Het puntje citroentaart van Martin Bril

Koffiehuis De Hoek, rechts voor het tafeltje van Bril. Foto Klaas Fopma

Van boter en kaas moest Martin Bril niets hebben, maar van een spiegelei en citroentaart op zijn tijd was hij niet vies. En: hij deed inspiratie op in de horeca.

De laatste maanden kon hij soms niet verder lopen dan traiteur Foodware op de Looiersgracht, vertelt eigenaar Sander van Ommeren (41) over de eergisteren overleden schrijver Martin Bril. "Hij kwam hier wel vier of vijf keer per week. Soms nam hij Ronald Giphart of Bart Chabot mee, maar meestal kwam hij alleen. Tegen lunchtijd. Hij bestelde altijd gekonfijte eendenstamppot of risotto zónder Parmezaanse kaas; hij gruwde van kaas."

Van Ommeren wijst naar een stoel voor een ouderwetse gaskachel. "Daar zat hij, lekker warm. In de winter kan het hier behoorlijk tochten." Als toetje nam hij een espresso en citroentaart. "Op een gegeven moment moest ik die voor hem in stukjes snijden, hij kon het niet meer. We spraken veel over zijn ziekte. Ik geloof niet dat hij dat met veel mensen deed, maar mijn vader is vorig jaar aan kanker overleden en mijn moeder is ziek."

"Donderdag was hij hier voor het laatst. Zondag zag ik hem nog op een bankje zitten in het zonnetje, vlak bij zijn huis. Hij zag er slecht uit. Toch schrok ik toen ik hoorde dat hij overleden is, het komt nooit verwacht."

Rechts in de vitrine ligt nog een puntje citroentaart. "Hij zou nu zo binnen kunnen lopen, rond deze tijd. De risotto en stamppot zijn vandaag nog niet klaar, maar dan zou hij gehakt met bulghur en tomatensaus hebben gekozen."

Drie weken terug zag Harry Schaft (54), eigenaar van koffiehuis De Hoek op de Prinsengracht, zijn vriend en goede klant voor het laatst, toen hij op weg naar een signeersessie in de Bijenkorf even de keuken in kwam lopen.

Ruim tien jaar geleden leerde Schaft de columnist kennen. Iedere woensdag om stipt negen uur 's ochtends kwam Bril met Parool-collega's Felix Rottenberg, Matthijs van Nieuwkerk en John Jansen van Galen voor hun wekelijkse rondetafelbrainstorm.

Bril kwam steeds vaker een spiegeleitje op een bolletje - zónder boter - eten en een kopje koffie drinken. In de winter nam hij een erwtensoep uit een ijzeren bakje, dat hij later in een van zijn columns een spartaans kommetje noemde.

"Hij at hier vaak aan het raam, zodat hij kon observeren, zoals hij dat noemde. Er loopt hier ontzettend veel voorbij. Vooral bij mooi weer. In de lente zeg ik altijd: 'het is weer lente, dat zie je aan de instrumenten', als de vrouwen in rokjes langs komen lopen. Zo is Martin op rokjesdag gekomen."

Schaft mist de man met wie hij graag over vissen - een gemeenschappelijke hobby - sprak. "Ik wist dat het minder met hem ging, maar dat het zó snel zou gaan was voor mij een schok. Ik hoopte dat hij een opleving zou krijgen en uiteindelijk zou blijven leven. Er is met hem een stukje Amsterdam verloren gegaan." (EMMA BOELHOUWER/EVA DE VOS)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden