Plus Binnenstad

Het volkse in de Driehoekbuurt is er nog steeds

In de Driehoekbuurt, het stukje Jordaan aan noordzijde van de Lindengracht, zijn de panden miljoenen waard. Toch wonen en werken er nog échte Jordanezen.

Paco Obers en Rob van der Have van garage Motormarkt de Jordaan in de Willemsstraat. Obers: 'Je houdt hier rekening met elkaar' Beeld Rink Hof

Een groepje Amerikanen loopt achter hun gids aan slagerij Louman binnen, op de hoek van de Goudsbloemstraat en de Tweede Goudsbloemdwarsstraat.

Ze maken een Jordaan Food Tour, een wandeling langs acht adresjes met ­lokale specialiteiten, à raison van 101 euro per persoon. Verbaasd luisteren ze naar de uitleg over de verschillende vleessoorten op het plankje: 'Liver sausage, boiled sausage, ossenworst, that's the typical Jewish sausage from Amsterdam.' 'Awesome,' vinden ze het familie­bedrijf.

Welkom in pretpark Amsterdam, zou je op het eerste gezicht zeggen, maar daarmee zou je Frans Louman, wiens opa hier in 1890 begon, geen recht doen. Hij verwerkt nog steeds complete koeien en varkens van kop tot staart.

Het grootste deel weliswaar in het westelijk havengebied - 'Vroeger deden mensen de deur gewoon dicht als ik worst rookte, nu bellen ze de brandweer' - maar ook hier ter plekke wordt nog gewoon uitgebeend.

Zes man heeft hij in dienst, allemaal woonachtig buiten de stad: ­Almere, Landsmeer, Purmerend. "Amsterdam is een kantorenstad aan het worden. Ik zou er zo iemand bij kunnen nemen in opleiding, maar mensen hier willen niet meer met hun handen werken."

'Straatdarmen'
Louman is geboren en getogen in de Driehoekbuurt, die loopt van de noordzijde van de ­Lindengracht tot het puntje van de Brouwersgracht. In de negentiende eeuw heette het hier nog buurt QQ, waar 'Fransepads' werd gesproken, het dialect dat was vernoemd naar het Franse Pad, de volkse benaming van de gracht die later de Willemsstraat zou gaan heten.

Het was een overbevolkte buurt, alleen in de Willemsstraat had je al 56 gangen: smalle, dood­lopende stegen met krotten, die door schrijver Israël Querido 'straatdarmen' werden ­genoemd. Nu staat het pand op Willemsstraat 43 - waar vroeger de Wildemansgang lag - te koop voor 2,4 miljoen euro.

De gentrificatie rukt op, geld stroomt de buurt binnen, ook kleine bovenwoningen gaan weg voor grof geld. En toch is het volkse niet verdwenen en is er nog steeds een mix. Niet alleen van verschillende soorten mensen, maar ook van functies.

Neem de buurman van het miljoenenpand, de Stichting Tot Heil des Volks. Daklozen zijn hier drie dagen per week welkom voor een kop koffie.

Voordat de deuren opengaan, zitten ze vaak bier te drinken op het bankje dat ­Basilico, de Italiaanse traiteur op de hoek, buiten heeft gezet. "Die gekken maken alles ­smerig," foetert eigenaresse Sabrina Taglia­pietre, terwijl ze met een tandenstoker peuken tussen de klinkers uitpeutert.

15%

De afgelopen acht jaar verdubbelde het aantal bedrijven in de Driehoekbuurt bijna, maar de groei zit vooral in winkels, kantoren en horeca. De werkgelegenheid bij productiebedrijven nam juist met vijftien procent af.

Tagliapietre komt uit Venetië, ze bleef hier hangen nadat ze haar broer had verpleegd, die aan aids overleed, en nu zit ze al 21 jaar op deze hoek.

"Ik wil hier nooit meer weg," lacht ze met een krakerig rokershoestje. Bang dat de daklozen haar klanten wegjagen, is ze niet. Welnee, die komen echt wel. Haar poetsdrift is eerder een teken van integratie, Jordanezen houden niet van vuiligheid.

Geen geleend geld
Een paar deuren verderop zit Motormarkt de Jordaan, de garage van Paco Obers en Rob van der Have, gespecialiseerd in BMW-motoren. Ze zitten er pas zestien jaar, maar het is zo'n werkplaats uit een film: klein, gemoedelijk, tussen de middag zijn ze dicht, dan wordt er geluncht.

De motoren die ze binnen niet kwijt kunnen, stallen ze op de stoep. ­Paco Obers: "Maar wel zo dat kinderwagens erlangs kunnen. Je houdt rekening met elkaar. Wij nemen voor de hele buurt pakjes aan, het is hier net een postkantoor."

Het gaat goed met de werkgelegenheid in de Driehoekbuurt, de afgelopen acht jaar verdubbelde het aantal bedrijven bijna, het aantal werkzame personen steeg met bijna de helft. De groei zit vooral in winkels, kantoren en horeca.

Wegjaagt
Andere ondernemingen, zoals productiebedrijven, hebben het juist moeilijk. In de Driehoekbuurt nam de werkgelegenheid bij die bedrijven juist met vijftien procent af, ­terwijl die gemiddeld in de binnenstad met vijf procent steeg. Waarschijnlijk is het te wijten aan de nabijheid van de Brouwersgracht, die de huurprijzen opdrijft en de productiebedrijven zo wegjaagt.

Obers is daar niet bang meer voor: "Vorig jaar werd ons pand verkocht, de eigenaar was schappelijk, hij had een ton meer kunnen vragen, maar hij gunde het ons. Een vriend van ons heeft het toen gekocht als belegging en die vraagt gewoon een eerlijke huur."

Bezit van het pand blijkt bij meer bedrijven in de buurt cruciaal te zijn. De Italiaanse Taglia­pietre kon zestien jaar geleden genoeg geld ­lenen om haar pand te kopen, ook Louman heeft zijn pand in bezit. 'Anders kan het niet uit.'

In jeneverstokerij De Ooievaar, iets verderop in de Driehoekstraat, zwaait de derde generatie Van Wees de scepter. Alles gebeurt er op ­ambachtelijke wijze. Het geheim? Cees van Wees: "Hard werken en geen geleend geld." ­Natuurlijk ­probeerden projectontwikkelaars de stokerij te kopen. Van Wees: "Waarom zou ik dat doen? ­Genoeg is meer dan veel."

Nog altijd zijn er dus Mohikanen die standhouden, maar onmiskenbaar tekent de verandering zich af en verschuift de aard van de ­bedrijvigheid. Zoals kapper Coup d'Etat twee deuren links van de motorzaak van Obers en Van der Have: hippe naam, glimmend zwart marmer, lekkere espresso. Duur vindt eigenaar Jeffrey het pand dat hij huurt niet: "Mijn klanten komen uit de grachtengordel en hier zit ik zo ongeveer op de Brouwersgracht."

Côte de boeuf
Rijkdom en werkgelegenheid blijken goed ­samen te gaan, klanten krijgen immers meer te besteden. Maar volgens slager Frans Louman was er in de Jordaan altijd geld: "Vrouwen hadden 's morgens een werkhuis, dus was er geld voor wat lekkers. En nog steeds: de Jordanezen kopen ribstuk en laten het sudderen tot het draadjesvlees is, de import braadt het op 52 ­graden en noemt het côte de boeuf."

Geen kwaad woord over de expats en yuppen die hier zijn komen wonen - 'Ze zijn hartstikke lief en maken dolgraag een praatje' - maar ze blijven zo kort, vindt Louman: "Je ziet hun kinderen later niet terugkomen in de winkel, je weet niet wie hun ouders waren."

Dit is het derde deel van een serie waarin Het Parool buurten in de binnenstad uitlicht. Lees ook: Binnenstad: de plek waar de stad samenkomt [+]. En deel 2: Buurten rond het Rokin leven weer op [+]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.