Column

Hij zou haar tot liefde dwingen, die zou dan wel overspringen

Theodor Holman Beeld Wolff

Hij was veertien en hij wilde
Iets wat al zijn lusten stilde,
Want het vuur dat in zijn kop zat
Kreeg hij maar niet uitgedoofd.

Wadend door de geilste sferen,
Angstig voor zijn groot begeren,
Wist hij plotseling zeer zeker
Dat Zij zijn ziel had weggeroofd.

Dus hij moest haar zien te vinden,
Deze allermooiste hinde.
Zich verbergen kon ze niet.
Wat haalde hij zich in zijn hoofd.
Hij zag zich al met haar verloofd.

Breekbaar was haar prille schoonheid.
Lieflijk ook was haar gewoonheid.
Wanneer Ze zomaar langs je liep,
Was je getuige van een dans.

Tussen de woorden die Ze sprak
Brak steeds de zon door met gemak.
En als Ze even naar je keek,
Dan raakte je in diepe trance.

Onbewust van al het kwade
Leek haar niets te kunnen schaden.
Dus onbeschroomd ging Zij op pad.
O, alles wat Zij had geloofd,
Zou ook van haar worden beroofd.

In het bos kwam hij haar tegen
En hij werd meteen verlegen
En de schaamte die hij voelde,
Wakkerde zijn woede aan.

Hij zou haar tot liefde dwingen.
Die zou dan wel overspringen.
Maar toen hij haar hoorde krijsen,
Voelde hij zijn kwade waan.

O, hij wist toen diep van binnen
Dat Ze hem nooit zou beminnen.
En dat het nooit zou overgaan.
En om de stilte in zijn hoofd
Heeft hij haar ziel toen weggeroofd.

(naar de Kinderballade van Gerrit Komrij)

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief. Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden