PlusPS

Het wilde leven van Rietje Rebel, koningin van de Zaanse Schans

Naast de handel in antiek was ze dol op luxe en aandacht. Het levensverhaal van Rietje Leeuwerink is allesbehalve saai. 'Ze deed precies wat ze wilde.'

Rietje Leeuwerink (hier in 2007) kocht in de jaren zeventig een antiekzaak op de Zaanse Schans, waar ze tot haar dood woonde. Tijdens haar uitvaart stonden alle molens op rouwstand Beeld Mirjam Verdonk
Rietje Leeuwerink (hier in 2007) kocht in de jaren zeventig een antiekzaak op de Zaanse Schans, waar ze tot haar dood woonde. Tijdens haar uitvaart stonden alle molens op rouwstandBeeld Mirjam Verdonk

Toen zij, eenmaal voorbij de 80 jaar, het einde van haar leven voelde naderen, overhandigde Rietje Leeuwerink haar executeur-testamentair een eisenpakket dat eenvoudig was, maar zeker niet goedkoop: ze wilde begraven worden als een koningin, in de duurste kist die er te vinden was. Ze wilde rusten in een praalgraf van marmer en haar leven moest worden opgetekend in een boek.

En zo is het ook gegaan, vertelt Frans Poulain, in het dagelijks leven eigenaar van het museum Grietje Tump in Landsmeer en voor deze gelegenheid optredend als executeur-testamentair. "We hebben Rietje na haar overlijden in 2014 met rouwkoetsen en Friese paarden van haar woning op de Zaanse Schans naar de begraafplaats in Westzaan gebracht. Alle molens langs de route stonden in rouwstand."

Vrije vogels
Het praalgraaf staat er inmiddels eveneens en vanaf komende zondag kan als laatste ook het gedrukte levensverhaal van het lijstje worden gestreept.

Rietje, Koningin van de Zaanse Schans heet het boek dat Tiny Kuiper schreef aan de hand van interviews met vrienden, familie en zakenrelaties van de kleurrijke ondernemer die meer dan veertig jaar een antiekzaak dreef op de Zaanse Schans.

Rietje Leeuwerink (1932-2014) was een succesvol zakenvrouw, maar de mooiste verhalen uit het boek gaan toch over haar onbedwingbare hang naar een avontuurlijk, losbandig en onconventioneel leven.

Ze omringde zich bij voorkeur met kunstenaars, homoseksuelen, transgenders, criminelen en andere vrije vogels die ze in het Amsterdamse nachtleven had ontmoet. Rietje Rebel was een van haar vele bijnamen. Als het leven maar niet saai was.

Frans Poulain leerde zijn collega uit het brocantebedrijf kennen in de jaren zestig van de vorige eeuw en had meteen een zwak voor haar.

"Je had er de handen vol aan hoor. Ze kwam gerust om twee uur 's nachts met een antieke kast op de auto langs om te vragen of ik haar wilde helpen het ding ergens af te leveren. Dan was ik om vijf uur weer thuis, net voordat de wekker ging. Ik had gewoon mijn werk natuurlijk."

Luxe leventje
De handel zat Leeuwerink in het bloed. Gangbare artikelen als antieke meubelen, juwelen, servies, kristal en zilver, maar als ze merkte dat de andere ondernemers op de Schans goede zaken deden met kaas of aardbeien, zette ze die ook neer op een tafeltje voor de deur. "Ze kocht ook inboedels op," vertelt Kuiper. "Ze sneed de voeringen van de jasjes open om te zien of daar misschien kostbaarheden waren verborgen."

Haar zakelijk vernuft stelde haar in de gelegenheid een uitbundig leven te leiden. Ze reed veel te hard in een witte Saab cabrio, droeg kleren van vermaarde couturiers en pronkte graag met haar juwelen. "Ze genoot al van een flesje Franse wijn met Franse kaas toen de rest van Nederland nog aan de melk was," vertelt Poulain. "Ze was ook gewend aan een luxe leventje. Ze was opgegroeid tussen de Zaanse industriëlen."

Klus in klederdracht
Dat laatste was een speling van het lot. Rietje was ter wereld gekomen in het Burgerziekenhuis in Amsterdam als kind van een net 16-jarige moeder, en meteen de volgende dag als adoptiekind overgebracht naar haar nieuwe ouders in Koog aan de Zaan. "Ze waren gek op Rietje en omgekeerd. Haar ouders overleden in 1976 kort na elkaar. Rietje stond tussen twee kisten in het crematorium en was er kapot van."

Ondanks het goede vervangende nest, bleef Leeuwerink altijd onrustig zoeken naar haar echte moeder. Poulain vertelt hoe hij via een vriend uit Purmerend aan het adres van de moeder kwam. "Rietje en ik hadden op een gegeven moment een klus in klederdracht in een winkelcentrum. Na afloop zijn we naar het huis gegaan. Rietje gluurde door het raam naar binnen en zag een vrouw in de kamer zitten, maar durfde niet aan te bellen."

Pistolen Paultje
Gezinsvorming bleek geen groot talent in de familie. Leeuwerink deed een dappere poging door op jonge leeftijd twee keer achter elkaar te trouwen. De eerste keer liet ze haar man en een adoptiezoon uit Griekenland van de ene op de andere dag in de steek, de tweede keer ging haar echtgenoot ervandoor met een ander. "Daar was ze kapot van," weet Poulain. "Omdat het haar was aangedaan. Maar zelf deed ze ook precies wat ze wilde."

Het huwelijkse leven getest en als onbruikbaar terzijde geschoven, stortte Leeuwerink zich vanaf de jaren zestig enthousiast in het Amsterdamse nachtleven. Ze combineerde haar handeltje in antiek met een baan als serveerster op de Zeedijk, om na sluitingstijd bij voorkeur met haar vrienden door te zakken in de beroemde en beruchte homobars, zoals de Amstel Taveerne in de Halvemaansteeg en Argos in de Warmoesstraat.

Zo voorzichtig als Leeuwerink omging met aardewerk en kristal, zo roekeloos behandelde zij de harten van de mannen om haar heen. Een van de slachtoffers was de Zaanse kunstschilder Geert van den Hout-Snijders die een prachtig portret van de diva maakte.

Een in het schilderij gesmokkelde giftige plant symboliseert volgens schrijfster Tiny Kuiper de gekantelde gevoelens van de kunstenaar voor zijn model.

In dezelfde periode knoopte ze wel een relatie aan met dierenactivist, handelaar in vervalste kunst en crimineel Paul Wilking, alias Pistolen Paultje, die zijn in 1968 verschenen autobiografie aan Leeuwerink opdroeg. "Ze waren gek op elkaar," vertelt Poulain, "en allebei gek op aandacht. Ze reden in de Rolls Royce van Wilking van Amsterdam naar Den Haag, maar zo tergend langzaam dat ze alle belangstelling trokken."

Chronische gierigheid
Poulain haalt een ingelijst certificaat tevoorschijn dat Wilking voor zijn vriendin vervaardigde. Een indrukwekkend document met veel stempels, om duidelijk te maken dat de eigenaar zich met toestemming van de autoriteiten Service d'Information Code Diplomatique et Consulaire International mag noemen. Achter op de lijst vond Poulain enkele foto's van Wilking met ontbloot bovenlijf, lachend en zwaaiend met wapens.

Ondertussen ging het Leeuwerink zakelijk voor de wind. Ze had twee winkels in antiek en curiosa in Koog aan de Zaan, die ze in de jaren zeventig inruilde voor het Jagershuis op de Zaanse Schans, de toeristische trekpleister waar ze ook zou gaan wonen. Lange tijd had ze ook een zaak in het Amsterdamse Spiegelkwartier, De Knijpfles.

Poulain roemt nogmaals de fijne neus van zijn collega voor de handel, maar voegt daaraan toe dat een chronische gierigheid ook een belangrijke bijdrage leverde aan haar zakelijk succes. "Ik geloof niet dat ze in haar leven ooit zelf een maaltijd heeft gekookt. Ze maakte er een sport van tegen etenstijd ergens binnen te vallen. De meeste vrienden accepteerden dat van haar. Ze was niet altijd even aardig, maar saai was het nooit."

Leeuwerink bleef werken tot het niet meer ging. Een paar jaar voor haar dood verloor ze haar gezichtsvermogen, waardoor ze niet meer in staat was om de waarde van de handel in te schatten.

Poulain: "Ze heeft afstand gedaan van haar zaak, maar zei daarbij dat ze nu wel snel dood zou gaan. En zo ging het ook." Na haar overlijden liet Leeuwerink een aanzienlijk vermogen na, dat vrijwel in zijn geheel naar een groot aantal dierenfondsen ging.

Tiny Kuiper-de Graaf: Rietje, Koningin van de Zaanse Schans, uitgeverij NL Books, €35

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden