Column

Het was rechtvaardiger hem te doden, zegt Antonia M. (89)

Theodor HolmanBeeld Wolff

De rechter over Antonia M. Oud 89 jaar.

'Zij heeft over het leven van het slachtoffer beschikt alsof het haar toebehoorde. Hij was niet alleen volledig afhankelijk van haar zorg, maar ook weerloos tegenover haar handelen.' Daarom vier jaar cel. (Het Parool van dinsdag.)

"Ik zeg niets. Ik zwijg. 68 jaar heb ik hem verzorgd. 68 jaar. En hij had steeds meer zorg nodig, en die kon ik hem niet meer geven. Wanneer het ­leven een onterechte beproeving wordt, edelachtbare, voor zowel hem als mij, dan moet de dood een oplossing brengen waarvoor ik graag de gevangenis ga. In de gevangenis zal ik vrijer zijn dan ik bij hem de laatste jaren was."

"Weet u, edelachtbare, haat wordt gezaaid, mettertijd wordt het een plant, dan een boom. Maar die boom mag niet te groot worden. Die van ons groeide en groeide maar door. Met overal takken als wurgende grijparmen, het gif droop van het schors en de stam werd dikker en dikker."

"Ons huis werd die boom die alles overwoekerde. De pis en de stront langs zijn benen, uit zijn keel klonken slechts baby­geluiden, woorden waren angstkreten geworden. Een grote roep om te sterven. We haatten elkaar, maar we hadden allengs beiden de dood lief."

"Natuurlijk heb ik hem gedood, al ontken ik dat, edelachtbare. Maar waarom moest ik van u alles bekennen? Het is uit respect voor mijn man, voor mezelf en de samen­leving dat ik daarover lieg. ­Begrijpt u dat niet?"

"Wanneer ik zou bekennen dan zou dat vernederend zijn, dan zou ik namelijk schuld bekennen, en mij treft geen schuld. Ik meen dat ik de rechtvaardigheid een dienst heb bewezen."

"Het was immers rechtvaardiger hem te doden, en hem - en mij - aldus te verlossen uit ons lijden. Had ik mij nog meer moeten opofferen? Ik had geen offers meer te brengen - ja, één: hem ­doden. Uw straf is mijn be­vrijding, edelachtbare."

"Dus ja, ik heb het mes schoongemaakt en ik heb het lijk weggesleept en ik heb gelogen over dieven die binnen zouden zijn geweest. Die dieven waren binnengeslopen. Ze zijn de laatste jaren elke dag binnen geweest, en hebben alles van mij afgenomen wat de moeite van het leven waard maakte. Mijn man, als eerste."

"Straks komt de dood mij halen en mocht God bestaan, dan zal Hij mij over mijn hoofd aaien."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden