Plus

Het was stil in Brussel, maar niet voor lang

Brussel probeert zich te herpakken na de aanslagen van dinsdag. Schrijver Joost Vandecasteele beschrijft de onrust in zijn woonplaats. 'Dachten die terroristen echt dat ze ons van ons stuk konden brengen?'

Brussel een dag na de aanslagen. Leger en veiligheidsdiensten zijn nog overal opvallend aanwezig. Beeld Amaury Miller

De dag van de aanslagen lukte bellen niet wegens een overbelast telefoonnetwerk. De dag erna kan ik niet betalen met een bankkaart wegens een overbelaste internetnetwerk. Deze keer niet veroorzaakt door de communicatie tussen hulpdiensten, maar omdat alle neergestreken buitenlandse journalisten in dezelfde koffiebar bij het Beursplein op de gratis wifi zitten.

De twee verdiepingen barsten uit hun voegen, maar dat is nog niks vergeleken met wat er buiten te zien is. Daar, op dat kleine, ironisch genoeg autovrije plein, staan tientallen zend­wagens van over heel de wereld met hun camera's gericht op de kaarsen en de krijttekeningen van de dag ervoor.

Het is officieel nu, Brussel is opgenomen in de non-stop nieuwscyclus die elk uur herhaald wordt, zijn internationaal belang ergens tussen een natuurramp en een uitspraak van Donald Trump. Na Parijs daagde dezelfde immense perskaravaan op in Molenbeek om in te zoomen op opgefokte jongeren, hun agressieve fuck you-attitude als hun versie van de punkgedachte. Deze keer zitten de cameraploegen in het centrum van Brussel, nauwelijks een kilometer verder, want zo gecondenseerd is deze stad, om in te zoomen op rouwende gezichten. En dankzij hun lokale fixers weten ze al waar de beste koffie te vinden is.

Antiautoritaire onwil
Na de ontploffingen was er een stilte, voor eventjes toch. Maar stilte blijft nooit lang overeind in Brussel. Dinsdag werd ons gevraagd binnen te blijven, een verzoek door velen genegeerd. De Brusselaar bezit dan ook een aangeboren antiautoritaire onwil om zich te schikken en netjes te gedragen. Iets wat mij altijd heeft aangetrokken tot deze Vlaamse/Belgische/Europese/Jihadihoofdstad, in mijn constante zoektocht naar onrust.

Deze gedeelde onrust zal deze stad ook helpen in het heropstarten. Want dachten die terroristen echt dat ze ons van ons stuk konden brengen? Wat een arrogantie.

Dus geen betere samenvatting van deze stad dan de twee mislukte minuten van stilte op woensdag- en donderdagmiddag. De eerste vond plaats op het Beursplein, waar na nauwelijks twintig seconden een zatlap onverstaanbaar begon te brullen tussen de menigte. Onze versie van de Damschreeuwer, maar dan zonder de paniek erna.

Zatten en zotten
Want we kennen hen zo goed, de zatten en de zotten van deze stad, hun dagelijkse dosis zware alcohol goedkoop te vinden in al die nachtwinkels. De trappen van de Beurs als hun vaste plek, in afwachting tot het gebouw omgevormd wordt tot een Biermuseum.

Na hem werd het nooit meer stil, ook bij een tweede poging de volgende dag bij het federale parlement in gezelschap van het koningspaar en alle regeringen van dit land. Behalve de Vlaamse regering, die was liever solidair met de slachtoffers bij haar eigen parlement.

Deze keer blijft de stilte dertig seconden duren, tot op de achtergrond een schel ononderbroken getoeter te horen is. Waar zelfs de koning niet van opkijkt.

Van de politici aan elk parlement krijgen we te horen dat het aanval op onze vrijheid was. Maar zo voelt het niet. We zijn niet aangevallen door terroristen, maar door vervroegd vrijgelaten crimi­nelen met gewapende overvallen op hun strafblad die zich opgejaagd voelden nadat hun even criminele vriendje per toeval opgepakt was. Religie en het lot van Syrië als een opzichtig dun laagje vernis om zich belangrijker te wanen. Ze wilden toeslaan op paasmaandag, maar geraakten in paniek en kwamen een week eerder in actie.

Ze wilden hun daden in Parijs nog eens overdoen, maar waren met te weinig om evenveel schade te berokkenen. De afgelopen twee dagen zijn er berichten over hoe we aan veel erger ontsnapt zijn. Dat er nog spijkerbommen gevonden zijn tijdens huiszoekingen, samen met zware machinegeweren. Dat de grootste bom niet ontploft is in Zaventem. Feiten die geen troost bieden, maar wel de daders tot menselijke proporties terugbrengen.

- Beeld Geertje De Waegeneer

Joost Vandecasteele 

Vlaamse schrijver en stand-up-comedian, geboren in 1979. Hij won in 2010 de Prijs van Beste Literaire Debuut. Begin dit jaar verscheen zijn roman Jungle.

Publieke lift
Ondertussen is Brussel terug herstart, met het dreigingsniveau terug op drie en het volume op straat terug op elf. Behalve donderdagavond om zes uur. We bevinden ons toevallig in de rijkere bovenstad van Brussel, waar de Louizalaan syno­niem staat voor luxe. Onderweg naar de ­publieke lift om neer te dalen naar de armere benedenstad passeren we het immense Justitie­paleis. Een gebouw dat als sinds mensenheugenis in de steigers staat als een ideale metafoor voor een falende justitie.

En dan van alle kanten politieauto's, van gemarkeerde tot anonieme, waaruit gewapende gemaskerde agenten springen en zich werpen op drie mensen. We zien hoe iemand op de grond wordt geduwd en geboeid een blinddoek om krijgt. Alles rondom komt tot stilstand, de tram, de passanten en de auto's. Maar niemand roept, niemand toetert, niemand trekt op. We beleven een ongekende geconcentreerde stilte. Voor eventjes.

Tot een motorfiets luid gas geeft en de pauzeknop weer wordt losgelaten.

Woensdag schreef Joost Vandecasteele over de impact van de aanslagen op zijn gezin.

30

Dertig seconden duurt de rust bij de tweede poging om een minuut stilte te houden. Dan klinken er sirenes. ‘Zelfs de koning kijkt er niet van op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.