Plus

Hobbybioloog brengt korstmossen van Amsterdam in kaart

Korstmossen doen het goed in Amsterdam. Het aantal soorten is enorm toegenomen. Vals dooiermos heeft de overhand, waardoor veel bomen geel kleuren. Hoe dat komt, is nog niet helemaal duidelijk.

Beeld ANP

In de Valkenburgerstraat in het centrum van Amsterdam houdt Henk Timmerman (58) een loepje dicht tegen een esdoorn en buigt zich voorover. Het verkeer raast vlak langs hem. "Zie je die grote, gele knotsen?" zegt hij wijzend op de gele vlekken die zich van onder tot bovenaan de boom hebben verspreid. "Dat is vals dooiermos. Sinds twintig jaar neemt dat enorm toe in steden. Het is een warmteliefhebber die goed tegen de vervuiling van het stedelijk verkeer kan. Hij is tolerant voor stikstof en ammoniak."

Timmerman gaat met zijn vingers over de korstjes op de boom. Door de loep bekeken vormen ze een heuvelachtig landschap.

Ammoniakminnende soorten
Hoewel de voormalige Amsterdammer sinds 2007 in Lelystad woont, heeft Timmerman zich de afgelopen tien jaar gespecialiseerd in de boombewonende korstmossen van zijn voormalige woonplaats. Een korstmos is een symbiose van een schimmel en een alg. Ze vestigen zich niet alleen op bomen, maar ook op steen, hout of touw. Timmerman is bezig de soorten die voorkomen in de stad te inventariseren. Dit doet hij naast zijn baan als vertaler.

De afgelopen jaren zag hij steeds meer bijzondere korstmossen verschijnen in de stad, niet alleen in het centrum, maar ook in de buitenwijken. "Korstmossen uit Zuid-Europa weten zich te vestigen op de warmste plekken in Nederland: de steden. In Amsterdam vind ik nu bijvoorbeeld Isidieus vingermos, witstippelschildmos en dun schaduwmos."

De gele korstmossen, zoals groot dooiermos en vals dooiermos, vond Timmerman eerder vooral in gebieden in Nederland met intensieve veehouderij. "In steden is de ammoniakbelasting veel geringer, maar toch kleuren hier ook steeds meer bomen geel. Hoe dat komt, is niet helemaal duidelijk. Auto's stoten ook ammoniak uit, vooral bij het remmen en het optrekken. Mogelijk is dat de reden."

Er wordt geopperd dat de gele korstmossen vooral op bomen bij kruispunten groeien, maar daar is Timmerman nog niet zeker van. Vorige maand is hij met behulp van burgers een onderzoek begonnen om uit te vinden of er echt meer gele korstmossen bij stoplichten groeien. "Het kan ook door de warmte of door stikstof komen. De stikstofbelasting in de stad is groot, niet alleen vanwege het verkeer, maar ook door de urine en hondenpoep."

We lopen naar het Jonas Daniël Meijerplein, achter de Portugese Synagoge. Timmerman blijft bij een iep staan en wijst op de lichtgrijze stippen op de bast. "Dit is ook een soort uit Zuid-Frankrijk die hier vroeger extreem zeldzaam was: witkopvingermos, Physcia tribacioides. Hij wordt steeds algemener."

Iepen zijn een uitstekende ondergrond voor korstmossen. Een van de redenen waarom Amsterdam zo rijk is aan korstmossen, is dat onze stad zoveel iepen telt.

In de jaren zeventig waren korstmossen bijna uitgestorven in Amsterdam vanwege de uitstoot van zwaveldioxide door verkeer en industrie. Timmerman: "Daar hebben korstmossen een bloedhekel aan. In die tijd groeiden er maar een paar soorten in de binnenstad. Sommige plekken waren geheel korstmosloos of er groeide maar één soort: de zwavelvreter, de naam zegt genoeg. Door filters op schoorstenen van fabrieken en het overschakelen van kolen op gas als brandstof is het zwaveldioxidegehalte sindsdien met 98 procent gedaald en zijn veel soorten teruggekeerd. De zwavelvreter is inmiddels een bedreigde soort en staat op de Rode Lijst."

Teruggekeerde soorten
Zelfs in de jaren negentig telden grote steden als Amsterdam nog weinig soorten korstmos. Bij een grote inventarisatie in 1992 werden langs de grachten van de binnenstad zes soorten gevonden, in 2018 werden op dezelfde bomen maar liefst 44 soorten aangetroffen. Elk jaar worden er nieuwe soorten voor de stad ontdekt, soms zelfs nieuwe soorten voor Nederland, zoals vorig jaar het zonneklepjesmos, afkomstig uit Zuid-Europa.

Een grootschalige inventarisatie in Amsterdam is voor het laatst uitgevoerd in 1850; toen heeft een bioloog de korstmossen in kaart gebracht en verzameld in een herbarium. "Dat was net voor de industrialisatie, de lucht was toen erg schoon," zegt Timmerman. "Dat kan gezien worden als de natuurlijke situatie van alle soorten die hier zouden kúnnen voorkomen. De afgelopen twintig jaar zijn door de verbeterde luchtkwaliteit veel soorten teruggekomen. Andere zien we niet meer of zijn zelfs uitgestorven in Nederland."

Bij een doodlopend stukje Nieuwe Herengracht kijkt Timmerman gefascineerd naar een boom die geel ziet van het vals dooiermos. Hij loopt eromheen. "Dit is toch behoorlijk ver van de weg," zegt hij. "Dat staat haaks op de hypothese dat gele korstmossen vooral bij kruispunten groeien."

Op zondag 17 juni geeft Henk Timmerman een excursie over korstmossen in het Flevopark. 11.00 uur, ingang bij het Flevoparkbad. Deelname gratis.

Boomwatchers

Meedoen aan het onderzoek van Timmerman? Ga naar de Facebookpagina van het Gele Bomen Project om deel te nemen en houd van tien bomen van dezelfde soort bij hoe 'geel' ze zien van de korstmossen. De soorten hoeven niet op naam gebracht te worden. Het is voldoende om te schatten hoeveel procent van de boom geel kleurt.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden