Plus

Hoe corporaties in 100 jaar uitgroeiden tot sociale ondernemingen

De federatie van Amsterdamse woningcorporaties bestaat honderd jaar. Ze kwamen tot bloei na de Woningwet van 1901. Vier periodes markeren groei en tegenslag.

Kelderwoning op de Zeedijk, rond 1913 Beeld Stadsarchief

1. Woonscholen voor het onbeschaafde volk
Woningbouwverenigingen zijn een uit het Verenigd Koninkrijk overgewaaid verschijnsel. Ze kwamen voort uit de behoefte van de adel om het onopgevoede volk te leren netjes te wonen. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (1784) was de grote initiator van de ontwikkeling van het 'lagere volk'.

De eerste Amsterdamse woningbouwvereniging, Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse, werd in 1851 opgericht rond een kantoortje op de Oostelijke Eilanden. Al snel volgde de Handwerkers Vriendenkring (1869), een Joodse vereniging die ook actief was op gebied van onderwijs, zorg en zelfs hongersnood in Rusland.

Stedelingen leefden in Nederland met complete families op tochtige zolders en in natte kelders. De eerste verenigingen in de stad probeerden er iets aan te doen. Ze waren veelal klein en hun inbreng was een druppel op de gloeiende plaat.

Federatie
Er verdwenen verenigingen zonder dat ze tot bouwen kwamen, en er ontstonden nieuwe. Woningbouwverenigingen functioneerden pas goed toen de Woningwet van 1901 er kwam en er rijksleningen werden verstrekt.

Veel woningbouwcomplexen werden gebouwd in de Amsterdamse Schoolstijl. Op het hoogtepunt waren er 47 woningbouwverenigingen in de stad. Om ze onderling en met de gemeente te laten overleggen, was een orgaan ­nodig.

Het leidde op 23 maart 1917 tot de oprichting van de Federatie van Amsterdamsche Woningbouwverenigingen met 16 leden. Een van de belangrijkste agendapunten: verenigingen die weigerden de door de gemeente opgelegde huurverhogingen door te voeren.

De Woningwetwoningen zorgden voor een degelijk woningbestand. Maar al snel haperde de bouw door de crisis in de jaren dertig en daarna sloeg de oorlog toe.

2. De zuilen leiden tot grote versnippering
De Nederlandse samenleving werd na de oorlog herbouwd met behulp van potjes en fondsen, of het nu de zorg, de AOW, of de woningbouwvereniging betrof. Nieuwe wijken ontstonden in Noord, Nieuw-West, Buitenveldert en Noord.

Een legendarisch figuur binnen de woningbouw was Jan de Jong (1920-2013), directeur van de AWV, de grootste woningbouwvereniging, die voortkwam uit de voormannen van de sociaaldemocratie. Aan de wieg van de AWV stonden Floor Wibaut, Arie Keppler en Evert Kupers.

De Jong was ook voorzitter van de Federatie en had een verdeelsleutel bedacht om ­iedere zuil van bouwmogelijkheden voor woningen te voorzien. Na elke gemeenteraadsverkiezing werden de verhoudingen aangepast.

In de jaren zestig en zeventig kwam de stadsvernieuwing op gang. Dat betekende veel sloop-nieuwbouwprogramma's, onder meer op de Oostelijke Eilanden en in de Dapperbuurt. Wethouder Jan Schaefer deed echter weinig aan de samenwerking tussen de verenigingen, wat leidde tot versnippering.

Cityvorming
Overal hadden verenigingen plukjes woningen. Soms stonden ze per ongeluk elkaars woningen te schilderen, weet oud-directeur Nico Nieman van Eigen Haard. Verder liepen de gemeentelijke plannen voor stadsdoorbraken, 'cityvorming' en stadsvernieuwing stuk.

In 1976 werd Duco Stadig, afkomstig uit de studentenhuisvesting van de VU, op 30-jarige leeftijd ambtelijk secretaris van de Federatie. Als de gemeente een woningbouwplan had uitgewerkt, belde de adjunct-directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, Edo Arnoldussen, Stadig op. Die keek op zijn 'lijstje' en zei dan dat bij voorbeeld de Stichting Onze Woning moest bouwen. Daar was geen discussie over mogelijk.

De sfeer binnen de Federatie was strak. Elke maand was er met de besturen van de woningbouwvereniging een vergadering. Een betrokkene: "Om half acht begon de vergadering, en vaak was ik om acht uur thuis om het Journaal te zien. Het was niet de bedoeling dat je iets ter discussie stelde." De grote verenigingen hadden de lijnen uitgezet.

3. De verzelfstandiging ontlokt 'sociaal ondernemerschap'
Deze rust liep ten einde in de jaren negentig. Staatssecretaris Enneüs Heerma, oud-wethouder van Amsterdam, had in 1989 zijn nota Volkshuisvesting geschreven. Daarin stond dat woning­bouw­verenigingen bedrijven moesten worden.

Aanleiding was dat Nederland in verband met de komst van de euro grote bestaande subsidiestromen buiten de overheidsboekhouding moest brengen. Tegelijkertijd bemoeide de gemeente zich niet langer met de woningtoewijzing en werd het lidmaatschapsrecht bij corporaties afgeschaft.

Gerard Anderiesen (ooit onbezoldigd bestuurder van Lieven de Key en oud-topman van Stadgenoot) werd in 1994 de eerste directeur van de verzelfstandigde AFWC. Inmiddels waren in de sector levendige discussies losgebarsten over de toekomst.

Moesten woningbouwverenigingen gebruikmaken van de door Den Haag geschapen mogelijkheid dat zij bedrijven werden? Er werd van 'sociaal ondernemerschap' gesproken. Volgens Anderiesen vond de AWV het idee van concurrentie belachelijk.

"Maar anderen zeiden: hoho, wij krijgen meer ruimte en vrijheid, die benutten we. Frank Bijdendijk van Het Oosten, Henk Draaisma van De Doelen, Lieven de Key en Hubert Möllenkamp van Rochdale zochten de concurrentie op."

4. Aanslagen op de kas brengen corporaties aan het wankelen
De toekomst van Federatie stond vaak ter discussie, maar na de verzelfstandiging gebeurde dat nauwelijks meer. Anderiesen: "Iedereen zag dat je samenwerking nodig hebt. Je kunt het afschaffen, maar dan begin je daarna opnieuw met iets dat op hetzelfde neerkomt."

Later kwamen grote affaires aan het licht. De kredietcrisis bracht na 2008 corporaties op het randje van de afgrond. Amsterdam bleef niet buiten schot. 'Maseratiman' Hubert Möllenkamp van Rochdale werd veroordeeld wegens zelfverrijking.

Volgens Anderiesen, die na zijn vertrek bij de Federatie tot eind vorig jaar bij Stadgenoot werkte, is de rust bij de AFWC niet echt weergekeerd. De taken van corporaties worden steeds zwaarder. Steeds meer burgers die maatschappelijk in de knel komen, moeten door corporaties worden opgevangen.

De huidige federatiedirecteur, Egbert de Vries, ziet ook dat corporaties vanuit zwaar weer uit het dal klimmen. "De corporaties bouwden overigens in de kredietcrisis tot 2010 gewoon door en werden pas echt ontregeld door de verhuurdersheffing van het kabinet. De bouw viel stil, maar inmiddels wordt weer flink gebouwd."

De grootste verdienste van de AFWC is volgens De Vries de samenwerking met de gemeente en de huurders. Die maken gezamenlijk afspraken over de bouw, de matiging van de huren en zo meer. De Vries: "Amsterdam liep hiermee voorop. Het is nu landelijk verplicht."

Bekijk op de kaart het huizenbezit in Amsterdam per corporatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden