Plus

Het platte Amsterdams is bijna kassiewijle

Ooit had je Zeedijks, Kattenburgs, Nieuwendijks en Gebed-zonder-ends. Maar het Amsterdamse dialect wordt met uitsterven bedreigd. In oude volksbuurten klinkt nauwelijks nog plat Mokums.

Beeld anp

Hoeveel 'pikketanissies' worden er nog besteld in Amsterdamse kroegen? Hoe vaak wordt iemand nog op straat uitgemaakt voor 'bijgoochem'? Bij de verkiezing van het mooiste Amsterdamse woord in 2014 eindigden deze twee bovenaan, maar wie gebruikt ze nog? Steeds minder mensen.

Volgens taalexpert en schrijver van het Mokums Woordenboek Hans Heestermans is het een kwestie van tijd voor het Amsterdams als dialect niet meer bestaat. Een logisch gevolg van een stad die in hoog tempo van samenstelling verandert. "In de Jordaan woont geen oorspronkelijke Jordanees meer. Dat heeft natuurlijk ook invloed op de taal die daar wordt gesproken," zegt Heestermans.

En dat terwijl nog geen eeuw geleden het Amsterdams een bloeiend dialect was, met vele vertakkingen. Per buurt kon het dialect verschillen: je had Zeedijks, Kattenburgs, Nieuwendijks en Gebed-zonder-ends.

In het boekje Hij Zeit Wat uit 1948 schrijft dialectoloog Jo Daan dat Amsterdam ooit 19 buurtdialecten kende, elk met zijn eigen accent en uitdrukkingen. En al die dialecten zijn dus binnenkort allemaal, om het op z'n Amsterdams te zeggen, kassiewijle.

Permanente verandering
Om cultuurpessimisten enigszins gerust te stellen: alle talen en dialecten zijn permanent onderhevig aan verandering. "Een taal die niet verandert is een dode taal, zoals Latijn of OudGrieks" zegt taalkundige Frans Hinskens, verbonden aan het Meertens Instituut.

En om maar aan te geven dat het nog erger kan: jaarlijks houden tientallen talen - dus geen dialecten - op te bestaan. "In het Amazonegebied of in Nieuw-Guinea leggen om de haverklap talen het loodje. Daar blijft veelal niets van bewaard: dat is echt dramatisch." Een dialect dat langzaam verdwijnt is jammer, maar ook niet meer dan dat, vindt Hinskens.

Amsterdams was altijd al een minder stabiel dialect dan de dialecten die in meer gesloten ­gemeenschappen ontstonden. Amsterdam was als haven- en handelsstad en als plaats waar door de eeuwen heen veel mensen van buitenaf naartoe trokken een 'hogedrukpan voor taalontwikkeling', zegt Hinskens.

Een bevolking die voortdurend van samenstelling verandert krijgt automatisch een fluïde dialect. Zo is het Amsterdams door de toestroom van joden uit Spanje en Portugal aan het einde van de 15de eeuw, maar vooral van Duitse, Poolse en Russische joden, verrijkt met veel woorden uit het Jiddisch: kapsones, gein, ponem, mazzel. Ook de 'dieventaal' Bargoens bracht nieuwe woorden: bajes, smeris, snaaien.

Typisch Amsterdams zijn de vele grammaticale vereenvoudigingen: ik hep, jij hep, hij hep. "Kenmerkend voor tweedetaalverwerving. Kinderen die een taal leren hebben veel minder moeite met vreemde vervoegingen, maar voor volwassenen is dat heel lastig," zegt Hinskens.

Het Amsterdamse dialect is dus het product van demografische veranderingen en ironisch genoeg betekent de influx van nieuwe Amsterdammers ook de ondergang van het dialect.

"Veel Amsterdammers zijn de afgelopen jaren naar omliggende steden getrokken. Wellicht wordt nu in Almere, Lelystad of Purmerend meer Amsterdams gesproken dan in Amsterdam zelf," zegt Heestermans.

"Het zou interessant zijn om te onderzoeken of het Amsterdams zich anders heeft ontwikkeld in een stad zonder bestaand dialect, zoals Almere, dan in Purmerend, waar het zich waarschijnlijk heeft vermengd met het plaatselijke dialect."

Stuiptrekkingen
De gentrificatie van oude volkswijken als de Jordaan en De Pijp heeft ervoor gezorgd dat daar nauwelijks nog Amsterdams wordt gesproken. Maar ook de invloed van het onderwijs en de veranderde status van dialect moeten niet worden onderschat.

"Vroeger was dialect geen arbeiders- of volkstaal, maar sprak iedereen het. Pas in de 19de eeuw, toen de burgerij machtig werd en de geletterdheid toenam, werd een accent als iets minderwaardigs gezien. Hoe meer mensen een opleiding kregen, hoe minder er plat Amsterdams werd gesproken," zegt Hinskens.

"Nu zie je een omgekeerde beweging: sommige yuppen vinden het mooi om zichzelf een Amsterdams accent aan te meten. Zo blijft dialect altijd in beweging." Maar uiteindelijk zijn het de laatste stuiptrekkingen van uitstervend dialect.

"Uiteindelijk zullen alle streekdialecten verdwijnen," zegt Heestermans. Hij merkt op dat naarmate dialecten onder druk komen te staan, lokale en regionale media er meer aandacht aan besteden. Quod erat demonstrandum, zouden de Romeinen hebben gezegd, als hun taal niet al eeuwen dood was geweest.

Is straattaal het nieuwe Amsterdams?

Jongeren spreken tegenwoordig eerder over 'Damsko', een 'donnie' en een 'mattie' dan over 'Mokum, een 'joetje' of een 'gabber'. Neemt straattaal, met veel elementen uit het Arabisch, Engels en Papiamento, de plek in van het Amsterdamse dialect?

Nee, zegt taalexpert Hinskens: "Straattaal is groepsgebonden jargon, zoals vroeger ook de adel zijn eigen jargon had. Dat is iets anders dan een dialect dat een volwaardig en coherent taalsysteem vormt en streek- of plaatsgebonden is. Straattaal is bovendien erg veranderlijk: woorden die nu veel worden gebruikt kunnen over een paar jaar weer verdwenen zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden