Plus

Het Ransdorp van de jaren 30 werd verscheurd door voetbal op zondag

Voetbal op zondag verscheurde in de jaren dertig van de vorige eeuw de hervormde kerk in Ransdorp. Amateurhistoricus Arjan Porsius schreef er een smakelijk boek over.

De Ransdorper Sport Vereniging, circa 1937. Dominee Damsté was inmiddels vertrokken Beeld R.S.V.
De Ransdorper Sport Vereniging, circa 1937. Dominee Damsté was inmiddels vertrokkenBeeld R.S.V.

'Verheugt u over het mishagen der wereld, want wie de wereld liefheeft, is nog altijd op de weg naar het eeuwige bederf.' Met de nieuwe dominee Eduard Damsté haalde de hervormde kerk van Ransdorp in 1932 een scherpslijper in huis: streng in de leer en ronduit agressief tegen ­iedereen die dreigde van het smalle pad te dwalen. Dat bleken in de praktijk zo veel dorpelingen te zijn, dat de Ransdorpers een collectieve zucht van verlichting slaakten, toen de dominee na drie jaar weer zijn biezen pakte.

De moeizame relatie tussen de strenge herder en zijn geschrokken schapen is het onderwerp van een nieuw, smakelijk en in eigen beheer uitgegeven boek van de Amsterdamse amateur­historicus Arjan Porsius, die eerder een dikke pil afleverde over de geschiedenis van zijn geboortedorp. Voor Toorn in Ransdorp daalde de 76-jarige schrijver onder meer af in de archieven van de hervormde kerk, waar hij een kleurrijke correspondentie aantrof van klagende kerk­bestuurders en kerkgangers.

Geladen sfeer
De problemen begonnen met de oprichting van de Ransdorper Sport Vereniging, op 24 april 1932 'in opgewekte sfeer' afgekondigd in het dorpscafé De Zwaan. Op 21 mei werd op een beschikbaar gesteld landje bij het Kinselmeer de eerste wedstrijd gespeeld, tegen de buren van de Durgerdamsche Racing Club. De wedstrijd ging met 6-2 verloren, maar de goals van Simon van Vuure en Piet Bakels zorgden na afloop voor een breed gedragen gevoel van optimisme.

Dat werd door dominee Damsté nadrukkelijk niet gedeeld. De eerstvolgende zondag stak de voorganger een donderpreek af tegen het sporten op zondag, waarbij hij de voetballers die de rustdag niet zouden eerbiedigen, een kerkelijke straf in het vooruitzicht stelde. Toen ouderling Hendrik van Vuure hem na afloop van de dienst wees op de werkster die elke zondag in opdracht van de dominee de reis van Holysloot naar Ransdorp maakte, reageerde de dominee door het bestuurslid met onmiddellijke ingang af te zetten als voorlezer en voorzanger.

De kwestie trok de aandacht van de Waterlander, en daar ging ook geen kalmerende werking vanuit. 'Geladen sfeer in Ransdorp,' kopte de krant op 6 juni. Het artikel van de hand van verslaggever Bertus Pasterkamp bleek het startschot voor een langlopende serie, aangevuld met een stroom ingezonden brieven over de kerkruzie. De emoties liepen daarbij steeds ­hoger op. "Hij die zijn broeder haat, is een doodslager," sloot een supporter van de afgedankte ouderling Van Vuure zijn brief af.

In een afgedrukte steunbetuiging voor Damsté werd Van Vuure afgeschilderd als een ruziemaker en een man die 'zijn kinderen niet kan opvoeden'. Toen weer een andere briefschrijver erop had gewezen dat ook in Schellingwoude op zondag werd gevoetbald, klom de secretaris van die vereniging meteen in de pen: "Dat het pad der jonge vereniging niet op rozen gaat, zal iedere sportman betreuren, maar waarom moet bij al die herrie gewezen worden op Schellingwoude?"

Molestatie
De zaak kwam niet meer tot bedaren, en in 1934 deed het classicaal bestuur in Edam na een vergadering van acht uur uitspraak in het conflict. Damsté kreeg een berisping aan zijn broek, plus het dringende verzoek 'zich in de toekomst te onthouden van alle zodanige uitlatingen en gedragingen, waardoor de eenheid van de kerkenraad en van de gemeente en aan de Liefde van Christus te kort kan worden gedaan.' Toen Damsté een half jaar later weigerde de uitvaart van een moeder van vijf te leiden omdat zij geen trouw kerkganger was, was de maat vol.

In november maakte Damsté de overstap naar Sluipwijk, een transfer die mogelijk werd gemaakt door een getuigschrift van het classicaal bestuur waarin over de berisping in belang van beide partijen niet werd gesproken. In de Graafschapbode van 13 mei 1938 vond Porsius nog een bericht over de molestatie van Damsté tijdens een poging tot catechisatie in Waddinxveen. 'De dominee is (...) met gejoel ontvangen. Daarbij gooide men hem den hoed van het hoofd.'

Toorn in Ransdorp is op aanvraag verkrijgbaar via a.j.porsius@uu.nl. Prijs: € 12

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden