Het verhaal van Fréderike Geerdink: 'Ik hoor de vrouwen naast me huilen'

Journalist Fréderike Geerdink, vorige week in Koerdistan gevangen genomen en Turkije uitgezet, vertelt haar verhaal. 'De Koerden weten weer twee ogen minder op zich gericht.'

Fréderike Geerdink in Turkije. Ze is nu tegen haar zin in Nederland. Beeld Ilyas Akengin
Fréderike Geerdink in Turkije. Ze is nu tegen haar zin in Nederland.Beeld Ilyas Akengin

Mijn ondervragers lachen me uit. 'Je wist niet dat je in verboden gebied was? En dat moeten wij geloven?' Hun lach is gemaakt, met hun armen over elkaar en achteroverleunend in hun stoelen. Ik voel me in een film, haal mijn schouders op. 'Wij zijn gewoon bezorgd om jouw veiligheid, jouw leven,' zegt de opperondervrager. Mijn beurt om te lachen, en de adrenaline in mijn lijf maakt me een tikje te bijdehand: 'Oh, fijn. Doe even die sigaret uit dan.' Hij doet het nog ook.

Maar wie was er nu de sterkste, de staat of ik? Het is één van de vragen die me bezighouden nu ik, zes dagen na die eerste ondervraging door de Turkse politie, tegen mijn wil in Nederland verblijf. Turkije heeft me precies waar ze me hebben willen: weg uit Koerdistan, niet langer in staat verslag van de allerlaatste ontwikkelingen in de Koerdische kwestie te doen. Tegelijkertijd schiet het land zichzelf in de voet. Een buitenlandse journalist die wordt uitgezet omdat haar werk de autoriteiten niet bevalt, trekt enorm de aandacht, óók naar de Koerdische kwestie.

Maar terwijl ik denk in termen van de staat versus Fréderike, zie ik ook telkens het gezicht voor me van Hevzat. Zij was een van de deelnemers van de 'Levend Schildgroep' waarmee ik op pad was toen die hele groep werd afgevoerd naar het politiebureau in Yüksekova, dicht bij de Iraanse grens.

Konvooi
Het begon allemaal vorige week woensdag. In Yüksekova klop ik aan bij de HDP, de oppositiepartij die is voortgekomen uit de Koerdische politieke beweging, om te vragen wat er speelt in het activistische stadje. Ze vertellen me over de Levend Schild-groep, en dat de tent waar die verblijft vandaag weer zal worden 'ververst' met een nieuw team. Ik vraag of ik mee kan, en een paar uur later stap ik in bij het konvooi dat vertrekt naar een prachtige vallei. Daar ontmoet ik Hevzat, een van de vijf vrouwen in de groep van 32 mensen.

Ze valt me meteen op. Hevzat draagt een zwarte lange traditionele Koerdische jurk, een dikke zwarte doek om het hoofd, daaronder het klassieke witte Koerdische hoofddoekje. Als ik vraag waarom ze onderdeel is van de groep, zegt ze: 'Wij willen vrede, wij willen geen doden meer.' Door in die vallei te zijn en erop te vertrouwen dat zowel leger als PKK hun dood niet op het geweten willen hebben, hopen de activisten de oplaaiende strijd te de-escaleren. Elke dode minder is er één.

Raketten
Dat we in gevaarlijk gebied zijn, is meteen duidelijk. Mortiersalvo's, machinegeweervuur en de inslagen van raketten echoën door de bergen. Toch voel ik me veilig. Van de PKK weet ik dat ze burgers niet als doelwit beschouwen, en hoewel de staat heel wat burgerdoden op zijn geweten heeft, geloof ik niet dat hij zijn wapens op deze groep zal richten.

Zodra me wordt gevraagd of ik niet ook de nacht in het kamp door zou willen brengen, stem ik toe. Ik wil zien hoe het gaat, 's avonds, ik wil horen waarover de gesprekken gaan, hoe het leven er hier uitziet. Ik heb niets bij me behalve mijn telefoon, paspoort, pennen, een opschrijfboekje en wat geld, maar één keer geen tanden poetsen lijkt me overkomelijk.

We drinken water uit een beek, op vuren wordt thee gemaakt en kip geroosterd, er zijn kratten vol tomaten en er is zelfgebakken brood. Stroomafwaarts, achter een grote rots in de beek, is de natuurlijke wc. De vrouwen slapen in een tent, de meeste mannen in de openlucht.

Guerrilla's
De volgende dag heeft het leger de weg terug naar Yüksekova afgesloten; ik blijf nog een nacht. Het wordt me duidelijk dat in deze vallei de PKK het voor het zeggen heeft. Ik zie ze lopen door de bergen, ik tref ze na een klim een hoge rots op, en ook sommige leden van de Levend Schildgroep leggen contact met de guerrilla's. 'Waarom komen jullie zo dicht in de buurt van het kamp?' vraag ik PKK-strijder Sores. 'Is dat niet gevaarlijk voor hen?' Hij antwoordt: 'We hebben hier voorraden, die we achterlieten toen het staakt-het-vuren nog van kracht was. We willen de mensen niet in gevaar brengen. Maar het is fijn om contact met ze te hebben. Zij geven ons morele kracht, en wij hun.'

Ik zie hoe de guerrilla's en de burgers elkaar begroeten. Een van de mannen zegt: 'Onze aanwezigheid beschermt de guerrilla's, en nee, hun aanwezigheid hier brengt ons niet in gevaar. De PKK is van het volk, zij zijn onze beschermers.'

Legerfuik
In de avond van de derde dag zijn de wegen weer open en komen twee busjes en een auto ons ophalen. Vlak voor onze bestemming gaat het mis: een legerfuik. Na de ondervraging door de lachende bullebakken en na een telefoontje naar de Nederlandse ambassadeur in Ankara en mijn ouders in Hengelo beland ik voor drie nachten in de cel op een legerbasis.

Ik geef de aardige bewaker wat geld, waarmee hij voor mij een tandenborstel en tandpasta koopt. De vrouwen uit de groep zitten in de cellen naast de mijne. Ik hoor ze zachtjes praten, vooral in het Koerdisch, wat ik nog niet voldoende machtig ben om aan het gesprek deel te kunnen nemen. De bewaker geeft me een boek, ik gebruik een deken als pilatesmatje, ik klets met de bewaker, ik slaap.

Huilen
'Slecht nieuws,' zegt die bewaker de volgende ochtend. 'Vijftien dode soldaten bij een aanval van de PKK.' Ik schrik, en even later hoor ik twee vrouwen naast me huilen, één van hen Hevzat. 'Waarom huilde je?' vraag ik haar later. Ze zegt: 'Als onze groep dáár was geweest, hadden die soldaten misschien nog geleefd.'

Weer later hoor ik van mijn advocaat dat de Levend Schildgroep die ons kwam aflossen nog voor de autoriteiten bij de plek van de aanslag was om hun medeleven te betuigen en de doden te begeleiden terug naar de bewoonde wereld. Ik krijg tranen in mijn ogen. Iedereen kan zéggen dat hij vrede wil voor beide kanten in het conflict, niet iedereen laat het ook zo overtuigend zien.

De staat versus Fréderike? Daar gaat het niet om. Gebrek aan persvrijheid treft in de eerste plaats de mensen wier verhalen onverteld blijven. De enige buitenlandse journalist die haar standplaats had in Diyarbakir, hoofdstad der Koerden, zit in Amersfoort. De Koerden weten weer twee ogen minder op zich gericht, en zijn weer een beetje meer overgeleverd aan de dodelijke grillen van de staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden