Plus

Het Plan van Gool in Noord: monument vol frivole vondsten

Welke gebouwen komen in aanmerking voor bescherming als jong rijksmonument? Het Plan van Gool in Noord in elk geval, vindt Amsterdam, en dat staat daarom vast te boek als gemeentelijk monument.

Sierlijke balkons, groen en de aviobruggen typeren de complexen van Van Gool in Noord Beeld Jesper Boot

Op een zonovergoten zomerdag fietst architectuurhistoricus Gerrit Vermeer met geïnteresseerden over de paden van Het Breed in Amsterdam-Noord.

Aan de grote plas met over het water hangende bomen ziet het complex er die dag uit als een Spaans vakantieoord. De tien flats van vijf woonlagen, met ruim 1100 woningen, gemarkeerd met scholen, kapelletjes en twee hoge torens, maken niet de onpersoonlijke indruk die gewoonlijk aan grote projecten kleeft.

"Dit project markeert het einde van de strokenbouw in de tuinsteden," legt Vermeer uit. "Het is een project van architect Frans van Gool met balkons en zuiltjes tegen de gevel. De dienst Stadsontwikkeling van Amsterdam koos voor dit enigszins frivole ontwerp omdat zelfs deze hooggeleerde stedenbouwkundigen, met Cornelis van Eesteren aan het hoofd, vonden dat de strokenbouw erg saai werd."

Na de wederopbouw
Het Plan van Gool, zoals het complex heet, moet nog dit jaar worden aangewezen als gemeentelijk monument. Het is daarmee een van de eerste complexen uit de periode na 1965, de architectuur van na de wederopbouw.

Vermeer, tevens docent aan de Universiteit van Amsterdam laat dit gebouw zien omdat monumentenzorgers in heel Nederland zich sinds kort buigen over de vraag welke gebouwen uit deze periode monumentwaardig zijn.

Vermeer wijst op de functiescheiding en het verkeersplan dat Van Gool heeft ontworpen. Beneden op de begane grond heerst het groen, met in het midden parkeerplaatsen.

Een etage hoger ligt de verbinding van het woongebied met omliggende doorgaande wegen, zoals de Purmerweg. Nog weer twee lagen hoger is een galerij verbonden met aviobruggen, die lijken op de eveneens door Van Gool ontworpen slurfbruggen op Schiphol. Zij sluiten aan op volgende flatgebouwen.

"Dit was een enorme vondst, " zegt Vermeer. "Binnen werd buiten. De architect maakte van een binnenstraat ineens een buitenstraat op een bovenverdieping. De bakker, de slager, de postbode en de loodgieter konden vrij via de open trappenhuizen naar deze binnen gelegen 'buitenstraat' komen."

Wie nu naar binnen wil, moet aanbellen. De trappenhuizen zijn bij een recente renovatie afgesloten door de corporaties Ymere en Eigen Haard vanwege inbraakgevoeligheid. Ze zijn voorzien van glazen voorportalen.

Aviobrug Beeld Jesper Boot

De experimenten met alternatieven voor strokenbouw begonnen in de Molenwijk. Daarna volgde het Plan van Gool, op zijn beurt de voorloper van De Bijlmer. "De honingraatflats daar zijn enorm bekritiseerd," zegt Vermeer. "Ze waren met dezelfde idealen ontworpen." Maar omdat ze verloederden, slecht onderhouden werden, en compleet uitgewoond, mislukte De Bijlmer. Waar dat precies aan lag is volgens Vermeer nooit vastgesteld.

Bloemperken
Sociologen wezen op de eenzijdige bevolking van De Bijlmer, na de volksverhuizing van rijksgenoten naar Nederland ten tijde van de uitroeping van de onafhankelijkheid van Suriname door Desi Bouterse. Nieuwkomers, gewend aan dorpen op de begane grond, kregen van corporaties hoge Bijlmerflats toegewezen, nadat die door te hoge huren leeg waren gebleven.

"Goede menging van bevolkingsgroepen is belangrijk," zegt Vermeer. "Dat is in de Molenwijk en in het Plan van Gool beter gelukt. Maar het is ook net een andere schaal en er waren andere interessante buurtjes omheen. Je ziet hier mooie bloemperken, daar waar in De Bijlmer vuilniszakken uit de lucht zeilden."

Een toevallig passerende bewoner, G. Moeton van Bovenover, laat ons meelopen naar het trappenhuis zodat we de binnenstraat van een van de flats kunnen zien. Boven ziet het eruit als een enorme galerij. Moeton woont hier al zijn hele leven. Hij vindt het resultaat van het wooncomplex na de renovatie 'niet fantastisch', omdat de corporaties te veel aan het concept hebben gesleuteld.

"De binnenstraten zijn kale, lege, vertrekken geworden." Je kunt er een kanon afschieten. Een bewoonster die met twee kinderen ook voorbijloopt is juist blij. "We hadden veel overlast van opgeschoten jongeren. Maar die is voor een groot deel weg."

Stadsvernieuwing
Vermeer vindt zelf dat het ontwerp ook na de verbouwingen laat zien dat de sociaal-culturele waarde van belang is. "Het trappenhuis naar de bovenstraat staat er nog," zegt hij. "Het is met een glazen hal afgesloten. Maar we kunnen nog goed zien hoe het gebouw volgens de ontwerpers gebruikt moest worden."

Dit is typisch stadsvernieuwing, zegt Vermeer. "In die tijd werden vaak gezamenlijke ruimtes gemaakt, waar bewoners samen konden zitten. De praktijk gebeurde dat vaak helemaal niet, maar het idee is interessant voor zijn tijd."

Gerrit Vermeer, architectuurhistoricus en erfgoedspecialist UvA, ook betrokken bij het Cuypersgenootschap en Heemschut Beeld Jesper Boot
Beeld Laura van der Bijl

Noord zet de toon

Koploper bij het koesteren van jong monumentaal erfgoed is Amsterdam-Noord, blijkt uit een ambtelijke inventarisatie van jonge monumentale gebouwen in de stad.

Uit de tijd van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren heeft het stadsdeel al gebouwen uit de zogeheten Post 65-­periode geselecteerd, zoals het Plan van Gool. De selectie gaat tot 1970. Nu is de gemeente bezig met panden die tussen 1975 en 1985 gebouwd zijn. In Noord zijn dat onder meer Banne II en het IJ-plein. Deze zomer hoopt Amsterdam de rest van de stad in kaart te hebben.

Ook Den Haag, Utrecht, Almere en Apeldoorn hebben jonge monumenten aangewezen of voorgesteld. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft al een eerste overleg gevoerd met ambtenaren en wetenschappers over de vraag of jong erfgoed ook rijksmonument moet worden.

Het is nog niet zo ver, maar zonder bescherming kunnen veel van deze panden door verbouwingen of sloop verdwijnen. De rijksdienst zit nog met de vraag hoe jong een jong monument mag zijn. In principe loopt de periode tot gisteren.

De dienst heeft eigen onderzoek gedaan naar jong erfgoed uit de tijd dat de stadsvernieuwing begon met de bijbehorende democratisering, en de experimentele woningbouw van 1968 tot 1980.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.