Plus

Het nieuwe serieus: geen ruimte meer voor ironie?

Ironie is al jaren het dominante stijlmiddel van de jonge Randstedeling. Maar er lijkt een kentering gaande. Serieuze tijden verdragen geen afstandelijke luchtigheid, polarisatie en humor gaan moeilijk samen.

De Ugly Sweater Run in het Vondelpark, de Nacht van de Powerballad of de twee goudvissen als verjaardagscadeau: allemaal ironie.Beeld Ugly Sweater Run

De Ugly Sweater Run in het Vondelpark (hardlopen in lelijke truien), de Nacht van de Powerballad (meeblèren met Whitney Houston en Bon Jovi) of de twee goudvissen als verjaardagscadeau: allemaal ironie.

De stijlvorm is zo vergroeid met het leven van Randstedelijke millennials dat het nauwelijks nog opvalt hoe alomtegenwoordig ironie is.

"Je gaat het pas zien als je het doorhebt," declameerde de betreurde Amsterdamse filosoof J.C. Cruijff eens. En inderdaad, ook deze zin was ironisch, op meerdere niveaus zelfs.

Allereerst omdat Johan Cruijff geen filosoof maar een voetballer was, maar bovenal omdat het opvoeren van Cruijff in een gewichtige semiwetenschappelijke context zo'n ongrappig cliché is dat het in al zijn meligheid weer grappig wordt.

Zie hier het probleem met ironie: je ziet het pas als je het doorhebt en als je het uit moet leggen is het sowieso niet geslaagd.

'Lekker bezig'
Ironie is iets anders zeggen dan je meent. "Lekker bezig," als iemand in de kroeg een vol dienblad laat vallen. "Hard werken daar," als reactie op een Facebookfoto vanaf de Bahama's.

Het komt ook terug in mode: de truckerspet, het horloge met rekenmachine, een T-shirt met de tekst 'John Travolta' boven een afbeelding van Nicolas Cage. Zo fout dat het weer goed wordt, mits gedragen door de juiste persoon.

Maar ironie staat voor veel meer dan zelfbewuste lolligheid op sociale media, verwijzingen naar populaire cultuur en geleende nostalgie.

Ironie is een levenshouding die vorm boven inhoud stelt. Een vluchtheuvel voor wie echt engagement schuwt, een veilig harnas voor een generatie met een obsessie voor 'awkward'.

Want als alles een grapje is, hoef je nooit uit te spreken wat je echt vindt. Wie ironisch in het leven staat, bekent nooit kleur.

Hottentottententententoonstelling
Verdraagt deze tijd nog een houding van permanente lichtvoetigheid? Leent het presidentschap van Donald Trump, om maar eens wat te noemen, zich voor ironie?

Wel voor scherpe satire en voor bijtende spot, zo bewijst Saturday Night Live wekelijks op de Amerikaanse tv, maar de subtiele stijlfiguur ironie lijkt geen probaat antidotum tegen de minst subtiele president ooit.

Verontwaardiging, woede en oprechte zorgen over de toekomst gaan slecht samen met afstandelijke luchtigheid.

Of neem het hoogoplopende racismedebat, dat nauwelijks ruimte biedt voor enige relativering. Toen Valtifest, een dancefestival dat de knipoog als handelsmerk heeft, vorig jaar 'hottentottententententoonstelling' als thema koos vielen de zelfbenoemde SJW's (Social Justice Warriors) over de organisatie heen.

Want de hottentot was een 'beledigende en politiek zeer incorrecte benaming uit de VOC-tijd voor leden van de Khoikhoi uit Zuid-Afrika', vond activist Quinsy Gario.

Geschrokken van alle ophef schrapte Valtifest de olijke tongbreker als thema: "We beseffen nu dat het woord 'hottentot', zeker in combinatie met het woord 'tentoonstelling', beladen is en kwetsend kan zijn."

Beledigend
Wie denkt onbekommerd met een flinke dosis ironie het mijnenveld van de politieke correctheid binnen te kunnen wandelen komt bedrogen uit. Een leuk bedoelde outfit voor verkleedpartijtje kan worden gezien als 'culturele toe-eigening': een indianentooi is eigenlijk al not done.

Chanel werd deze week overladen met kritiek nadat het modemerk een boemerang van 1260 euro op de markt had gebracht. Een belediging voor de Australische cultuur, vonden activisten.

Toen de Volkskrant vorige week op overduidelijk ironische toon over het Songfestival schreef (de uiteindelijke winnaar Salvador Sobral uit Portugal werd omschreven als een 'dronken tor') riposteerde Ellen Deckwitz in een bloedserieuze column in NRC:

"Dat er in een krant die zichzelf als onbevooroordeeld en onafhankelijk presenteert, zo wordt geschreven over onder meer het accent, de leeftijd en het uiterlijk van mensen, is ontoelaatbaar."

De Volkskrant maakte het nog erger door met een tongue-in-cheekrectificatie terug te komen op het cijfer 4 die het opvallend niet-ironische liedje van Portugal aanvankelijk kreeg. 'Door een fout in ons systeem kwam per ongeluk het verkeerde stukje in de krant.' Opnieuw werd de grap door veel mensen niet begrepen. Onvermijdelijk gevolg: ophef.

Zwarte Pietendiscussie
"Ironie is impliciete communicatie. Het kan een heel krachtig stijlmiddel zijn, maar loopt vast als mensen het niet als ironisch herkennen. Het is een stijlvorm die mensen uitsluit," zegt Christian Burgers, universitair hoofddocent communicatiewetenschap aan de VU.

"Polarisatie en ironie gaan niet goed samen. Als er twee uitgesproken kampen zijn, zoals in de Zwarte Pietendiscussie, valt ironie zelden goed. Het debat over racisme of seksisme is zo beladen dat als jouw ironie verkeerd begrepen wordt, je als een racist of een seksist kunt worden gezien."

Hoe hoger de gemoederen oplopen, hoe minder behoefte er is aan ironie.

Ook in reclamewereld staat bol van 'het nieuwe serieus'. Begin dit jaar ging een zes jaar oude campagne van Predictor viraal op sociale media. Op de foto kijken een man en een hoogzwangere vrouw verrukt naar de zwangerschapstest. 'Voor als je het zeker wilt weten', staat eronder. De ironie druipt ervan af, maar op Twitter werd die door velen niet meer als zodanig herkend.

"Vroeger moest elke reclame grappig zijn, maar die trend is voorbij," zegt Dick van der Lecq, directeur van reclamebureau Etcetera. "Bedrijven willen laten zien waartoe ze op aarde zijn. Maatschappelijk ondernemen, kleinschaligheid en authenticiteit staan weer centraal, humor past daar slecht bij."

"De gevoeligheid en de spanning in de maatschappij nemen toe," zegt Ralph Wisbrun van J. Walter Thompson. "Merken houden daar rekening mee, die blijven weg van ironie."

Trivialiteit
Het is niet voor het eerst dat de dood van ironie wordt aangekondigd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw stak de new sincerity de kop op. De culturele stroming in muziek, literatuur en kunst was een antwoord op de ironische postmoderniteit die in die periode dominant was.

New sincerity stond voor echt engagement. In 1993 viel de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace in het pamflet E Unibus Pluram (velen uit één) de Amerikaanse televisiecultuur aan, die volgens hem bol stond van ironie en nepheid.

Na de aanslagen van 11 september 2001 werd door veel Amerikaanse opiniemakers 'het einde van het ironische tijdperk' voorspeld. Elf jaar later heropende The New York Times in het opiniestuk 'How to live without irony' de aanval op ironie, een ethos dat volgens schrijfster Christy Wampole kan leiden tot 'trivialiteit van de individuele en collectieve psyche'.

Een nieuw tijdperk
De hunkering naar oprechtheid klonk ook door in de recensie die The Washington Post twee jaar geleden schreef over de musical Hamilton, een genre dat doorgaans bol staat van ironie. 'Hamilton heeft zo veel impact (...) omdat het oprecht is. Ik ben verbluft door de vrijwel totale afwezigheid van ironie.'

De cast van Hamilton zou later de woede van Trump op de hals halen door vicepresident Mike Pence in het theater aan te spreken op de Amerikaanse waarden. Trump eiste via Twitter excuses van de 'overschatte' acteurs.

De ongefilterde emotionele uitspattingen en onbehouwen woede van Trump vertonen opvallende overeenkomsten met de newsinceritybeweging: beide kenmerken zich door een gebrek aan relativering en ironie.

Het lijkt vergezocht om een verband te zien tussen het presidentschap van Trump of de strijd tegen racisme en het wel of niet geven van twee goudvissen bij een verjaardag.

Maar de toenemende polarisatie en de verharding van het maatschappelijk debat hebben ook een culturele component die zijn weerslag heeft op het alledaagse leven.

Kleur bekennen, engagement tonen, echt boos worden: het staat allemaal haaks om de laconieke levenshouding waarin ironie zo goed gedijt. Een tijd waarin echt iets op het spel staat vraagt om echtheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden