PlusPS

Hoe gaat het eigenlijk met De Man?

De positie van de man is allang niet meer zo vastomlijnd en dominant als vroeger. Houdt hij zich nog een beetje staande? Deze week draait het in PS van Het Parool om maar één ding: De Man.

null Beeld Tzenko Stoyanov
Beeld Tzenko Stoyanov

Hoe gaat het eigenlijk met De Man? Ja, goed natuurlijk. Mannen zullen altijd zeggen dat het goed met ze gaat. Want mannen zeuren niet. Zeiken niet. Huilen niet. Nou ja, behalve als hun voetbalclub heeft verloren, dan huilen ze juist weer wel. Maar dat is mannelijk huilen, dat is anders. Dan drinken ze daarna hun pul bier leeg, slaan ze het terras kort en klein, kotsen ze de stoep ­onder en gaan naar ze naar huis. Want zo zijn mannen.

Gaat het over De Man dan zijn de clichés nooit ver weg, zoals bovenstaande alinea bewijst. Mannelijkheid wordt nog maar al te vaak gedefinieerd aan de hand van masculiene stereotypen - zelfvertrouwen, kracht, moed. Het archetype man twijfelt niet, maar doet.

Maar De Man lijkt momenteel harder te twijfelen dan ooit. Aan zijn bestaansrecht, aan alle zekerheden waaraan hij zijn mannelijkheid ontleende, aan zijn positie in een maatschappij die feminiene eigenschappen steeds hoger aanslaat. En die twijfel brengt op zijn zachtst gezegd niet het allerbeste in de man boven.

In het recentelijk in alle hevigheid uitgebarsten genderdebat gedraagt De Man zich op een manier die altijd voor vrouwelijk werd versleten: ronduit hysterisch.

Neem alle ophef over de genderneutrale wc's of de aankondiging van de NS dat reizigers niet langer met 'dames en heren' worden aangesproken.

Dat is natuurlijk makkelijk af te doen als 'diversiteitsgedram' of een typisch komkommeronderwerp in een nieuwsluwe zomer, maar de heftigheid waarmee de afgelopen weken de discussie hierover werd gevoerd verraadt een groter ongemak over veranderende verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Een ongemak dat vooral door de eerstgenoemde groep wordt gevoeld.

Laatste stuiptrekking
In veel reacties van mannen klinkt behalve verontwaardiging ook angst door: er wordt hen iets afgenomen. En al gaat het om iets futiels als een openbaar toilet, het staat voor iets groters. En dat iets bedreigt de man.

De positie van de man is al lang niet meer zo vastomlijnd en dominant als pak 'm beet een halve eeuw geleden. Alle statistieken bewijzen dat hij steeds meer terrein moet prijsgeven. Meisjes presteren beter op school, de arbeidsparticipatie van vrouwen neemt toe en op zowel de werkvloer als daarbuiten worden 'vrouwelijke eigenschappen' zoals empathie en kwetsbaarheid hoger aangeslagen. Het feminisme is aan de winnende hand.

Een tegenbeweging tekent zich af. Volgens socioloog Abram de Swaan, schrijver van het boek De Strijd der Geslachten, is de opleving van de mannelijkheidscultuur en de opkomst van reactionaire bewegingen niet los te zien van de veranderende positie van de man.

De aantrekkingskracht van het jihadisme en alt-right is volgens De Swaan voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het gekrenkte eergevoel van mannen die vrezen overspoeld te worden door de volgende feministische golf en binnenkort niets meer te vertellen te hebben. De Swaan spreekt van 'de laatste stuiptrekking van het gedoemde patriarchaat'.

Waar een genderneutrale wc niet toe kan leiden.

De gemiddelde Amsterdamse man. Of toch niet? Beeld Olivier Heiligers
De gemiddelde Amsterdamse man. Of toch niet?Beeld Olivier Heiligers

PS stort zich deze week op De Man in het algemeen, en de Amsterdamse man in het bijzonder. Wie is hij, wat doet hij, wat leest hij en wat betekent man-zijn voor hem?

Antenne van het hart
Om alvast een open deur in te trappen: dé Amsterdamse man bestaat niet. Godzijdank niet. Uit een enquête van onderzoeksbureau OIS van de gemeente onder 400 Amsterdamse mannen blijkt dat geenszins sprake is van, excusez le mot, eenheidsworst. Ze zijn groot, ze zijn klein, ze zijn rijk, ze zijn arm, ze zijn hetero, ze zijn homo of ze zijn iets wat daar tussenin of daar juist buiten ligt. Amsterdamse mannen zijn zo divers als de stad zelf.

Wat alle (cisgender) mannen in elk geval gemeen hebben is een piemel. Behalve voor plassen en seks (waar meer de dan helft van de ondervraagden naar eigen tevredenheid aan doet) is die ook te gebruiken als een indicator van de eigen gezondheid. 'De antenne van het hart', noemt een uroloog die later deze week in PS aan het woord komt de penis. Erectieproblemen duiden bijna altijd op een groter onderliggend medisch probleem: hart- en vaatziekten, psychische klachten, stress. "Luister goed naar uw geslachtsorgaan," geeft hij zijn patiënten mee.

Gemiddeld hebben Amsterdamse mannen 6,74 goede vrienden, blijkt uit de enquête van OIS. Dat exacte getal verbloemt hoever de antwoorden uiteenlopen: sommige ondervraagden hebben wel twintig goede vrienden, anderen maar een of twee. Woensdag staat in PS een verhaal over mannenvriendschap: de bromance.

IJdeltuiten
Zijn Amsterdamse mannen ijdeltuiten? Dat valt wel mee: ze staan iedere ochtend een kleine vijf minuten voor de spiegel. 65 procent van de ondervraagden is tevreden met het eigen uiterlijk, een kwart vindt zichzelf te dik of te dun. Een blad als Men's Health richt zich vooral op die laatste groep.

Daar zit een markt: bijna tachtig procent van de ondervraagde mannen houdt van sporten, dertig procent gaat weleens naar de sportschool. Ook andere mannenbladen proberen de man aan te spreken op zijn vermeende interesses: horloges, auto's en scheergerei (een op de drie Amsterdamse mannen heeft een baard of een snor). PS duikt deze week ook in de wereld van de mannenbladen.

Over uiterlijkheden gesproken: vrijwel alle door OIS ondervraagde mannen zijn tevreden over hun eigen lengte. Maar wat als hun vrouw of vriendin langer is? Dinsdag staan in de krant een aantal portretten van mannen met een vriendin die boven hen uittorent. Wat doet dat met een man?

En ook al is het al lang niet meer het exclusieve domein van de man, klussen blijkt nog altijd een prettig tijdverdrijf te zijn. Dertig procent houdt echt niet van timmeren en boren, maar de meerderheid van de Amsterdamse mannen doet het met plezier. Hoeveel plezier? Daarvoor hangen we een dag rond in de grootste bouwmarkt van de stad.

Een paar testikels
"Wat maakt een man een man?" vraagt Jeffrey Lebowski aan 'The Dude' in de sleutelscene van The Big Lebowski, de mannenfilm bij uitstek.

In de cultfilm uit 1998 spelen regisseurs Ethan en Joel Coen met genderstereotypen. Tegenover uitgesproken masculiene karakters met een obsessie voor oorlog, seks en het verwerven van rijkdom staat de blowende Dude, die het tegenovergestelde manbeeld representeert: ambitieloos, zachtmoedig en permanent stoned.

De miljonair Lebowski pocht tegen The Dude over alle prestaties die hij heeft geleverd, met alle tegenslagen die hij heeft overwonnen en met al het geld dat hij heeft verdiend. "Wat maakt een man een man? Is het klaar staan om altijd het goede te doen, ongeacht de kosten?" vraagt hij. "Dat, en een paar testikels," antwoordt The Dude.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden