Column

Het was een 'open-dicht' in ziekenhuistaal; niks meer aan te doen

Albert de Lange (57, @deAlbertLange), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij bericht de komende tijd, ongewis hoe lang, over zijn aangekondigde dood.

Albert de Lange.Beeld Het Parool

Het was een vreugdevolle zomer, die van 2013. Voor mij duurde die - met dank ook aan een uiterst inschikkelijke, inmiddels verwijderde, bedrijfsarts - van mei tot oktober. Te beginnen met een tuinfeestje voor de verpleging van heelkunde uit het Lucas.

Zo'n uitnodiging hadden ze nog maar zelden meegemaakt en het was gek de mensen die je intiemste (en ook zeer onfrisse) situaties hebben beleefd, nu in hun eigen kleren te zien. Hun vak vraagt een hoge persoonlijke inzet, het was een bijzonder genoegen dat te ervaren, een dierbare herinnering.

Mijn buik was, met de navel in mijn rechterzij en andere oneffenheden, zeer ongeschikt om bloot te geven in openbare zwembaden, maar we vonden onze weg in open water. Het leven begon opnieuw, dat bracht opluchting en blijdschap, maar ik stond er toch anders in. Ik heb er zeker geen brede ruchtbaarheid aan gegeven, maar ook geen geheim van gemaakt dat ik het voelde als voorlopig; prachtig, zolang het duurt.

De meeste mensen vonden dat slecht te begrijpen, maar ik ervoer een toegenomen onverschilligheid jegens de dood. Ik kan het zelf ook niet zo goed verklaren, maar het bleek later een nuttig mechanisme.
De redactie omarmde me, ik was terug op straat, 'stukkies tikken'.

Constante nacontrole is op zichzelf geruststellend, geen kanker, geen kanker, totdat een bloedwaarde ineens omhoog schiet en je al in de ogen van de specialist leest: foute boel. Ik werd in het Lucas een spreekkamer binnengeleid waar de specialist, een arts-assistente en een sociaal-verpleegkundige mij zorgelijk aankeken, voorbereid op elke reactie. Ik heb, toch afgeleid door drie paar observerende ogen, nog een domme vraag gesteld en een week later - ze hadden haast - 'liepen' we bij het Antoni van Leeuwenhoek, laatste hoop en voorportaal.

Op mijn begeleidende papieren stond 'spoed' en 'urgent', maar die woorden hebben een relatieve betekenis in het AvL. Met uitgezaaide darmkanker maak je geen bijzondere indruk in dit Instituut, waar heel andere kwesties van leven & dood aan de orde zijn. Ze wilden een grote buikoperatie uitvoeren - behoorlijke risico's, geen garanties - en wel binnen zes tot acht weken.

Uiteindelijk twaalf weken later, toen ik open lag van borstbeen tot schaambeen, bleek het een verloren zaak; de buik zit vol 'afwijkingen', het was een 'open-dicht' in ziekenhuistermen. Niks meer aan te doen.

Tijdens de plaatsing van het epiduraal - een narcoseslangetje in je rug - werd kort voorafgaand aan de operatie een zenuw geraakt, waarop mijn linkerbeen 'ontplofte', alsof er ineens 500 volt op werd gezet. Dat veroorzaakte groot tumult - er moest een neuroloog uit het Slotervaartziekenhuis komen - en later die dag, op de recovery, was de anesthesiste tot tranen toe beschaamd. Ik had met haar te doen.

En ofschoon de zenuwen in het linkerbeen tot op heden foute signalen afgeven, werd dat ineens een volkomen ondergeschikte kwestie. Er is nog gesproken over doorgaan met chemo, maar we voelden er weinig voor dat ik mijn laatste weken, maanden, creperend door zou brengen - levensverlenging waar niemand wat aan heeft.

Een goede vriendin zei me na het pijnlijke stervensproces van haar doordokterende man: 'Het waren de eenzaamste maanden van m'n leven.'


Woensdag: Een bezorgde notaris, God en hasjolie.

a.delange@parool.nl

Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden