Plus

Hoe geef je les in burgerschap als de puber blijft geloven in complotten?

Een stevig internationaal rapport uit kritiek op het Nederlandse burgerschapsonderwijs. In Amsterdam probeert een groep docenten daar al iets aan te doen. 'Ik zeg niet hoe ze móéten denken.'

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Als Chantal Alkemade, docent maatschappijleer en rekenen op vmbo-school Noorderlicht, vindt dat een discussie uit de hand loopt, gooit ze er altijd iets persoonlijks in.

Wordt er 'kanker' geroepen, dan begint ze over haar vader die de ziekte had. Gaat het over de Holocaust, dan noemt ze voorbeelden van overlevenden van de Tweede Wereldoorlog uit haar omgeving.

In een klaslokaal boven in het Kohnstammhuis van de Hogeschool van Amsterdam, met uitzicht over de hele stad, komt een clubje van zeven leraren bij elkaar, na een lange schooldag, onder tl-licht in een klein kringetje.

Dit is de Dialooggroep, gefinancierd door de gemeente, geïnitieerd door Hessel Nieuwelink van de HvA, docent aan de lerarenopleiding, gespecialiseerd in burgerschap en Amsterdammerschap.

Complottheorieën
Homoseksualiteit, aanslagen, de Holocaust, 'de media', maar ook seks, zijn niet altijd makkelijk te bespreken in klassen waar leerlingen uit uiteenlopende werelden komen.

Sinds een tijdje komen leraren die burgerschap geven op basisscholen, middelbare scholen en mbo's, daarom tweemaandelijks bij elkaar, om te praten over lastige gesprekken in de klas, alternatieve feiten, complottheorieën en hoe persoonlijk je moet worden als leraar. Hier kunnen ze in een besloten omgeving hun knelpunten delen, in discussie gaan met elkaar zonder ergens op afgerekend te worden.

Allemaal hebben ze typisch Amsterdamse klassen van basisschoolleerlingen, vmbo'ers, havisten, vwo'ers of mbo'ers. Hun leerlingen zijn divers en uitgesproken.

Alkemade merkt dat als haar leerlingen maar gewoon mogen zeggen wat ze vinden, ze het beste kunnen discussiëren. "Ze willen niet dat je als docent ze probeert te overtuigen." Andere docenten delen die visie. "Een puber kun je bijkans niets ergers aandoen dan hem of haar een mening opleggen."

Maar daar kan het ook meteen wringen, want wie in complottheorieën gelooft, moet toch op zijn minst een feitelijk verhaal voorgeschoteld krijgen? Nieuwelink: "Feiten doen ertoe, hoe omstreden ze ook zijn."

Complottheorieën zijn een heet hangijzer. Vroeg of laat loopt iedereen ertegenaan. 9/11 was een CIA-onderonsje, de aanslagen in Parijs een zionistisch complot, de Bilderberggroep bepaalt hoe de wereld in elkaar steekt, de maanlanding is in scène gezet.

"Soms weten ze zo veel, en de filmpjes die je online vindt, zijn erg overtuigend. Ik ga er soms ook haast van twijfelen," erkent Laura Polder, docent burgerschap op het ROC van Amsterdam.

Leraren lopen dan ook tegen de grenzen van hun kennis op. Over sommige onderwerpen waar leerlingen zich obsessief in hebben verdiept, weet je gewoon minder. Jaap Kraak, ook docent burgerschap op het ROC van Amsterdam, blijft vooral doorvragen. "Ik vraag ze naar hun bronnen, vraag of ze het logisch vinden dat een veiligheidsdienst een aanslag zou plegen."

Filter aanbrengen
Of je de leerlingen die maar wat graag de hakken in het zand zetten over hun online verworven inzichten overtuigt, is de vraag. Maar dat is ook niet per se erg, vindt bijvoorbeeld Alkemade: "Ik ga ze niet mijn mening opdringen, ik geef nuance, probeer ze een spiegel voor te houden, een filter aan te brengen."

Een kritisch internationaal onderzoek naar het burgerschapsonderwijs, dat in 24 landen is uitgevoerd in het kader van International Civic and Citizenship Education Study (ICCS), kwam gisteren uit en stelt dat Nederlandse jongeren flink achterlopen op hun Europese leeftijdsgenoten wat betreft kennis over gelijke rechten, een democratische samenleving en vreedzaam samenleven.

Leraren zouden te star vasthouden aan boeken en te weinig ruimte geven aan verschillende visies in discussies. Leerlingen klagen dat school te weinig aan burgerschap doet, dat ze weinig ruimte hebben voor een eigen mening. De onderzoekers, onder wie UvA-hoog­leraar Anne Bert Dijkstra, maken zich zorgen.

Inzicht in stapjes
Nieuwelink vindt dat burgerschap nog steeds erg weinig aandacht krijgt, ook binnen veel lerarenopleidingen. "In het mbo kan een school met één projectje de verplichting afvinken. Daarbij ligt er vaak weinig nadruk op macht, uitsluiting en democratie. Dat zijn juist de aspecten waar ICCS nu ook weer op wijst. We moeten met burgerschap echt ambitieuzer worden."

Polder merkt dat inzicht bijbrengen in stapjes gaat. Ze sprak laatst over online pesten en de zelfmoord van een Turks-Nederlandse jongen nadat er naaktfoto's van hem waren rondgegaan. "Kapotdom, vonden mijn leerlingen dat. Dan zeg ik: je kunt het wel dom vinden, maar het is gebeurd, wat ga je zo'n jongen bieden?"

Het zijn lastige onderwerpen want voor sommige jongeren zijn zelfmoord, tienerzwangerschappen of homoseksualiteit uit religieuze overwegingen sowieso taboe.

"Veel jongeren praten anderen na, ik probeer ze zelf te laten nadenken. Soms vraag ik dan: wat heb je eraan dat je iemand veroordeelt of in een complottheorie gelooft, hoe gaat dat je helpen straks als professional?"

Imane Bentaher, docent maatschappijleer en Nederlands op het Caland Lyceum, is ook van de persoonlijke benadering. Toen ze laatst homoseksualiteit wilde bespreken, bedacht ze het verhaal dat een familielid homo is en binnenkort naar school moet. Wat zouden de leerlingen hem adviseren?

"Ze waren behulpzaam. Maar toen ik vroeg of ze hem zouden opnemen in hun vriendengroep, was het toch van: nee, niet." Ze verscherpte de discussie. "Kunnen we concluderen dat jullie van mening zijn dat iedereen die anders is uitgesloten mag worden?" Dat wilden de leerlingen ook niet.

Onwrikbare leerlingen
Maar leerlingen blijven ook wel eens onwrikbaar, en de docenten willen op hun beurt niet te normatief worden. Liever horen ze hoe hun leerlingen denken dan dat ze zeggen hoe ze móéten denken. Dat kan schuren met de opdracht om democratische waarden bij te brengen.

Sinds 2006 is burgerschapsvorming verplicht, maar scholen mogen zelf invulling geven aan de lessen. Steeds vaker klinkt de roep om kaders, want te veel vrijheid, maakt het lastig om de lessen te geven. Het nieuwe kabinet heeft daarom in het regeerakkoord voorgesteld duidelijkere regels op te stellen.

Deze leraren vinden dat niet allemaal een goed idee. Polder: "Als je dingen gaat opleggen, schoppen leerlingen er harder tegen aan." Alkemade: "Kaders scheppen is goed, maar lijstjes afvinken zet geen zoden aan de dijk. Dan heb je geen open gesprek meer."

Toch zijn er nog altijd leraren die discussies uit de weg gaan, die geloven dat 'ieder zijn eigen mening' voldoende is om hete discussies over Holocaustontkenning of het Palestinaconflict te beslechten. 'Vluchtgedrag' noemt Jaap Kraak dat. Polder zou wel graag een kader zien, al was het alleen al met collega's. "Zodat we meer op een lijn zitten."

Bentaher: "Je kunt niet tegenhouden wat ze op internet lezen. Het enige wat je kunt doen, is ze leren kritisch nadenken."

Steviger kaders

Het kabinet wil steviger kaders voor burgerschap. In het regeerakkoord staat: 'Er is een zorg dat het voor scholen mogelijk is om de burgerschapsopdracht niet uit te voeren zoals die bedoeld is. De burgerschaps­opdracht in de wet wordt daartoe verduidelijkt, zodat de inspectie daar scherper op kan toetsen en handhaven. Het doel is en blijft dat een school in al haar uitingen handelt in lijn met de democratische rechtstaat.'

Een woordvoerder laat weten dat, omdat er nog aan de wet wordt geschreven, er verder geen details bekend zijn. "Maar het burgerschapsonderzoek van deze week geeft aan dat de urgentie groot is."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden