Plus PS

Hoe de tas is geëvolueerd tot het ultieme modeaccessoire

Van verstedelijking en industriële revolutie tot vrouwenemancipatie en het ontstaan van merken - aan een tas is méér af te lezen dan het label vertelt. Tassenmuseum Hendrikje laat de geschiedenis zien in de nieuwe opstelling.

In februari 1955 ontwierp Coco Chanel haar eerste tas: de 2.55. Vijftig jaar na dato is er een remake van deze klassieker gemaakt. Aan elke 2.55 wordt minimaal ­achttien uur gewerkt door minimaal zes specialisten. Beeld Tassenmuseum Hendrikje

De juiste handtas vinden staat voor veel vrouwen gelijk aan het ultieme koopgeluk. Een Amerikaanse enquête van een paar jaar geleden bevestigt dat. Het blijft doorgaans ook niet bij één of twee exemplaren.

Bij sollicitaties of ­galerieopeningen is de tas een essentieel attribuut, het accessoire waarmee vrouwen elkaar de maat nemen. Meer nog dan schoenen, een kapsel of zelfs kleding is de tas hét middel om je te onderscheiden. De reclamecampagne van Versace uit 2013 is wat dat betreft veelzeggend: een ­poedelnaakte Kate Moss met drie tassen.

Door de huidige beeldvorming zou je bijna vergeten dat de tas eeuwenlang het exclusieve domein van mannen was. In de vroegste bronnen die tassen vermelden, is geen vrouw te bekennen.

De heuptasjes in Egyptische hiërogliefen behoren toe aan hoogwaardigheidsbekleders. Afrikaanse priesters lopen rond met kruidenbuidels ­versierd met kralen. En op Griekse vazen zijn het jagers en krijgers die worden afgebeeld met tas.

Bewegend beeld
De tas is geëvolueerd van praktisch mannending tot ­ultiem modeaccessoire voor vrouwen. Wie de geschiedenis induikt, merkt dat de tas door de eeuwen heen een ­afspiegeling is geweest van maatschappelijke en zelfs ­politieke ontwikkelingen.

Tassenmuseum Hendrikje, met een verzameling van ruim vijfduizend tassen wereldwijd het grootste museum in zijn soort, vertelt dat verhaal. De vaste opstelling op de derde verdieping is geheel ­vernieuwd.

Hier geen statische opstelling met historische stukken en tekstjes meer, maar veel bewegend beeld waardoor duidelijk wordt hoe tassen gebruikt werden en wat dat zegt over de tijd en omgeving van de gebruikers. ­

Bezoekers kunnen bovendien voelen aan verschillende soorten leer en textiel en zelf een tas ontwerpen op basis van wat ze hebben gezien.

Bloemenbuidel uit 1550
Het oudste stuk uit de museumcollectie dateert van 1550. Het is een buidel gemaakt van geitenleer - inmiddels hard als steen - met knoopachtige bloemetjes op de buitenkant en binnenin achttien vakjes, waarvan enkele verborgen achter geheime sluitingen.

Oudere exemplaren zijn ook in andere modemusea niet te vinden. De gebruikte stoffen zijn vergaan en we moeten het doen met afbeeldingen op schilderijen en tapijten of inventarislijsten van inboedels.

Voor die oudste bewaard gebleven tassen gold: hoe kleiner, hoe beter. Wie rijk was had immers een bediende om zijn spullen te dragen. Zo'n tasje was puur voor de show. Uitbundig borduurwerk of zilverbeslag verhoogden de waarde van het pronkstuk, dat uiteenlopende functies kon hebben.

Ze konden gevuld zijn met kruiden en bloemblaadjes om onaangename geuren te maskeren - geen overbodige luxe in een tijd dat er zelden gebadderd werd en parfum, laat staan deodorant, nog niet bestond.

Maar er zijn ook schitterende buidels bewaard gebleven waarin edellieden hun speelfiches bewaarden, de familiewapens geborduurd op de onderkant, zodat daar aan de goktafel geen misverstanden over konden ontstaan.

Een Nederlandse fluwelen buidel uit het begin van de Gouden Eeuw. In de zilveren balletjes konden bloemen en kruiden worden gestopt, bij wijze van parfum. Het ­sleuteltje is een verwijzing naar de slotvrouwen uit de middeleeuwen. Beeld Tassenmuseum Hendrikje

Tassen werden in de late middeleeuwen meestal aan een riem om het middel gedragen. Maar met de groei van ­steden ontstond een nieuw soort criminaliteit: het beurzensnijden.

Reden om kostbaarheden onder de kleding te gaan dragen en feitelijk de eerste aanzet tot zakken in ­kleding. Bij mannen dan, want vrouwen bleven nog lange tijd losse dijzakken dragen tussen onderrokken en reguliere rok. Enige uitzondering was de handwerktas, waar keurige huisvrouwen hun naai- en borduurbenodigdheden in vervoerden.

Uitgescholden
Parijs is van begin af aan toonaangevend geweest. Als centraal geleide monarchie had het vanaf de tiende eeuw een hofcultuur ontwikkeld en daar hoorde als vanzelfsprekend mode bij. Maar de Franse Revolutie van 1789 maakte in één klap een einde aan de uitbundige hoepelrokken met de spanwijdte van een tweezitsbank.

Sobere kleding werd de nieuwe trend en de oudheid diende als inspiratiebron. De ruïnes van Pompeï waren immers net ontdekt en kleermakers kregen verzoeken om de rechte gewaden uit de mozaïekvloeren na te maken. Maar die nieuwe, strakke ­silhouetten in dunne stoffen lieten niet meer toe dat je er dijzakken onder droeg. Het betekende de eerste stap ­richting de moderne handtas.

Réticules werden deze wufte creaties genoemd, naar het Latijnse 'reticulum', dat 'net' betekent. De eerste exemplaren waren gemaakt van knoopwerk en vaak versierd met kwastjes. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar de modepioniers die zich er het eerst mee vertoonden in het openbaar werden uitgescholden en waren het doelwit van hoon.

Er verschenen spotprenten in kranten en in het Engels werd de naam van de tas al snel verbasterd tot 'ridicule'. Alsof vrouwen in hun ondergoed de straat opgingen, vonden critici.

Maar de vooruitgang bleek onstuitbaar, net als de emancipatie van de burger. Die zag de wereld groter worden door de uitvinding van stoomtrein en -boot. De grand tour die voorheen enkel aan jongemannen uit gegoede kring was voorbehouden, kwam in bereik van velen.

Tassenmakers als Louis Vuitton, die zich in 1854 in ­Parijs vestigde, speelden in op de nieuwe reislust door speciale reiskoffers te ontwerpen. Een gecoördineerde set koffers werd het nieuwe statussymbool.

Om praktische redenen werden die uitgevoerd in leer, dat veel beter tegen een stootje kan dan de zijde, wol en andere stoffen die tot dan toe ­populair waren. Industriële materialen als plastic werden pas in de twintigste eeuw ingezet, toen kunstenaars uit de art nouveau en art deco ermee gingen experimenteren en ze toepasten in gebruiksartikelen.

De grote modehuizen
De Eerste Wereldoorlog zette maatschappelijk alles op z'n kop en dat is terug te zien in de tassen uit die jaren twintig. De oude standenmaatschappij was definitief op z'n retour. Uitgaan en feesten bezoeken was niet langer alleen voor de adel, maar ook voor gewone burgers.

De vrijgevochten vrouwen van de eerste feministische golf sloegen aan het roken en gingen, naar voorbeeld van vroege filmsterren, make-up gebruiken. Maar rookgerei, oogschaduw en lippenstift moet je wel ergens kwijt kunnen; de kleine, ronde vanity case bood uitkomst.

Het was pas na de crisis van de jaren dertig en de daarop volgende Tweede Wereldoorlog dat de grote modehuizen de potentie van de handtas inzagen. Tot die tijd richtten zij zich op kleding en lieten ze de accessoires over aan gespecialiseerde ambachtslieden.

De oudste tas uit de museumcollectie is afkomstig uit Frankrijk, gemaakt van geitenleer en voorzien van een ijzeren beugel. Hij bevat achttien vakjes, waarvan een aantal achter verborgen sluitingen. Beeld Tassenmuseum Hendrikje

De omslag kwam met de ­Kellytas die Hermès in 1956 lanceerde, vernoemd naar prinses Grace Kelly van Monaco en de eerste in een lange rij iconische modetassen. De bekendste is waarschijnlijk de Birkintas uit 1984, waarvoor je ook nu nog jaren op de wachtlijst staat om een paar duizend euro te mogen ­afrekenen.

De merkengekte bereikte zijn hoogtepunt in de jaren 1990, tijdperk van grote economische voorspoed en ongebreideld hedonisme. Het was de tijd van de 'it-bag', de ­absolute musthave van het seizoen.

De term is sinds de ­crisis niet meer in zwang, maar dat de tas nog steeds aan de top van de modepiramide staat, blijkt wel uit het eerder aangehaalde Amerikaanse onderzoek.

Niemand weet hoe de tas zich verder ontwikkelt, maar Tassenmuseum Hendrikje nodigde studenten van de ­Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag uit voor een poging tot toekomstvoorspelling.

Dat ­leverde onder andere de Bag as a Home op, die anticipeert op toekomstig watertekort. Wie deze tas heeft, kan zijn ­eigen urine filteren tot drinkbaar water.

Anders dan een stoma die net als vroegere dijzakken onder kleding wordt gedragen, hangt deze trots over de schouder. De tas als medisch-economisch statussymbool: het zou zomaar een nieuw hoofdstuk kunnen zijn in de tassengeschiedenis.

De herinrichting van de derde verdieping van Tassenmuseum Hendrikje wordt dinsdagavond 24 april feestelijk geopend en is gratis ­toegankelijk tussen 19.00 en 00.00 uur.

Een réticule uit 1850, toen de nieuwigheid er inmiddels wel van af was. Gemaakt van zijde en geborduurd met ­zijde. Beeld Tassenmuseum Hendrikje
Telefoontas Beeld Tassenmuseum Hendrikje
Magazine clutch Beeld Tassenmuseum Hendrikje
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden