PlusColumn

Het volksvermaak stapelt zich voor zijn neus op

Thomas AcdaBeeld Wolff

De jongen die duidelijk zijn wankel evenwicht kwijt is, hervindt dat deels met zijn rug tegen de auto van de buurman. Jammer voor mij, want nu is hij genoodzaakt mijn auto als openbaar urinoir te gebruiken.

Trots zie ik van boven hoe mijn oude wagen het meeste linea recta terug op zijn broek spuugt. Hij heeft het niet door. Hoe dan ook wil hij zijn slappe bier in de hand houden, dus moet hij met overduidelijk zijn slechte hand het natte geval terug in de spijkerbroek wurmen. Aan zijn gezicht te zien betreft het hier een exemplaar met rits. In sommige dorpen kun je die nog kopen.

Het meisje dat geduldig op hem staat te wachten om gelukkig voor hem straks op eenzelfde romantische plek het ding gehurkt wat schoner te maken, zingt iets onduidelijks. En ik hou het bewust bij 'iets onduidelijks', omdat het feit dat ze zachtjes 'daar moet een piemel in' voor zich uit murmelt, volkomen ongeloofwaardig zou zijn. Niet onvals, overigens.

Ik besluit naar het interview van de naamgever van dit prachtig stukje folklore te gaan kijken. Wilfried de Jong interviewt op zeer aangename toon de beschaafde man die, als wij allen, groot verdriet te dragen heeft. En dan heeft hij nog niet eens hoeven zien hoe de eerste fase van zijn verjaardag wordt gevierd.

Gezeten naast het meisje met de cupcakes luistert de liedjesschrijver naar de volkszanger verderop die een van zijn oude hits door een betonmolen van Jordanese straatstenen en oude jenever slingert. Hij moet lachen. Pas de volgende dag zal hij last hebben van de shish kebab die er bij aanschaf eerlijk gezegd al uitzag alsof hij de hele rit van slokdarm, maag, darmstelsel en porselein al eens eerder had afgelegd.

Het volksvermaak stapelt zich voor zijn neus op. De student die het geestig vindt zijn haar te laten knippen door het twaalfjarige buurmeisje en er met een verrassend vlot kapsel vandoor gaat. Waarop zijn vriend zijn plek op de kappersstoel overneemt, maar niet ziet dat achter zijn rug weer een andere vriend de schaar van het meisje overneemt. Met een coupe waarmee hij geheid elk pretpark gratis mag betreden, omdat men vermoedt dat hij bij het entertainment hoort, stapt hij vrolijk, zonder nog de spiegel te raadplegen, verder de Jordaan in.

Mijn dochter is zo slim om geen vraagprijs aan haar cupcakes te koppelen en is nu rijker dan haar vader.

Ik ben ook lid van de dooiebroertjesclub, Gewoon Willem. Maar op jouw verjaardag heb ik deze keer alleen maar plezier.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden