Column

'Het Vondelpark in de regen, is er iets mooier?'

Thomas AcdaBeeld Wolff

Normaal als mijn vrouw midden in de nacht gilt ben ik apetrots en zet ­indachtig Robert Cray 'weer een streepje op mijn (imaginaire) kolf'. Er is nog een reden tot gillen, maar dan lig ik meestal in de nachtelijke woonkamer, met een been succesvol uit de broekspijp en het andere hopeloos in de pijp bij de voet gevangen.

Zelfs op de grond liggend hou ik dan die voet nog vast terwijl ik zie hoe mijn vrouw met een golfclub boven me van plan is nog meer schade aan te richten.

Wij golfen niet, ik heb dat ding ooit op de Noordermarkt gekocht toen er was ingebroken. Mocht iemand het ooit nog eens proberen, dan kan ie een ijzer 7 verwachten en geloof me, mijn vrouw heeft geen enkele handicap. Voor de inbreker sta ik na haar 'put' niet in.

Dat waren de twee ­gillen van mijn vrouw. Tot voor kort dan. Er is een nieuwe bij gekomen. Ook midden in de nacht.

We zijn op vakantie en konden nu eindelijk eens met zijn tweeën in dat ene pittoreske hotelletje in de Provence. Nu eens niet dat viersterrenhotel waar ze de hele dag je bed willen opmaken en openleggen, maar gewoon dat kleine romantische ­familiegebeuren waar we altijd jaloers langslopen maar met onze kinderen zelfs niet eens in de buurt van de entree mogen komen.

Het blijkt een familierestaurant/hotel, ­eigenlijk bed and breakfast, maar dan Frans. Lit et petit déjeuner. En de hele dag het theater van een familie waarvan de ­vader de vrouw niet kan luchten, de moeder de man haat en beiden verachten de puberdochter, die op haar beurt weer niet bepaald gek op ons is, want wij bezetten haar kamer.

Uit wraak loopt ze hele marathons op de zolder boven ons. Om half vier 's nachts finisht ze waarna ze, logisch, in bad moet.

Daarom gilt mijn vrouw nu. Het water komt aan haar kant langs de muur en via het plafond het bed in gedropen. Rechtop in bed en klaarwakker zien we de muur veranderen in iets waar je in de jaren tachtig goed geld voor neer moest leggen, ­lekkagestijl.

De dochter zingt een Frans punklied. Of wordt vermoord.

Wij kijken naar de geelgroene waterverfmuur. Mooi, eigenlijk.

"Hé... het Centraal Station," zegt mijn vrouw zacht.

Ik zie het ook.

"Het Vondelpark," zeg ik.

Dan stroomt het harder.

"Het Vondelpark in de regen, is er iets mooiers?"

Ik begrijp het en stap uit bed om onze kletsnatte kleren in de rolkoffer te pakken. Naar Amsterdam ja, even rust.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden