Plus

'Het slavernijmuseum kan als pop-up beginnen'

Amsterdam krijgt als eerste stad in het land een slavernijmuseum. Maar hoe dat eruit gaat zien? Alles ligt op dit moment nog open.

Een museum staat al tientallen jaren hoog op het verlanglijstje van de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap, bleek ook gisteren in Pakhuis de Zwijger Beeld Maarten Brante

Het had wel iets van een aandeelhoudersvergadering. Activisten van vroeger en nu, kunstenaars, wetenschappers, gemeenteraadsleden en vertegenwoordigers van grote en kleine culturele instellingen: allemaal waren ze naar Pakhuis de Zwijger gekomen om mee te denken over de Amsterdamse plannen voor een slavernijmuseum, en de organisatie kwam stoelen tekort.

Die grote opkomst zegt veel over belangstelling voor een museum dat al tientallen jaren hoog op het verlanglijstje staat van de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap, maar pas eind vorig jaar groen licht kreeg van de gemeenteraad.

Het voorstel van GroenLinks, PvdA en SP om een ton beschikbaar te stellen voor een verkenning, kreeg de steun van alle fracties in de raad, dat wel.

Plannen en ideeën
Het besluit riep meteen vragen op.

Waar moet dat museum komen? Wat moet er te zien zijn? Wie gaat het leiden en inrichten? Hoe ruim mag het thema slavernij worden opgevat?

Verantwoordelijk wethouder Simone Kukenheim kaatste die bal maandag terug naar de zaal: iedereen die plannen en ideeën heeft, mag die de komende maanden indienen bij de gemeente.

Niet per se een gebouw
Alles is nog open, zelfs het proces dat tot een museum moet leiden, maar de gemeente stelt zich voor dat een onafhankelijke commissie de binnengekomen voorstellen gaat beoordelen.

In die commissie moeten mensen komen met gezag binnen de gemeenschap, zodat de selectie van een, twee of misschien zelfs drie plannen kan rekenen op een breed draagvlak.

Dat laatste is voor iedereen van groot belang. Uit de zaal kwam het verhaal over het standbeeld voor Anton de Kom in Zuidoost.

Dat was met de beste bedoelingen neergezet, maar de verbeelding van de Surinaamse held als naakte man was een deel van de gemeenschap in het verkeerde keelgat geschoten. "Groepen voelden zich niet gehoord," zei de vragenstelster. "Dat moet nu anders."

Pop-up
De zwarte gemeenschap zal leidend zijn, in de commissie, maar ook in het eindresultaat, stelde Kukenheim enkele vragenstellers in de zaal gerust. Ze wilde zich niet vastleggen op een percentage medewerkers, maar ze begreep de hartenkreet.

"Dit gaat niet alleen over een museum. We willen ook een stap zetten in een veel breder debat, het debat over antizwartracisme in Nederland."

Een datum voor de opening van het museum wilde de wethouder ook nog niet geven. Dat hangt helemaal af van de plannen, zei ze.

"We zien een museum niet per se als een gebouw. Het kan ook beginnen als een pop-up die langzaam verder groeit. Dan kan het snel gaan. Maar als het gaat om een neoclassicistisch gebouw dat nog moet worden gebouwd, zal dat natuurlijk veel meer tijd vergen."

Dat laatste riep de vraag op of de nieuwe raad na de verkiezingen ook zo unaniem zal zijn in steun voor de plannen. Daarbij viel de naam van Thierry Baudet. Of de voortgang van het project nog voor 21 maart kon worden geborgd?

Kukenheim liet weten zich geen zorgen te maken. "Het moet wel heel gek lopen als er straks een coalitie zit van partijen die hier niets van willen weten."

Lees ook: 'Slavernijmuseum is al omarmd'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden