Column

Het pretpark van de Museumstraat

Eva Hoeke Beeld Floris Lok

In de Javastraat werd de Museumstraat georganiseerd, een initiatief waarbij zes vooraanstaande musea collectiestukken aan buurtbewoners uitleenden om mens en musea op een laagdrempelige manier bij elkaar te krijgen. Dat er van alles in de Javastraat gebeurde, wist ik al. Onlangs interviewde ik Thijs Reuten, broer van actrice Thekla Reuten en PvdA-bestuurder van stadsdeel Oost. Hij sprak over 'authenticiteit," over 'punten aan de horizon' en dat 'leuke Turkse schoenmakertje' waar hij zijn schoenen liet repareren.

Aan goede bedoelingen ook geen gebrek bij de leerlingen van de Reinwardt Academie, organisators van de Museumstraat. Na de officiële aftrap - een podium, een speech, applaus van vrienden en familie en een optreden van een bloedmooi conservatoriummeisje - werd ik aan de hand genomen door Jip Reidinga, een even aardige als ijverige studente. 'Als eerste gaan we langs bij Bart,'zei ze terwijl ze op haar schema keek. 'Hij is één van de Museumdirecteuren-voor-één-dag. Je kan hem interviewen, hij weet ervan.'

Bart bleek een man met een sik, een bril en 'een brede belangstelling' die in het dagelijks leven activiteitenbegeleider was. 'Multatuli trok zich de positie van ­arbeiders en vrouwen enorm aan,' zei hij terwijl hij op een kunstwerk wees waar spreuken van de schrijver op stonden. 'Dat doe ik zelf ook.' Daarna hield hij een boek omhoog. 'Zijn teksten zijn soms ronduit hilarisch, in dit boek heeft hij het over de vrouw als opzichter van de linnenkast.'

Toen we uitgelachen waren gingen we verder, op naar buurman Marco, buurtactivist en derhalve geestelijk vader van de kerststukken, de Javacup en de boomspiegels in de straat. In zijn museum konden bezoekers invulling geven aan het nieuwe eiland dat binnenkort werd ­gebouwd bij ­IJburg, een gebied met een oppervlakte van wel 44 voetbalvelden.

Zelf was hij ook aan de slag gegaan, hij trok een wit vel tevoorschijn. 'Wat mist Amsterdam? Juist, een pretpark. Kijk, zo komt het eiland er wat mij betreft uit te zien.' We zagen een monorail, een reuzenrad en een galgje. Marco: 'Nee, dat is een bungeejump.'

Tot slot bezochten we de huiskamer van Marjan, een vrouw met knalblauwe ogen en blote voeten. Terwijl zes bezoekers onder begeleiding van een docent op de grond zaten en op gamelaninstrumenten sloegen - 'Eén, twee, links, rechts, én... stop' - vertelde ze waarom het Tropenmuseum bij haar paste. 'Dat heeft met mijn geschiedenis te maken,' zei ze. 'Mijn moeder is in Indonesië geboren. Daarnaast heb ik een passie voor stilte en klank, en ik ben heel benieuwd wat voor nieuwe verbindingen de ­gamelan kan smeden tussen buren en buurtgenoten.'

Omdat een bakkie troost daar doorgaans ook voor zorgt, zat ik vijf minuten later op het terras van een Turks koffiehuis. Naast me zat een forse man. Hij keek naar mijn tas persmateriaal - dank je Jip - daarna naar de Museumstraatkraam en vroeg wat er aan de hand was. Zelf was hij nog bij niemand binnen geweest. 'Ik hou niet van kunst. Ik heb nog niet eens bloemen in huis. Wat moet je met die ouwe rotzooi? Kost alleen maar geld.'

Dat was een tegenvaller, maar Thijs en Multatuli zouden zeggen: 'Er is geen eer te behalen aan tegenstanders zonder karakter.' De wens is de vader van de gedachte, ook een mooie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden