Plus

Hoe gaat Amsterdam in het jaar na Parijs radicalisering te lijf?

In het jaar na de aanslagen in Parijs volgde Het Parool hoe Amsterdam-West radicalisering bestrijdt. Er is veel onvrede en teleurstelling, maar eindelijk worden taboes doorbroken.

Door dat probleem zo openlijk te benoemen, gaat voorzichtig de deur open voor het actieprogramma Stay West van het stadsdeelBeeld Shutterstock

"Papa, ik wil aan het werk, ik wil aan de bak. Ik wil niet bedelen, ik wil een functie. In Nederland ben ik werkloos, maar hier doe ik iets nuttigs." Het is het telefoontje dat vader Mohammed krijgt van zijn zoon, als die in 2013 naar Syrië is gereisd.

Mohammed vertelt erover in februari, tijdens een debat in moskee Badr in West, waar ouders ademloos luisteren. Mohammed legt uit hoe de grond onder hem vandaan zakte toen zijn zoon hem belde. "Papa, ik ben in Aleppo. Ik ben hier om mensen te helpen." Een paar maanden later is zijn zoon dood. Het is muisstil in de zaal.

Antiradicaliseringsprogramma
Maar toch is een extremistisch geluid nooit ver weg, ook die avond niet. In de zaal staat een jongeman op, met donker haar en donkere ogen. Vol vuur verkondigt hij dat een reis naar Syrië jongeren 'relevant' maakt.

Zijn betoog maakt mensen onrustig, de imams op het podium leggen hem met luide argumenten het zwijgen op. Na afloop van het debat loopt de jongeman, samen met een groepje gelijkgestemden, door de moskee. Hij is prikkelbaar, onrustig en lastig aan te spreken. Hij is lid van Hizb ut-Tahrir, een radicaal-islamitische groep.

De felle jongeman behoort tot een minderheid. Slechts een heel kleine groep Amsterdammers is verleid tot de gewelddadige jihad, maar de maatschappelijke problemen die achter die radicalisering schuilgaan, worden door een groot deel van de islamitische gemeenschap in Amsterdam ervaren.

Het Parool volgde een jaar lang een antiradicaliseringsprogramma van stadsdeel West en hoorde de moeders die vrezen dat hun kinderen worden geronseld, de vaders met een diep wantrouwen naar de
Nederlandse media en de jongeren die ervaren dat ze worden achtergesteld.

Maar ook moskeebestuurders die zoeken naar verbinding, imams die twijfelen over theologische vernieuwing, de salafist die telkens angstige blikken krijgt en jongerenwerkers die met opvallend veel vuur vertellen over de wereld van hun jongeren, thuis en op straat.

Discriminatie
Het is een gesloten wereld, waar veel op het spel staat. Dat realiseert ook stadsdeelvoorzitter Gerolf Bouwmeester zich als hij op 19 november 2015 spreekt in het bomvolle debatcentrum De Nieuwe Liefde. Enkele dagen na de bloedige aanslagen in Parijs is de sfeer daar bijna elektrisch geladen.

"Voor veel moslims is het leven niet makkelijker geworden. Het is pijnlijk duidelijk geworden: we leven langs elkaar heen. Moslims moeten zich keer op keer bewijzen voordat ze worden geaccepteerd. Er wordt met twee maten gemeten - en dat is geen gevoel, dat ís zo."

Eindelijk, het was gezegd, en nog door een witte Nederlandse man ook. Na dagen waarin Amsterdamse moslims voor de zoveelste keer was gevraagd islamitische terreur te veroordelen, raakt Bouwmeesters' boodschap een snaar bij zijn jonge publiek.

Door dat probleem zo openlijk te benoemen, gaat voorzichtig de deur open voor het actieprogramma Stay West van het stadsdeel. Het richt zich nadrukkelijk op het bijeenhouden van álle bevolkingsgroepen waar onvrede heerst. Moslims, Joden en autochtone Amsterdammers.

Zonder zijden handschoenen
Maar met Syrië in brand en aanslagen in Europa, focust Stay West zich vooral op het voor­komen van radicalisering onder moslims. Met begrip, maar zonder zijden handschoenen: nog diezelfde avond zegt Bouwmeester ook dat Amsterdamse moslims te veel in de slachtofferrol kruipen. Te makkelijk wordt gezegd dat racisme de oorzaak is van gemiste kansen.

In het jaar dat volgt worden taboes doorbroken en daardoor ontstaan inzichten. Het overgrote deel van de moslims in West heeft de ervaring dat zij een andere behandeling krijgen dan blanke Amsterdammers. De jongeren krijgen geen werk en ouders menen dat leraren hun kinderen tegenwerken op school. Buitenstaanders zouden het gevoel niet begrijpen. Er is een Marokkaans spreekwoord: vraag het niet de dokter, vraag het iemand die het heeft meegemaakt. Dan pas snap je hoe het is.

Ver verwijderd
In de ogen van Najoua (40), moeder van vier kinderen, is achterstelling een dagelijks realiteit. "De maatschappij weet niet wat ze onze kinderen aandoet. Je moet heel mondig zijn om kansen te krijgen."

Tegelijkertijd wordt juist te vaak en te snel gesproken van racisme, vindt diezelfde moslimgemeenschap. Gefrustreerde ouders dragen de ontgoocheling over de eigen positie in Nederland over aan hun kinderen. Touria, die moeders training geeft: "Soms vertelt een kind bijvoorbeeld over een tegenslag op school. Het kind voelt zich niet gediscrimineerd, maar de ouders wel. Als het in het leven even niet meezit, zijn conclusies snel getrokken."

Mede door die achtergestelde positie voelt een deel van de jongeren zich zó ver verwijderd van de Nederlandse maatschappij dat zij zijn uitgereisd. Ook uit West. Cijfers daarover worden angstvallig stilgehouden, maar de zorg is groot.

Gevaar
Voor ouders zijn ronselaars voortdurend aanwezige, maar ongrijpbare figuren. Er gaan verhalen over ronselaars op het Mercatorplein, maar vaders en moeders zijn vooral bang dat hun kinderen op internet met radicalen in contact komen. Uit angst wordt veel niet gemeld bij de politie en men vreest ook de ronselaars. Een anonieme moeder: "Als je iets zegt, kan het hele gezin gevaar lopen."

De ronselaars weten feilloos de jongeren te vinden die worstelen met hun identiteit of zoeken naar de warmte van een groep. Een jongeman, die ooit flirtte met het idee naar Syrië te reizen, vertelt erover: "Die jongens konden heel overtuigend praten, ze selecteren bepaalde verzen die in hun straatje passen en halen die uit hun context.

"Mijn kennis was heel beperkt en die van mijn ouders ook. Bij die radicale groep vond ik de duidelijkheid waarnaar ik op zoek was. Op een gegeven moment ging ik zelfs mijn moeder vertellen dat ze haar geloof verkeerd beleed."

Emotionele armoede
Veel jongeren hebben de kennis niet om weerbaar te zijn. Ouders vrezen het moment dat kinderen op zoek gaan naar een eigen identiteit, omdat ze weten dat zij niet de theologische of maatschappelijke ontwikkeling hebben om de vragen van hun kinderen te beantwoorden. Op straat wordt over levensvragen en zingeving niet gesproken: de cultuur van snel geld, stoerdoenerij en emotionele armoede overheerst, naast reële problemen als geldgebrek en huiselijk geweld.

Bij de moskee dan? De meeste imams komen uit het buitenland, zonder benul van de wereld van Amsterdamse jongeren, die juist zo'n behoefte hebben aan context en duiding van de Koranverzen. De imams kunnen niet uitleggen hoe een puber moet omgaan met, bijvoorbeeld, alcohol op een schoolfeest. Zoals een imam het verwoordt: "Tachtig procent van de moskeeën schiet tekort."

Intussen dringt het geweld tegen moslims ook door in Amsterdam-West: via de tv. In veel gezinnen staat Al Jazeera de hele dag aan, waar gruwelijkheden uit Syrië en Irak minuut na minuut worden getoond. Velen voelen zich machteloos bij het zien van wat de oemma, de door moslims diep gevoelde 'spirituele geloofs­gemeenschap', wordt aangedaan.

Complottheorieën
Tegelijk is er enorme achterdocht jegens Nederlandse media. Voor het echte nieuws moet je op Facebook zijn, is het idee, maar daar is de bevestiging te vinden van de toch al populaire complottheorieën. Het stadsdeel geeft nu cursussen over mediagebruik. Trainster Touria: "Voor velen is het een eyeopener als ik uitleg waarom Neder­landse media meer aandacht besteden aan aanslagen in Frankrijk dan aan bommen in Syrië."

Dat zulke onderwerpen eindelijk openlijk worden besproken, lijkt pure winst. Een jonge vrouw geeft in een volle moskee de imams en de ouders de schuld van de onthechting die veel jongeren voelen, terwijl een oudere Marokkaanse man juist met een beschuldigende vinger naar de aanwezige overheid wijst. De discussie leidt ook tot introspectie.

Trots
Een moskeebestuurder: "We moeten het normaal gaan vinden dat mensen ons anders bekijken. We moeten blijven groeten. Het betekent: van mij komt geen kwaad."

Dat denkt ook de imam van de Al Taqwa Moskee, die enkel nog in het Nederlands preekt, want 'als je liefdevolle islam wilt belijden, moet je te verstaan zijn'.

Hij houdt zijn luisteraars regelmatig voor: "Vijfennegentig procent van de beeldvorming kun je niet beïnvloeden, maar je eigen houding wel. Iedereen heeft de plicht om zich aan een ander aan te passen, maar je mag ook trots zijn dat je een moslim bent, zoals je er ook trots op bent Amsterdammer te zijn."

Stay West

Amsterdam-West wil met het anti­radicaliseringsprogramma Stay West polarisatie tussen bevolkingsgroepen voorkomen. Daarom is er aandacht voor alle bevolkingsgroepen die onvrede voelen: Joden die niet met een keppeltje op over straat durven, moslims die zich niet welkom voelen en autochtone Amsterdammers die hun wijken in hoog tempo zien veranderen.

Doel van Stay West is die groepen met elkaar in contact te brengen en te laten discussiëren. In het afgelopen jaar werden, naast thema-avonden, vijf opvoed­debatten georganiseerd voor tachtig vaders en dertig moeders. Zeventig jongerenwerkers, agenten en moskeebestuurders zijn getraind in het herkennen van radicalisering. 250 leerlingen van scholen hebben 'socratische gesprekken' met elkaar gevoerd om hen weerbaarder te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden