Plus

Hoe de stad haar kunst liefdeloos aan de kant zet

Vernieling, diefstal of verwaarlozing: kunst in de openbare ruimte is kwetsbaar. Dat merkte ook beeldend kunstenaar Jeroen Henneman, wiens werk De Kus onlangs uit elkaar werd gehaald omdat de nieuwe eigenaren het niet wilden hebben. 'Mijn werk is als een obstakel verwijderd.'

Honderd jaar geleden stonden in het gebied rond het Centraal Station 22 metershoge stenen leeuwen Beeld Rink Hof

Met tranen in de ogen stapte Jeroen Henneman in zijn auto. De beeldend kunstenaar kon het niet langer aanzien hoe de demontage van zijn werk De Kus in zijn werk ging.

"Het was te dol voor woorden," zegt Henneman enkele dagen later, nog steeds boos. "De slopers hadden duidelijke instructies gekregen op welke punten de twee onderdelen moesten worden losgesneden en op welke niet, maar toen dat niet lukte, zijn ze maar op eigen houtje verder gegaan. Dat gebeurde op een ongelooflijk brute manier, alsof het om oud ijzer ging. Dat is mijn grote frustratie: die mensen ontmantelden geen kunstwerk, ze verwijderden een obstakel."

Verdomhoekje
De hardhandige afbraak van het werk was een nieuw dieptepunt in een toch al weinig vrolijk verhaal. De Kus was sinds de onthulling in 1982 lange tijd het visitekaartje van het hoofdkantoor van de Bijenkorf en de Hema aan de Frankemaheerd in Zuidoost, maar kwam na de verkoop van het complex in 2015 aan twee grote vastgoedbedrijven in het verdomhoekje terecht.

"De nieuwe eigenaren wilden het beeld niet meer hebben," zegt Henneman. "Dat is hun goed recht natuurlijk. Het is achteraf alleen vreselijk jammer dat het beeld met de kantoren is verkocht aan deze bedrijven. Het was beter geweest als er bijtijds naar een alternatieve plek was gezocht. Dat is nu op het laatste moment nog wel geprobeerd, maar zonder resultaat."

In afwachting van een nieuwe bestemming is het kunstwerk opgeslagen in een loods. Henneman vertelt dat hij zelf contact heeft gezocht met oud-Stedelijkdirecteur Rudi Fuchs, die als curator optreedt van de internationale beeldententoonstelling ArtZuid.

"Rudi wil het beeld graag opnemen in de tentoonstelling. Dat zou een mooie oplossing zijn. Dan hebben we een half jaar de tijd om naar een vaste plek in de stad te zoeken. De gemeente wil het beeld graag behouden, heeft men mij verzekerd."

Heeft de kunstenaar zelf een nieuw onderkomen in gedachten? "De Kop van het Java-eiland is wat mij betreft de ideale plek. In mijn dromen zie ik het beeld er hangend aan een tilhelikopter over de stad heen worden gevlogen."

Knorrige suppoost
De lotgevallen van De Kus onderstrepen maar weer eens hoe kwetsbaar kunst in de openbare ruimte is. Waar werken in een museum met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en witte handschoenen worden behandeld, is kunst op straat letterlijk en figuurlijk aan de elementen overgeleverd.

Vernieling, diefstal of verwaarlozing: het ligt allemaal op de loer, en er zit geen knorrige suppoost op een stoel naast het werk om eventuele boosdoeners met een strenge blik op andere gedachten te brengen.

Tijdens de restauratiewerkzaamheden aan het universiteitsgebouw werd het kunstwerk van Banksy bij de Oudemanhuispoort vorig jaar per ongeluk overgeschilderd Beeld Tom Blom

Ook komt het geregeld voor dat een opdrachtgever of eigenaar zijn belangstelling voor een werk verliest, of plannen heeft waarin de kunst niet langer past.

Dat laatste merkte bij voorbeeld beeldend kunstenaar Ben Oldenhof, die in de jaren negentig een vijf meter hoge sculptuur maakte voor de binnenplaats van het Sweelinck College in Zuid. Tien jaar later kreeg Oldenhof tot zijn verrassing een telefoontje van een sloopbedrijf dat wilde weten of hij zijn werk nog wilde hebben.

"Mijn sculptuur bleek te zijn verwijderd tijdens werkzaamheden aan de school. Niemand had de moeite genomen om mij op de hoogte te stellen. Deze sloper was nog zo netjes om contact met mij te zoeken. Het werk lag ook keurig opgeslagen op zijn bedrijf. Voor hetzelfde geld was het meteen naar de schroothoop gegaan, en had ik nooit meer iets gehoord."

Oldenhof begon aan een lange en ontmoedigende tocht langs de instanties in de hoop een nieuwe plek te vinden voor zijn werk. "Niemand wilde er iets mee. Dat is toch vervelend voor een kunstenaar. Je weet wel dat het vooral met de forse kosten van een herplaatsing te maken heeft, maar je voelt je toch ook afgewezen."

Uiteindelijk vond Oldenhof onderdak in het beeldentuin van Kasteel Keukenhof in Lisse, een plek waar alleen verweesde beelden worden opgevangen. "Het is eigenlijk een asiel voor kunstwerken die niemand meer wil hebben," zegt Oldenhof lachend. "Ik ben er blij mee. Kunstwerken hebben toch iemand nodig die zich over hen ontfermt."

Mentale zorg
Die zorg is het grote probleem van kunst in de openbare ruimte, zegt Jeroen Boomgaard van de Rietveld Academie. Boomgaard doet onderzoek naar de positie van kunstwerken in de buitenlucht en stelt dat het vooral aan nazorg ontbreekt.

"De plaatsing van een kunstwerk wordt doorgaans met veel aandacht voorbereid. Dan is er een feestelijke onthulling met alle betrokkenen, maar daarna wordt het stil. De fysieke zorg is meestal nog wel geregeld, maar het gaat mij ook om de mentale zorg. Kunstwerken moeten iets doen met de omgeving, en zijn in het beste geval generatoren van de fantasie. Ze hebben aandacht nodig om mensen te kunnen blijven aanspreken."

Dat wil niet zeggen dat kunstwerken per se het eeuwige leven hebben, vindt Boomgaard.

"Nee, dat kan ook niet altijd. Kunstwerken worden meestal gemaakt voor een bepaalde plek of situatie. Als die plek of situatie na verloop van tijd verandert, kan een kunstwerk ook zijn functie verliezen. Het lijkt mij helemaal niet gek om eens in de tien jaar te kijken of het kunstwerk nog steeds doet wat het moet doen."

"Als dat niet zo is, moet je niet aarzelen om iets weg te halen. Kunstwerken zijn ook geen heilige huisjes waar nooit iets mee mag gebeuren. Het moet wel gebruikt worden, vind ik. Niets zo treurig als een kunstwerk waar niemand nog belangstelling voor heeft."

Zie ook: Kunstenaar Jeroen Henneman: 'Ik ben elke dag wel ergens mee aan het prutsen' [+]

Een mysterieuze verdwijning trof de twee herten die Jaap Kaas in de jaren dertig van de vorige eeuw vervaardigde in opdracht van de gemeente Amsterdam Beeld Artis
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden