PlusInterview

Het stervende Venezuela beschreven: ‘Het land dat ik kende, bestaat niet meer’

Het duurde tien jaar voor Karina Sainz Borgo kon schrijven over het stervende Venezuela dat ze achter zich liet. Haar debuutroman Nacht in Caracas is een paradox van schoonheid en geweld.

Activisten in Venezuela, hardhandig aangepakt door de oproerpolitie.Beeld Federico Parra/AFP

In het dankwoord achter in haar boek verwijst ze naar The Road, de post-apocalyptische roman waarmee de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy in 2007 de Pulitzer Prize won, over een wereld waar elke vorm van beschaving is weggevaagd. Eenzelfde wereld ­beschrijft Karina Sainz Borgo (37) in Nacht in Caracas. De 38-jarige Adelaida Falcon komt na de begrafenis van haar moeder alleen te staan, in een samenleving die onder het schrikbewind van de ‘Comandante Presidente’ en zijn ‘Kinderen van de Revolutie’ in vrije val is. Het enige wat er nog functioneert is ‘de moord- en roofmachine’, de techniek van het plunderen. ‘Leven was veranderd in op jacht gaan en levend terugkomen.’

“Maar deze apocalyps is voor mij normaal, dit is hoe ik heb geleefd,” zegt Sainz Borgo. Hoewel zij bewust de namen niet noemt van de dictatoriale leiders die haar geboorteland Venezuela in het verderf hebben gestort, beschrijft ze in haar boek indringend de dagelijkse realiteit van wantrouwen en hyperinflatie, van demonstraties die met traangas en bruut geweld worden neergeslagen in een land waar je, zoals haar hoofdpersoon ondervindt, zelfs in je eigen huis niet veilig bent.

Een rauw bestaan, dat ze bitter poëtisch verwoordt: ‘Ons leven, ons geld en onze krachten begonnen op te raken. Zelfs een dag duurde korter dan vroeger. Om zes uur ‘s avonds nog op straat zijn was een domme manier om je leven op het spel te zetten. Alles kon je dood betekenen: een kogel, een ontvoering, een beroving.’

“Mijn roman is gebaseerd op de diepe crisis en het geweld in Venezuela. Maar ik wilde geen journalistiek boek schrijven. No, no, no. De journalistiek zoekt antwoorden. Maar de literatuur kan iets wat de journalistiek niet vermag; je kunt de mensen raken en de paradox laten zien van schoonheid en geweld, met woorden schoonheid scheppen uit geweld. Ik denk dat dat mij als schrijver ook kenmerkt. Ik ben er in 2006 ontsnapt – je vertrekt niet uit Venezuela, je ontsnapt – maar ik heb altijd gevoeld dat ik hierover móest schrijven, het was een levensbehoefte .”

De dochter van de Spaanse

Maar, benadrukt ze, het moest een universeel boek worden. “Zoals het verdwijnen van mensen in autoritaire systemen universeel is – lees Primo Levi, alles wat er nu in mijn land gebeurt is hier in Europa al gebeurd. Daarom heb ik moeite met de nieuwe ­titel die het boek internationaal heeft gekregen.”

Ze tikt venijnig met haar wijsvinger op de kaft van Nacht in Caracas, de expliciete verwijzing naar Venezuela. Haar titel was La hija de la española, de dochter van de Spaanse, naar de nieuwe identiteit die Adelaida aanneemt om haar land te ontvluchten.

“Ik snapte wel dat het voor de uitgevers beter was het boek zo in de markt te zetten, het is duidelijk waar het over gaat. Maar ik vind het zelf een grote spoiler. Dat ik Chavez nooit noem, of Maduro, was voor mij een heel belangrijke literaire beslissing. Als ik hen met name had genoemd, had ik ook hun verhalen moeten vertellen. Al die militaire leiders hebben hun eigen verhaal. Maar ik wilde schrijven over gewone mensen die géén stem hebben, mensen wier levens door revolutie zijn verwoest. In dit geval de Bolivariaanse Revolutie – maar dat doet er eigenlijk niet toe.”

Sainz Borgo zwijgt, denkt lang na, plukt ­onzichtbare haren van haar truitje. Dan, geëmotioneerd: “En ik wilde mijn roman niet per se Venezolaans maken omdat ik het moeilijk vind er nu de hele tijd over te moeten praten. Het heeft tien jaar geduurd voor ik erover kon schrijven. Het was een strijd. En ik ben er pas een jaar geleden over gaan praten. Het doet, ook nu, zo veel pijn, want ik ben opgegroeid in een land dat ooit toekomst had maar moet nu vertellen over een land dat sterft. Een land dat zelfmoord pleegt.”

“Want we zagen het niet. We waren bezig met wie de mooiste was, wie het best gekleed was. En toen Chavez aantrad werd hij binnengehaald als een held. De mensen geloofden echt in hem; maar hij bleek gekomen om Venezuela te begraven.”

De symbiotische moeder-dochterrelatie die ze beschrijft, zegt Sainz Borgo, is een metafoor. Adelaida’s moeder sterft in een land dat ten dode is opgeschreven. Het boek is niet autobiografisch, maar de stem van Adelaida is wel de hare. “Ze staat voor mijn generatie, de mensen die een ander Venezuela hebben gekend en die het land verlaten waar ze geboren zijn.”

Daarom ook het contrast tussen de hoofdstukken in het heden en die in het verleden, met de dromerige bezoeken van Adelaida en haar moeder aan de tantes in hun dorpje, de uitstapjes naar de Galeria de Arte Nacional, naar het grootste theater van het land, Teresa Carreño, of naar het beroemde park in Caracas met de nimfenfontein. En met hun geliefde literatuur, de boeken die later door de bezetters van hun appartement worden verscheurd, vertrapt, de bladzijden als prop gebruikt om het riool te verstoppen.

Non-profiteditie

Dát Venezuela bestaat niet meer, zegt Sainz Borgo. Toen ze het boek begon te schrijven, miste ze de geluiden van vroeger, de liedjes , de traditionele canto del pilon. Maar ook de reggaeton Tu-tu-tumba-la-casa mami, sinistere hit op de begrafenisfeesten van de armen (Tu tumba, jouw graf), drong zich op. Ze was in 2013 voor het laatst in Venezuela, en heeft besloten niet meer terug te keren.

“Het land is onherkenbaar. Het bestaan is zwaar als het licht telkens uitvalt, als aan alles een gebrek is; water, voedsel, medicijnen. Er is geen regering, er bestaan geen wetten – een dictatuur kan het niet schelen of de ziekenhuizen functioneren of niet. Het is haast onmogelijk om die armoede te beschrijven. Hoe, hóe kun je een hele samenleving vernietigen?”

“Er groeit nu een generatie op die niet weet wat vrije verkiezingen zijn, die het normaal vindt dat er geen eten en geen licht is. Er is een nieuwe klasse ontstaan, de ‘Boli-bourgeoisie’ – de mensen die dollars hebben. En dan is er die tachtig procent die overleeft. Die, als ze mijn boek zouden willen kopen, zes of zeven maanden zouden moeten werken om het te kunnen betalen. Daarom hebben we ervoor gekozen een non-profiteditie van honderd boeken uit te geven zodat het daar in ieder geval kan worden gelezen. Heel ironisch: officieel is er geen censuur. Het is geld, althans het gebrek daaraan, dat mijn boek censureert.”

Ook heel ironisch: dat haar Spaanse grootvader in 1940 juist naar Venezuela vluchtte en dat zij op 24-jarige leeftijd de vlucht omgekeerd maakte. Niemand van haar familie woont nog in Venezuela. “De roman gaat over verlies, maar ook over survivor’s guilt waaronder veel overlevers gebukt gaan. Primo Levi heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd. Ik voel me soms schuldig dat ik brood heb...”

Haar stem stokt, ze reikt naar het glas luxe prikwater voor zich. “Ik zal nooit meer zomaar een glas water kunnen drinken, ik zal daar nooit meer hetzelfde over denken. Ook daarom kan ik er moeilijk over praten. Ik voel me nu Spaans, niet zozeer omdat ik een Spaanse achtergrond heb, maar omdat ik van het land hou en het grootste deel van mijn volwassen ­leven in Spanje heb doorgebracht. Maar ik voel me ook schuldig, want ik ben niet dáár.”

Karina Sainz Borgo

Karina Sainz Borgo (Caracas, 1982) woont sinds 2006 in Madrid. Ze begon haar carrière als journalist voor de Venezolaanse krant El Nacional en schrijft over diverse culturele onderwerpen voor o.a. voor El Mundo, Vozpópuli en het literaire tijdschrift Zenda. Haar debuutroman Nacht in Caracas werd een bestseller in Spanje met vijf herdrukken in een maand. Het boek verschijnt in 24 landen.

Fictie

Karina Sainz Borgo - Nacht in Caracas

Vertaald door Arie van der Wal

Meulenhoff, €19,99, 240 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden