Plus

Het raadsel van de eerste vlam: wie stak de vlam aan?

Negentig jaar geleden werd in Amsterdam voor het eerst de olympische vlam ontstoken, voor de Spelen van 1928. Wie daar verantwoordelijk voor was, blijft misschien wel tot in de eeuwigheid een mysterie.

Op 28 juli 1928 werd in de Marathontoren bij het Olympisch Stadion voor het eerst de olympische vlam ontstoken Beeld Spaarnestad

Historici bijten zich al decennia stuk op een van de grootste mysteries uit de Nederlandse sportgeschiedenis: wie heeft toch tijdens de opening van de Spelen van Amsterdam de olympische vlam aangestoken? Niemand weet het. De sporters die meededen niet, de aanwezigen bij de openingsceremonie niet en de sporthistorici ook niet.

Vandaag exact 90 jaar geleden werd de olympische vlam ontstoken in de Marathontoren bij het Olympisch Stadion. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, ligt de oorsprong van de symboliek van het olympisch vuur niet in de klassieke oudheid. In de olympische be­weging werd in toespraken gerept over vuur en op medailles werd soms een vlam afgebeeld, maar echt brandend vuur had zijn intrede nog niet gedaan.

De traditie van de brandende vlam ontstond in Amsterdam. In het Olympisch Stadion was toen voor het eerst vuur te zien om de sport te vieren. Met veel heisa en bombarie gebeurde dat niet. Het ontsteken werd pas 8 jaar later het officiële begin van het sportevenement.

Eigenlijk kwam dat idee van Adolf Hilter. Hij maakte van het dragen van de fakkel van Olympia naar Berlijn - met 3500 kilometer lang nazivlaggen langs de weg - en het vervolgens ontsteken van de vlam een olympisch symbool. Fritz Schilgen, een Duitse atleet met een arisch uiterlijk, mocht de handeling verrichten onder toeziend oog van tienduizenden toeschouwers.

In tegenstelling tot Atlanta 1996 met Muhammad Ali en Sydney 2000 met Cathy Freeman werd in 1928 hoogstwaarschijnlijk geen vooraanstaande sporter ingezet voor het ontsteken van de vlam. Maar wie dan wel?

Agent of brandweerman
In Amsterdam was de ontsteking van de vlam geen groots, geregisseerd moment. "Het verhaal gaat dat tijdens de openingsceremonie ineens rook uit de Marathontoren kwam," zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren, die zich in het onderwerp heeft vastgebeten. "Overdag was het rook, omdat rook overdag beter zichtbaar was, bij nacht brandde de vlam."

"We hebben het idee dat het ritueel rond de vlam al duizenden jaren bestaat. In werkelijkheid lopen we nog steeds achter de nazipropaganda aan. Bij de Spelen in de klassieke tijd was vuur geen onderdeel van het ceremoniële gedeelte."

Van de Vooren en andere sporthistorici zien in het ontrafelen van het vuurmysterie een bijna heilige missie. De Amsterdammer, die zijn speurtocht zelfs uitwerkte in een boek over de Spelen in Amsterdam, heeft dagen in de archieven van de politie en de brandweer gespeurd naar een naam of een aanwijzing die hem verder zou helpen.

Geen woord
Zelfs het persoonlijke archief van Jan Wils, de architect van het Olympisch Sta­dion, in Den Haag keerde hij binnenstebuiten. Het resultaat: geen woord over de vlam.

Van de Vooren concludeerde daarom dat het vuur in elk geval níet is aangestoken door Wils, een agent of een medewerker van het brandweerkorps. Die informatie was hij anders ongetwijfeld tegengekomen.

Eind jaren negentig hoopte Van de Vooren antwoorden op zijn vragen te krijgen van Marie Vierdag. Zij deed in Amsterdam mee aan de Spelen als zwemster en ging op de fiets naar de openingsceremonie. "Zij had ook werkelijk geen ­enkel idee. Ineens was er rook tijdens de ceremonie, vertelde ze mij. Ze leek verrast te zijn."

Andere ooggetuigen vertelden een vergelijkbaar verhaal. Van de Vooren: "Door onze ogen was de openingsceremonie dodelijk saai. Er werden geestelijke liederen gezongen, gevolgd door lange toespraken van dominees. Prins Hendrik zat op de eretribune en opende de Spelen. Ik weet zeker dat hij de vlam niet aanstak, want als prins Hendrik het vuur had aange­stoken, was dat moment zeker vastgelegd en bewaard gebleven."

Twee verhalen
Ook de kranten besteedden geen woord aan het aansteken van de vlam. "Ik heb met veel getuigen gesproken. Niemand herinnert zich het moment. Daaruit heb ik geconcludeerd dat het bijna een achteloze handeling moet zijn geweest. De aansteker moet geen flauw benul van de historische waarde hebben gehad."

Negentig jaar later zijn twee verhalen over de vlam het meest aannemelijk. De algemeen geaccepteerde gedachte is dat een medewerker van het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf het was, al is voor die lezing nooit een vorm van bewijs gevonden. Een ander verhaal is van iemand die beweert dat zijn oom de verantwoordelijke was, maar ook daarvoor ontbreekt bewijs.

Van de Vooren: "Er liepen buizen in de Marathontoren die waren verbonden met het stadsgas. Waarschijnlijk heeft iemand een simpele lucifer gebruikt om de vlam te ontsteken. Het was destijds gewoon geen groot, meeslepend moment."

Denkfout
Van de Vooren sluit uit dat een van de eregasten de ontsteking heeft verricht. "Die persoon moet dan vanaf de eretribune het hele veld zijn overgestoken, want de vlam ontsteken kon niet op afstand. Ooggetuigen hadden zich die oversteek herinnerd en kranten zouden er over hebben geschreven."

"Onze denkfout is dat we de standaarden van nu projecteren op 1928. De symbolische functie van saamhorigheid van de Spelen is ontstaan in het interbellum, nadat leden van het Interna­tionaal Olympisch Comité letterlijk tegenover elkaar hadden gestaan in de loopgraven. In Amsterdam was die ontwikkeling nog maar net op gang gekomen."

De nazi's gaven in 1936 de vlam pas echt zijn symbolische functie. "In Amsterdam stond niemand er daadwerkelijk bij stil. Waarom zou je het kind een naam geven als het nog niet is geboren? Het ontsteken van het vuur was bedacht als eenmaligheid, niemand kon vermoeden dat het een eeuw later een van de grootste symbolen ter wereld zou zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden