Plus

Hoe hufterig zijn Amsterdammers?

Valt het mee of valt het tegen? Twee meningen over hufters. Nemen ze de stad over of is hufterig gedrag gewoon van alle tijden? Kunnen we onszelf nog wel in de hand houden? En waarom zijn er eigenlijk niet veel meer hufters? 'Vieze kut, rot op met je bakfiets!'

Beeld Floor Rieder

De hufter schuilt in ons allemaal. Wie dat niet gelooft, moet er maar eens de boeken van Norbert Elias bij pakken. In Het civilisatieproces, zijn vuistdikke standaardwerk uit 1939, beschrijft de Duitse socioloog aan de hand van oude etiquetteboekjes hoe mensen zich sinds de middeleeuwen steeds beschaafder en fatsoenlijker zijn gaan gedragen. Of misschien beter: hoe ze er steeds beter in slaagden de hufter in zichzelf te onderdrukken.

Aanbevelingen voor de brave burger uit lang vervlogen tijden. In een kast mag je niet urineren. Voor open deuren of ramen mag je niet poepen. In het tafellaken mag je je neus niet snuiten en als je het wel keurig in je zakdoek hebt gedaan, mag je niet vervolgens publiekelijk het resultaat gaan zitten bestuderen. Bij het spugen op straat moet je opletten dat je niemand raakt. En tijdens het eten mag je niet in je neus peuteren om vervolgens je vinger in de sauskom te steken.

'Hé scheids!'
Beschaving, schreef Arnon Grunberg donderdag niet voor niets in zijn minicolumn op de voorpagina van de Volkskrant, 'is vooral zelfcensuur'.

Kom daar dezer dagen nog eens om. Mobieltje weg tijdens het afrekenen bij de kassa? Stoppen voor het zebrapad? Een ander voor laten gaan of zelfs maar wachten op je beurt? Troep in de prullenbak gooien? Bumperkleven? "Hé scheids, hondenlul!"

Marcel Wiegman. Beeld Linda Stulic

Ga tijdens het spitsuur een half uurtje in de Damstraat staan en je weet hoe het ervoor staat met ons vermogen tot wellevendheid: "Vieze kut, rot op met je bakfiets!"

Hoe heeft het zo mis kunnen gaan?

Onaantastbaar
Na de verzuiling, schreef de Vlaming Geert van Istendael, 'muteerde de netjes verkavelde verdraagzaamheid tot algemeen wildplassen. Na provo en de bezetting van het Maagdenhuis heeft Nederland tussen de brutale bek en het vrije woord een gelijkheidsteken geplaatst. Aangezien het vrije woord in een democratie inderdaad onaantastbaar is, kon het grofste van het grove niet alleen bon ton worden, maar, we zijn in Nederland, vrienden, werd grofheid dus ook nog eens plicht.'

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) schaamde zo'n 36 procent van de Nederlanders zich er vorig jaar soms voor om Nederlander te zijn. Twee jaar daarvoor was dat nog vijf procentpunt minder.

"We zijn met zijn allen heel trots op onze vrijheid van meningsuiting, maar schamen ons dan weer voor de hufterigheid die daaruit voortkomt," zei adjunct-directeur Rob Bijl van het SCP bij wijze van toelichting.

Pim Fortuyn
Gedenken wij de profetische woorden van wijlen Pim Fortuyn: "Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg. At your service!"

De plurk is in Nederland tot held verheven. Of hij zijn geld nou verdient als cabaretier of columnist. En aan het einde van de rit staan voor de hedendaagse martelaren van het vrije woord 72 maagden te wachten. Is het dan nog gek dat niemand zich in Nederland nog geroepen lijkt te voelen om zich een beetje te beperken bij het etaleren van zijn primaire driften?

Socioloog en filosoof Bas van Stokkom van de Radboud Universiteit in Nijmegen schreef in 2010 het boek Wat Een Hufter! In 1997 beweerde hij nog 'dat het morele klimaat in Nederland opener was geworden'. Ruim tien jaar later luidde het oordeel: 'De balans valt nu, na een bewogen decennium, negatiever uit. De publieke moraal is verder verschraald en lompe en brutale omgangsvormen lijken zich verder te hebben verbreid.'

Hufter Manifest
Verhuftering leidt tot verharding, aldus Van Stokkom. In de ieder-voor-zichcultuur wordt compassie verdacht gemaakt. "Wie medelijden zegt te voelen met mensen die hij helemaal niet kent, moet welhaast hypocriet zijn."

De middelvinger als troetelkind van de boze burger. 'Hufters zijn mensen die zich niet houden aan de normen die de fatsoenterroristen hebben opgesteld,' schreef GeenStijl in zijn Hufter Manifest.

En fatsoen? Tja, dat weten we natuurlijk allemaal. 'Fatsoen is de kanker van de samenleving'. Dan kun je toch beter gewoon in elkaars kast gaan staan urineren.

Zijn er te veel hufters? Die vraag laat zich eenvoudig beantwoorden: ja, er zijn te veel hufters. Er zijn altijd te veel hufters. Een veel ingewikkeldere vraag is waarom er niet veel meer hufters zijn.

Als je wilt, kom je het overal tegen: hufterigheid. Bezie de wereld door een ergenisbril en je stuit om de haverklap op asociaal gedrag. De bumperklevende patjepeeër in z'n dikke BMW. De hondsbrutale scholieren die voordringen bij de kassa. De luidruchtige buurvrouw die haar vuilnis op de verkeerde dag buitenzet. Irritaties liggen voor het oprapen als je in een van de dichtstbevolkte landen ter wereld woont. Een land dat ook nog eens prat gaat op zijn recht-voor-z'n-raapmentaliteit en waar botheid als een deugd wordt gezien.

Hufterigheid is van alle tijden. De spelregels van het sociale verkeer zijn subjectief, aan verandering onderhevig en multi-interpretabel, en er zullen altijd mensen zijn die ze zo ver oprekken dat de grens wordt overschreden van wat wij, de niet-hufters, nog betamelijk vinden. Die mensen, die noemen we de hufters.

Leeg blikje
Want de hufter is altijd de ander: niemand zal zijn eigen gedrag als hufterig beschouwen. De rij omzeilen heet dan opeens assertiviteit, een leeg blikje op straat gooien werkverschaffing voor straatvegers en midden in de nacht harde muziek draaien: ach, dan moeten de buren maar in een hutje op de hei gaan wonen.

Roelf Jan Duin. Beeld Linda Stulic

Eens in de zoveel tijd voelen politici zich geroepen om zich te bemoeien met de op dat moment geldende omgangsvormen. Dries van Agt kwam met zijn ethisch reveil, Jan-Peter Balkenende bleef hameren op normen en waarden en Mark Rutte hield vorig jaar op een partijcongres een speech waarin hij van leer trok tegen de 'dikke ik'. Een toespraak die overigens nauwelijks resoneerde: het morele gezag van de VVD-premier bleek minder groot dan hij had gehoopt.

Individualisering
Bovendien verstond hij de tijdgeest niet goed: bij Nederlanders neemt de ergernis over het onaangepaste gedrag van de ander al jaren gestaag af. Uit het tweejaarlijkse rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) De sociale staat van Nederland blijkt dat de verhuftering van de samenleving steeds minder als een probleem wordt gezien. Tien jaar geleden maakte twee derde van de bevolking zich zorgen over het verval van normen en waarden, vorig jaar was dat nog maar 58 procent.

Daarvoor zijn twee verklaringen denkbaar. Mogelijk heeft de toenemende individualisering als neveneffect dat we ons minder ergeren aan de ander. Weggedoken in je mobiele telefoon gaat een hoop asociaal gedrag langs je heen en als je je buren niet kent, hoef je je ook niet aan ze te ergeren.

Ongemanierde ploerten
Maar zou het ook kunnen dat het wel meevalt met de verhuftering van de samenleving? Dat het er in Nederland, die paar ongemanierde ploerten en onaangepaste horken daar gelaten, behoorlijk hoffelijk aan toe gaat? Is het niet verbazingwekkender dat er überhaupt zoiets bestaat als een stiltecoupé dan dat er af en toe mensen zijn die er, o schande, een gesprek voeren?

Ja, de burger heeft een steeds grotere mond gekregen en eist met een bijna vanzelfsprekende verontwaardiging zijn plek op in de publieke ruimte. Inspreekavonden lopen uit op scheldpartijen, politici worden beschouwd als verbale boksbal. Maar is dat enkel hufterigheid of schuilt achter die verontwaardiging niet ook een diep verlangen naar gemeenschapszin van burgers die zich niet gehoord en erkend voelen? Noem mij, bevestig mijn bestaan!

Verabsoluteerde vrijheid
En ja, er zijn mensen die de fiscus tillen, die de scheidsrechter op zaterdagochtend de huid volschelden en die hun SUV met draaiende motor op de stoep parkeren. Maar daartegenover staat een veel grotere groep mensen die keurig hun belangstingaanslag invullen, vrijwillig bardiensten draaien in de voetbalkantine en voor het zebrapad wachten tot de voetgangers zijn overgestoken.

Waarom zijn er niet veel meer hufters? Is het welbegrepen eigenbelang of zou het meer zijn? Mogelijk herbergt de maatschappij ondanks de ontzuiling, de ontkerkelijking en de vrijwel verabsoluteerde vrijheid toch nog voldoende centripetale krachten die ons afhouden van de kladderadatsch.

De hufter plaatst zich buiten de sociale orde. Hoe dwingend die sociale orde nog steeds is, toont dat het allemaal wel meevalt met de verhuftering.

Dit is het eerste deel van een serie over hufterig gedrag in de stad. Volgende week deel 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden