PlusAchtergrond

Het piept en het kraakt bij de GGD en dat hadden we kunnen weten

Er is uitgebreid gewaarschuwd dat de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’s) niet klaar zouden zijn voor een pandemie, maar daar is niets mee gedaan. Door een falende GGD kon corona zich verder verspreiden in Nederland.

XL-vaccinatielocatie Breepark: momenteel maken de GGD’s zich op voor een flinke opschaling van het vaccineren.  Beeld ANP
XL-vaccinatielocatie Breepark: momenteel maken de GGD’s zich op voor een flinke opschaling van het vaccineren.Beeld ANP

Dat blijkt uit onderzoek van het AD naar GGD’s, waarvoor ruim honderd bronnen zijn geraadpleegd. Al sinds 2000 wordt in keiharde rapporten gewaarschuwd dat Nederland ‘onvoldoende is voorbereid’. Draaiboeken zijn ‘ondermaats’, opschaling ‘niet verzekerd’, terwijl omstandigheden die pandemieën veroorzaken ‘steeds nadrukkelijker aanwezig zijn’.

Het gevaar van infectieziekten is volgens meerdere (oud-)GGD-directeuren door de kabinetten-Rutte zwaar onderschat. “Bewindslieden vonden onze waarschuwingen belachelijk. ‘Infectieziekten zijn voorbij’, zei een bewindsman me letterlijk,” aldus Paul van der Velpen, 22 jaar directeur van drie GGD’s. Meermaals werden GGD-directeuren in persconferenties en Kamerbrieven verrast met nieuwe taken door minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge. De CDA-bewindsman werd op zijn beurt boos als de chaos bij de GGD hem overviel.

Een van de hoofdoorzaken van de problemen is volgens oud-topambtenaren dat GGD’s eind jaren tachtig zijn ondergebracht bij gemeentes, zonder duidelijke eisen en geld. Oud-RIVM-topman Roel Coutinho: “Dat is het nadeel als je GGD’s onderbrengt bij gemeenten. Die kijken altijd: waar kan ik het met minder doen.”

Liefst 21 van de 25 GGD’s hadden in 2015 onvoldoende artsen en/of verpleegkundigen infectieziektebestrijding, maar een rapport daarover belandde volgens coauteur Jos van de Sande ‘in de la’. Hij stond jaren aan het hoofd van infectieziektebestrijding bij GGD Hart voor Brabant en beschrijft hoe er in die periode ‘sausjes’ over zijn verbetersuggesties gingen. “GGD-directeuren wilden niet weten dat ze niet voldeden aan de formatie-eisen. In officiële verslagen staat nooit het naadje van de kous.”

Bruiloften met allochtonen genegeerd

Onderbezetting leidde ertoe dat bron- en contactonderzoekers moeilijke onderzoeken ‘onder het kleed moesten vegen’. “Bruiloften met allochtonen zijn genegeerd vanwege taalproblemen,” bevestigen verschillende uitzendkrachten die uitbraken moesten helpen indammen. Hen werd opgedragen ‘thuis’ in te vullen als waarschijnlijkste besmettingslocatie, zodat zij een volgend dossier konden oppakken. Een nakijker toont hoe gegevens ‘boordevol fouten’ naar het RIVM gaan.

Ook waren GGD’s op cruciale momenten tijdens de coronapandemie onbereikbaar voor artsen, specialisten, school- en verpleeghuisdirecteuren. Een arts-microbioloog die bij een van de allereerste coronapatiënten van Nederland de GGD pas een dag later te spreken kreeg: “Het leek wel Jiskefet.”

Het is een frisse voorjaarsdag in 2020 als een jonge medewerker het kantoor binnenloopt van Paul van der Velpen, interim-directeur van de GGD Gelderland-Midden. Ze weet niet meer hoe ze verder moet. Van der Velpen beseft dat zij niet de enige is die op omvallen staat. “In het callcenter worden mensen verrot gescholden. Terwijl iedereen zich kapot werkt. En ’s avonds op tv zien we allemaal bijdehandjes die weten hoe het beter moet. Voor ziekenhuispersoneel wordt geapplaudisseerd, maar GGD’ers worden op hun kop gekakt. Jonge mensen, net gestart. Er waren momenten dat ik dacht: hoe krijgen we dit in de klauwen?”

Het is meer dan een jaar na het uitbreken van corona in Nederland en ‘in de klauwen’ hebben de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten het nooit gehad. Nu worstelen de GGD’s zich een weg door het zwabberende vaccinatiebeleid van het kabinet.

Het AD sprak vanaf juni vorig jaar met ruim honderd betrokkenen van binnen en buiten de GGD. De dienst zelf weigerde medewerking. Onder andere om die reden, maar vooral uit bezorgdheid besloten tientallen medewerkers om toch te praten. Dit is het verhaal van een crisisorganisatie die deels zelf verantwoordelijk werd voor de coronacrisis in Nederland.

Saai?

Als Roel Coutinho, de latere RIVM-voorman, in 1977 solliciteert bij de GGD, snappen collega-artsen er niets van. “Ze verklaarden me voor gek. Hoe kon ik mijn leven vergooien aan zoiets saais? De GGD was overbodig, mensen kregen toch geen polio of tbc meer? In de hiërarchie in de geneeskunde stonden specialisten bovenaan, daarna kwamen huisartsen. Onderaan bungelde publieke gezondheid.”

Toch gaat Coutinho bij de GGD Amsterdam aan de slag als hoofd van de afdeling volksgezondheid. Later volgt een kaalslag. CDA-minister Elco Brinkman maakt eind jaren tachtig gemeenten in plaats van het rijk verantwoordelijk voor de GGD. Oud-GGD-hoofd Paul van der Velpen: “Het kabinet schoof alles naar gemeenten, zonder duidelijke eisen en zonder budget.”

Met de komst van de Wet Publieke Gezondheid in 2008 krijgen GGD’s er taken bij voor het landelijk bestrijden van infectieziekten. Maar op last van de betrokken gemeenten moesten alle 25 GGD’s zwaar bezuinigen vanwege de crisis die toen heerste. “GGD’s moesten echt bedelen,” zegt voormalig GGD-directeur en hoogleraar zorgfinanciën Richard Janssen. Van der Velpen: “In de acht jaar dat ik directeur was in Amsterdam, is 30 procent bezuinigd.”

Keer op keer klinkt harde kritiek. Maar volgens experts gebeurde daar tijdens de kabinetten-Rutte niets mee. Noch minister Hugo de Jonge, noch zijn voorganger Edith Schippers (VVD), grijpt in, zo klinkt het. “Sinds 2008 zitten de GGD’s op waakvlamniveau,” zegt oud-directeur van de GGD-koepel Laurent de Vries. “Een epidemie bestrijden zit er dan niet in. Alsof je tegen de brandweer zegt: de laatste tijd zijn er geen grote branden meer, laten we de boel maar afschalen.”

Tijdreizen

Aanhoudend bezuinigen kan ernstige gevolgen hebben, concluderen toezichthouders. Neem het inspectierapport Staat van de Gezondheidszorg 2005. Belangrijke draaiboeken zijn ‘ondermaats’ en ‘onvoldoende getest op wetenschappelijke deugdelijkheid en uitvoerbaarheid’. Mocht er een epidemie uitbreken dan is ‘adequate opschaling niet verzekerd’. De slotsom: ‘Nederland is onvoldoende voorbereid op epidemieën met grote gevolgen voor volksgezondheid.’

Het rapport klinkt als de waarschuwing van iemand die na de coronapandemie terugreist in de tijd: ‘Door de grote toename van internationaal verkeer kan verspreiding van micro-organismen binnen korte tijd over grote delen van de wereld plaatsvinden.’ En: ‘De noodzakelijke technische infrastructuur, zoals een geschikte database voor grootschalige bron- en contactopsporing, ontbreekt.’ Bovendien, zo waarschuwt de toezichthouder, bij infectieziektebestrijding is opschaling van belang bij vaccinaties.

Het zijn de jaren waarin Hans de Goeij, jarenlang actief als GGD-directeur, is opgeklommen tot directeur-generaal Volksgezondheid. In diverse publicaties waarschuwt deze topambtenaar voor de gevolgen van de afkalving. Voelde hij zich een roepende in de woestijn? “Breek me de bek niet open,” zegt hij. “Ik herinner me hoe een grote stad voorstelde om de GGD op te heffen. Infectieziekten waren toch voorbij.”

De situatie verergerde door de Mexicaanse griep, stelt De Goeij. Wereldwijd kostte die ruim 18.000 mensenlevens, in Nederland zestig, minder dan een gewone griep. “Achteraf werd ons verweten dat 40 miljoen onnodig was uitgegeven. Als we daarna waarschuwden voor een epidemie, klonk het steeds: ‘ah, net als bij de Mexicaanse griep, zeker’.”

‘Team redt het niet meer!!!!’

Als op 28 januari in China 106 mensen zijn gestorven en wereldwijd vierduizend mensen zijn besmet, bestempelt het Nederlandse kabinet Covid-19 tot A-ziekte. Daarmee valt het onder verantwoordelijkheid van minister De Jonge en is er ineens wél geld. “Dat klinkt mooi, maar dat zorgt niet meteen voor meer mensen,” benadrukt Van der Velpen. Een arts infectieziekten opleiden duurt vier jaar, ná de opleiding tot basisarts. Op 28 februari, slechts één dag nadat een man uit Loon op Zand als eerste Nederlander positief is getest, is de GGD al overvraagd. Bij de GGD Hart voor Brabant, de provincie is dan Nederlands grootste brandhaard, is vrijwel direct tekort aan alles: van voldoende toegangssleutels tot menskracht voor weekenddiensten.

Tijdens een spoedberaad van infectieziektebestrijders is de paniek groot, blijkt uit verslagen. Korte staccato zinnen tonen chaos. ‘Overzicht is kwijt.’ Het eindoordeel over die sessie beslaat vijf woorden: ‘Team redt het niet meer!!!!’

De week daarop volgen de eerste ziekenhuisopnames in de regio Rotterdam. Een betrokken arts-microbioloog weet het nog precies. “Tussen 10 en 11 uur ’s avonds wilde ik onze allereerste coronapatiënt melden. We riepen als ziekenhuis ons crisisteam bijeen en wachtten op instructie van de GGD. Pas rond middernacht kreeg ik de GGD-arts aan de lijn. Die zei: ‘Weet u wel dat het nacht is? We bellen morgen wel terug.’ Twintig mensen luisterden mee. Wij werden totaal aan ons lot overgelaten. We hebben het er nog wel eens over hoe volstrekt krankzinnig dat was.”

Het bleek geen incident. “In het begin moesten we elk geval direct melden, maar kregen we de GGD heel lastig te pakken. ’s Nachts luidde het bericht van de portier meestal: ‘Die ligt te slapen.’ Complete ruzies hadden we erover. Overdag belde ik boos de GGD: ‘Jullie werken blijkbaar van 8 tot 5 en daarna doe je niks meer!’” Die mentaliteit wordt volgens hem mede veroorzaakt door de belabberde beloning van GGD-artsen. “Je werkt bij de GGD óf uit enorme gedrevenheid, óf je doet het omdat je nergens anders aan de bak komt. Jammer genoeg lopen er bij de GGD ook mensen rond uit de laatste categorie. Na twintig jaar uitknijpen is de GGD een uitgeperste citroen. Er is zo lang bezuinigd dat je er, wanneer er echt rottigheid is, gewoon niks aan hebt.”

Onbereikbaar

Ook als de scholen weer opengaan, merken die dat zij om 17.05 uur de GGD niet meer te pakken krijgen. Daardoor zijn volgens schooldirecties nodeloos klassen naar huis gestuurd. Schooldirecteur Jan Wiegers van het Gelderse Dorenweerd College: “Het was geen opzet of onbenul. Ik denk dat de GGD daar gewoon niet goed over heeft nagedacht.”

Op betere bereikbaarheid van GGD’s wordt al jaren gehamerd. Ook in 2015 al blijkt bij meerdere GGD’s de arts-infectieziekten niet 24/7 bereikbaar. Begin maart 2020 ondervindt de door corona getroffen Suzanne dat ook. Voordat ze symptomen krijgt, besmet ze haar vader en haar zoon. Haar vader besmet op zijn beurt haar oom. Suzanne belandt in het ziekenhuis. Haar vader en oom ook. Anderhalve week later overlijden vader en oom op dezelfde dag. “Mijn vader ging vier minuten na zijn broer.”

Het bizarre: Suzanne hoort niets van de GGD. Terwijl ze tot de eerste lichting van enkele honderden Nederlanders met een positieve coronatest behoort en meerdere sterfgevallen in haar directe kring heeft. “Ik weet precies wanneer en waar ik besmet ben geraakt. Dat wilde ik melden, maar niemand van de GGD vroeg iets. Uiteindelijk heb ik ze zelf maar gebeld.”

Volgens experts duurde het veel te lang voordat bron- en contactonderzoek in Nederland op gang kwam. “In maart en april was Duitsland daar al volop mee bezig,” weet veldepidemioloog Amrish Baidjoe, een van de weinige Nederlanders met veel ervaring op het gebied van ziekte-uitbraken. “Duitsland leidde massaal mensen op. Binnen 48 uur zaten vacatures voor containment scouts vol.” Volgens Baidjoe is het verhaal van Suzanne geen uitzondering, maar toch vreemd. “Geen bron- en contactonderzoek kan leiden tot escalatie. Verspreiding blijft onder de radar, een cluster zie je dan pas als het te laat is.”

Keihard werken

Nederlandse GGD’s werken volgens experts zo dicht tegen schaarste aan, dat die in de eerste maanden van de coronacrisis totaal zijn overlopen. “Er was simpelweg geen capaciteit,” aldus Baidjoe. “Pas in juni kwam bron- en contactonderzoek op gang.” Een handjevol mensen werkte volgens een betrokken GGD-arts keihard, ‘maar het duurde vijf maanden voor de achterstand was ingehaald’.

Ook testen bleven vaak uit. In het voorjaar van 2020 weigert de GGD coronatesten voor een zwaargetroffen Gelders verpleeghuis. De verpleeghuisdirecteur: “Ik heb geleerd om om de GGD heen te werken.” Volgens een arts op de spoedeisende hulp hield de GGD zich weliswaar aan de richtlijnen, maar had die toen mans genoeg moeten zijn om af te wijken van het protocol. “Toen officieel nog geen corona in Nederland was, had ik een heel sterk vermoeden dat een patiënt besmet was. Hoe ik het ook probeerde, ik kreeg geen test. Zelfs een patiënt die in China was geweest mét luchtwegklachten kreeg van de GGD geen test, omdat die geen koorts had. Meerdere nachten lag ik wakker: mijn god, ik hoop niet dat de hele regio besmet raakt.”

Nederland probeert vervolgens de testachterstand in te halen. In mei stelt minister De Jonge in een persconferentie dat iedereen met klachten vanaf 1 juni getest kan worden. Sjaak de Gouw, die als voorzitter infectieziektebestrijding bij de landelijke GGD uitgroeide tot boegbeeld, geeft later toe dat hij door die boodschap is verrast. Als De Gouw een paar dagen later in het Catshuis moet uitleggen hoe de GGD’s dit gaan aanpakken, is de titel van zijn presentatie: ‘Een grote uitdaging, die we samen gaan waarmaken’.

Bij de lancering van het landelijke afsprakennummer op 1 juni kan de lijn honderdduizenden telefoontjes niet aan. Een maand later erkent De Gouw nog een nederlaag. Hij geeft aan dat er te weinig bronnen worden achterhaald, zodat er geen goed landelijk beeld is te krijgen. Dat verontrust veldepidemioloog Arnold Bosman. “Om het virus in te kunnen dammen, is zicht hierop juist broodnodig. Anders kun je ook geen centrale regie voeren.’’

De Jonge kookt van woede

Gebrek aan regie wordt ook pijnlijk duidelijk na de persconferentie op 6 augustus 2020. De Jonge zegt dan dat ‘we dankzij bron- en contactonderzoek vuurtjes snel uit kunnen trappen’. Nog geen 24 uur later maken de GGD Amsterdam en Rotterdam bekend het bron- en contactonderzoek uit te kleden. Door die boodschap wordt De Jonge compleet overvallen. Hij kookt van woede.

Omgekeerd worden GGD-directeuren ook meermaals verrast door zijn aankondigingen. “Ook al was er vooraf intensief contact tussen GGD’s en het ministerie, tijdens persconferenties hoorden we dan ineens dingen die niet waren afgesproken,” verklaart Van der Velpen. Een collega-directeur: “In Kamerbrieven stonden beloftes terwijl daar in onze beleving nog over gesproken moest worden. Wij moesten het dan weer oplossen.” Als De Jonge zonder medeweten van GGD-directeuren aankondigt op welke dag het vaccineren start, vallen hun monden open van verbazing.

Volgens deskundigen komt dit doordat, zelfs nu nog, niet duidelijk is wie de leiding heeft. Dat blijkt ook als het ‘redteam’, een club van onafhankelijke experts, op 13 augustus vorig jaar om tafel gaat met minister De Jonge en zijn hoogste ambtenaar. Veldepidemioloog Bosman is daarbij. “Wij vroegen aan De Jonge en secretaris-generaal Erik Gerritsen wie de baas is van de GGD. Tot mijn grote verbazing keken zij elkaar aan en herhaalden zij de vraag.”

Volgens de wet kan de minister aanwijzingen geven aan de voorzitter van de veiligheidsregio en die kan vervolgens de eigen GGD aansturen. In ‘oorlogstijd’ moet de minister de touwtjes in handen krijgen, vinden experts als Bosman en oud-GGD-koepelvoorman De Vries.

Halve tent besmet

Ook al is in die maand augustus het aantal besmettingen relatief laag, bij bron- en contactonderzoek loopt het nog steeds niet soepel. Tijdelijk medewerker Paul, die zijn achternaam liever niet gepubliceerd ziet: “Een goed voorbeeld is een corona-uitbraak in een feestcafé in Montfoort. De halve tent was besmet.” Toch horen veel feestgangers niks van de GGD en blijven niet binnen. “Pas nadat die uitbraak overging op de plaatselijke voetbalclub en het nieuws haalde, is een groot onderzoek gestart.”

‘Makkelijk’ te achterhalen uitbraken worden volgens verschillende medewerkers eerder opgepakt. Contactonderzoeker Brenda: “Nadat een boete voor een Utrechts restaurant de media haalde, is daar zelfs op geproost. Met één ‘voorbeeldcasus’ wilde de GGD iedereen bang maken. De burgemeester kwam zelfs kijken hoe goed contactonderzoekers dat in kaart brachten.”

Maar bij het vrijdagmiddaggebed in de moskee zou het devies zijn: we praten er niet over. De aanleiding daarvoor was puur praktisch, zeggen onderzoekers. “Er werd pragmatisch gedacht: dit lukt toch niet.” Contactonderzoekers vrezen dat mede daardoor relatief veel mensen met een migratieachtergrond corona kregen. Paul: “Als je iets laat doorwoekeren, stopt het niet. Ik ben bang dat het niet nabellen van die buitenlandse bruiloften tot meer zieken en doden heeft geleid.” Het doet medewerkers denken aan de toeslagenaffaire. “Ali’s en Fatima’s zijn anders behandeld dan Henk en Ingrid.”

Tijdens de tweede coronagolf kan een OMT-lid het gestuntel met het bron- en contactonderzoek bij oplopende besmettingsaantallen niet meer aanzien. “Besmettingsaantallen stegen enorm, maar wachttijden voor onderzoek liepen nog harder op. Er was simpelweg te weinig geschoold personeel.” Liefst 21 van de 25 GGD’s zijn niet in staat het onderzoek zelf uit te voeren.

‘Suboptimaal’

Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ), vindt de situatie zo ernstig dat hij op 1 oktober aangeeft dat alle GGD’s andere prioriteiten moeten stellen. Mensen die positief getest zijn, moeten voortaan zelf hun contacten bellen, zegt hij. GGD-baas De Gouw noemt die situatie ‘suboptimaal’.

Eind augustus is bepaald dat de enorme hoeveelheid uitzendkrachten die intussen is ingehuurd voor bron- en contactonderzoek alleen contacten van besmette patiënten mogen bellen. Insiders bevestigen echter dat uitzendkrachten tot op de dag van vandaag, niet gehinderd door enige vorm van kennis, coronapatiënten van adviezen voorzien.

Het menselijk leed dat daarachter schuilgaat, raakt uitzendkracht Brenda. “Een besmette man had het er moeilijk mee dat hij niet naast zijn besmette vrouw mocht slapen, die ook al kanker had. Maar dat was niet nodig!” Veldepidemioloog Bosman: “Uitzendkrachten draaien voor 12 euro per uur overuren om zonder hulp moeilijke gesprekken met covidpatiënten te voeren.” Ook is er kritiek op de kwaliteit van tijdelijke krachten.

Brenda is één van de weinige uitzendkrachten die jarenlang bij grote instanties heeft gewerkt. Omdat er te veel misgaat bij het vastleggen van informatie vraagt de manager haar in het najaar om het nakijken te structureren. Als ze daaraan begint, schrikt ze. Afgeronde bron- en contactonderzoeken die ze bekijkt voordat ze naar het RIVM gaan, staan boordevol fouten. Doordat ze alle fouten per mail opstuurt, onderbouwd met bijlagen, kan ze die nog tonen. “Sommige formulieren bleken leeg. Daar was helemáál niet achteraan gebeld.”

Op naar de volgende

Het stoort bron- en contactonderzoekers nog het meest dat zij aangespoord worden om te constateren dat patiënten het virus ‘thuis’ opliepen. Terug bij tijdelijke GGD-medewerker Paul: “Terwijl het net zo goed op iemands werk kon zijn. Bij ‘thuis’ kun je simpel vaststellen dat partner en kind niks hebben. En op naar het volgende dossier.” Brenda vult aan: “Als ik de premier op persconferenties hoor zeggen dat de meeste besmettingen thuis plaatsvinden, denk ik: ja ja... Die gegevens zijn helemaal niet betrouwbaar.”

In de herfst schiet het Nederlandse bedrijfsleven de GGD te hulp om testcapaciteit op te schroeven. Onder aanvoering van werkgeverskoepel VNO-NCW stampt een consortium van bedrijven als Shell, ASML, KLM en Randstad zeven XL-sneltestlocaties uit de grond. Betrokkenen schrikken van de stand van zaken. “Bij de start van het project was er bijna niets. Geen veld, geen leegstaande loods of hal.”

Achter de schermen wordt gehakt gemaakt van de GGD, terwijl defensie die de hulpactie coördineert, op het schild wordt gehesen. Shell’er Edith van Dijk: “De rol van defensie in dit project was cruciaal.” De XL-teststraat bij Arnhem-Nijmegen sluit echter alweer een paar weken na opening, omdat die omgebouwd zou moeten worden voor snellere testresultaten.

“Daar doe je natuurlijk al dat werk niet voor,” betreurt een betrokkene die stelt dat er ‘onvoldoende afstemming’ was tussen het ministerie, VNO-NCW en de GGD. “Ik merkte dat er weerstand was bij de GGD, omdat die het niet op hun eigen manier kon doen. Het is in het maatschappelijk belang dat zoveel mogelijk mensen getest worden, dat lijkt de lokale GGD te vergeten.”

Uitzendkracht

Het ‘op eilandjes werken’ door GGD’s wordt door velen verguisd. “Als een coronapatiënt in Utrecht woont, maar zich in Amsterdam laat testen, nemen geen van beide GGD’s contact op. ‘Dat is het zwarte gat, laat dat maar zitten,’ krijgt een medewerker te horen. Nadat een besmet persoon met Transavia naar Spanje vloog, ging geen signaal naar de GGD Kennemerland, die deze gegevens verzamelt. Brenda: “Het kabinet kan dan zeggen dat niemand tijdens een vliegreis besmet raakte, maar brandhaarden komen zo ook nooit aan het licht.”

Het ‘hoofdpijndossier’ ict is daar mede debet aan. GGD’ers balen dat het ministerie nooit fatsoenlijke infrastructuur financierde. Volgens een GGD-arts, die zich groen en geel ergert aan de software waarmee gewerkt wordt, is ‘CoronIT gemaakt door een stel amateurs’. De arts noemt dit een ‘matig marginaal programmaatje dat moet dienen als de ruggengraat waaruit informatie gehaald moet worden’.

Ook medewerkers die met HP Zone werken, het computerprogramma dat wordt gebruikt door alle 25 GGD’s en op basis waarvan het RIVM de dagelijkse besmettingscijfers meldt, herkennen dat. “Op drukke dagen vliegt het systeem er gewoon uit. Ook wel eens een uur of twee. Dan sta je uit je neus te eten.”

Een leverancier van uitzendkrachten: “Zoveel storing is bij geen enkele andere werkgever voorgekomen.” Waar de inspectie in 2005 al wees op het gebrek aan goede databases, concludeert de toezichthouder in maart 2021 wederom: ‘Goed functionerende ict-systemen zijn cruciaal. De inspectie ziet hier grote knelpunten.’

Slecht voorbereid op vaccineren

Nederland begint op 6 januari 2021 als allerlaatste EU-land met vaccineren. Ook voor deze extreem trage start wordt ict aangewezen als ‘bottleneck’. Roemenië, Hongarije en Bulgarije zijn ons voor. Waar de ziekenhuizen na twee dagen op 15.000 vaccinaties zitten, stokt de teller bij de GGD op veertig. Coutinho noemt het ‘vrij verbijsterend en beschamend’. “Wij beschermen mensen later tegen de ziekte en daardoor gaat de overbelasting van de zorg langer door. Dit kost levens.”

Volgens oud-GGD-voorman Laurent de Vries is ‘de vaccinatie logistiek van de GGD niet het echte probleem’. “Er zijn voldoende prikkers. Er zijn gewoonweg te weinig vaccins ingekocht.” Hugo de Jonge had volgens hem nooit mogen afwijken van ‘het zeer duidelijke advies van de Gezondheidsraad’, om eerst ouderen en kwetsbaren te vaccineren. “Hij bleek echter gevoelig voor actieve lobby’s van ziekenhuizen en ic’s. Daardoor ging alles schuiven.”

Volgens voorzitter van de landelijke GGD Ghor André Rouvoet komt dit doordat GGD’s pas op 1 december hoorden dat zij in januari moesten starten met prikken. Maar dat de GGD het heft in eigen handen had kunnen nemen, blijkt uit het in 2016 gepubliceerde rapport Publieke gezondheid borgen. Hierin staat dat GGD-directeuren ‘in acute situaties’ ‘professionele regie’ moeten voeren op ‘vaccinatieprogramma’s bij een grieppandemie’. Een jaar eerder waarschuwde de inspectie al: ‘GGD’s oefenen te weinig met uitbraken van infectieziekten en massavaccinaties’. “Van belang is het doen van grotere oefeningen, maar kleinere oefeningen zijn ook nuttig. Deze situatie acht de inspectie zorgelijk.”

Ruim vier maanden na de vaccinatiestart blijven, mede dankzij het zigzaggende kabinetsbeleid, knelpunten zich voordoen. Priklocaties blijven leeg, er is onenigheid over het gebruik van vaccins die ‘overblijven’. De GGD Noord-Limburg gaf die aan kwetsbare patiënten, maar de dienst werd deze week teruggefloten.

Simpelweg niet ontvankelijk

Het piept en het kraakt en het was allemaal voorspeld. Het stond in rapporten en werd geroepen door bezorgde ambtenaren. Maar volgens oud-GGD-directeur Van der Velpen was het hoogste niveau er simpelweg niet ontvankelijk voor, omdat het niet voelde als een urgent probleem. “Op het ministerie was maar een handjevol mensen als Hans de Goeij nog met infectieziektebestrijding bezig. Zij werden gezien als de gekkies van het ministerie.”

Binnen de GGD was er ook zo’n ‘gekkie’: Jos van de Sande. Hooggeplaatste GGD’ers omschrijven hem als ‘iemand die met de vuist op tafel durfde te slaan’ en problemen voorzag. Van de Sande, jarenlang hoofd infectieziekten voor de GGD Hart voor Brabant, schreef in 2015 in opdracht van de landelijke GGD-koepel een plan van aanpak voor het verbeteren van infectieziektebestrijding. Daarin legt hij de vinger niet op één, maar op álle zere plekken. Zo staat er hoe 21 van de 25 GGD’s op infectieziektebestrijding minder artsen en verpleegkundigen hebben dan minimaal vereist.

Gezamenlijk hadden de GGD’s minstens 88 artsen in dienst moeten hebben. Het waren er 55, inclusief parttimers. Wat er met zijn rapport gebeurde? Van de Sande lacht schamper. “In de la verdwenen! Al heb ik het de laatste tijd regelmatig uitgedeeld aan mensen.” De inspectie was volgens Van de Sande niet blij met zijn rapport. “Mensen herkenden zich er niet in, ze dachten dat het óók weer niet zo erg was.”

En dat terwijl het rapport voor publicatie nog werd aangepast op verzoek van de GGD-directeuren. Van de Sande: “Nadat mijn collega en ik het rapport schreven, zijn er nog allerlei sausjes overheen gegaan. De directeuren wilden niet weten dat ze niet voldeden aan formatie-eisen. Binnen de GGD worden dingen met de mantel der liefde bedekt.”

Wiens schuld?

En zo ontstond na dertig jaar bezuinigen en genegeerde waarschuwingen de situatie dat de gezondheidsdiensten in ons land niet klaar waren voor iets dat onherroepelijk zou gebeuren: een pandemie. En tóen het misging, kregen de mensen die er werkten, de schuld.

Wie er verantwoordelijk is voor dat falende beleid? Arts-microbioloog van het Groningse UMCG Alex Friedrich: “Het is de schuld van degenen die ervoor zorgden dat de GGD’s geen enkel vet meer op de botten hadden. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij iedereen die heeft meebeslist om deze publieke instelling niet sterk te maken voor het geval dat nodig zou zijn.”

Volgens Friedrich is het ‘alsof je de GGD’s vraagt om de marathon te lopen, terwijl ze altijd maar 1 kilometer mochten oefenen’. “Wijzen naar die arme loper is dan makkelijk, maar absurd.”

Met medewerking van Adrianne de Koning, Marjolein Groenendijk en Eric Reijnen-Rutten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden