gedempt, oneffenheden geëgaliseerd en heggen en boomsingels verwijderd. Hiermee verdwenen broedplekken van boerenlandvogels.

Op de huidige grasakkers, met weinig voedsel en weinig dekking tegen belagers, hebben weidevogels geen goede overlevingskans. Roofdieren kunnen kuikens makkelijk vinden op intensief bemaaide weilanden, stelt het CBS. De achteruitgang van het aantal boerenlandvogels kan volgens het statistiekbureau 'niet los worden gezien van de intensivering in de landbouw'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden