Het kleed rimpelde, het vlees lilde, de buren joelden

Beeld Floris Lok

De laatste peepshow van Amsterdam ging verdwijnen. Ik las het in de krant, eigenaar Jan Otten zei het zelf, er viel geen droog brood meer mee te verdienen. 'In heel Europa is het een aflopende zaak,' zei hij desgevraagd. 'Wij verdienen hier nog wel geld mee, maar ik weet dat ze in Brussel nog maar drie klanten per dag hebben.' Zo erg zat hij er trouwens niet mee. 'Je moet soms afscheid nemen. Je neemt toch wel eens afscheid van een vrouw?'

Dat was waar, maar ik, altijd bereid een vuist te maken tegen verschraling van het culturele aanbod, wilde dan wel graag weten welke vrouw we gedag zeiden. Op naar het Sex Palace dus, een klein theater aan de Oudezijds Achterburgwal, of theater, eerder een automatiek, waar je in plaats van frikadellen flamoezen kon krijgen. Ik wisselde briefgeld in voor een stapel muntjes, een medewerker wees me naar een vrij hokje. 'Veel plezier,' zei hij nog.

In het hokje hing een zwak peertje, het scheen precies op het kastje waar twee euro in moest. Toen de eerste munt in de gleuf verdween, zoefde het luikje omhoog. Voor me lag een dame in een zwarte bodystocking en lakleren plateauhakken op een ronddraaiend bed. Ze zat op handen en knieën, kronkelde als een kat en keek geil maar was het niet, want toen ik mijn telefoon omhoog hield om een foto te maken - dom - bonkte ze als een soort Bokito op mijn raam om te laten merken dat we zo niet waren getrouwd. Toen ze daarna haar benen spreidde voor de overbuurman, een rood aangelopen knecht in een windjack, wierp ze een vuile blik achterom, nog één keer en ze sleurde me hoogstpersoonlijk het hokje uit, ze wist me te vinden en mijn familie ook.

Ik was blij dat mijn luikje dichtging.

In mijn hok was het ondertussen bloedheet geworden, bloedheet en bedompt, en het rook er naar klamme lappen, goedkope luchtverfrisser en iets wat je existentiële eenzaamheid zou kunnen noemen, een gemoedstoestand die wel vaker voorkomt in de theaterwereld. Toch gooide ik opnieuw twee euro in het kastje. Het luik schoof weer open, op het bed lag nu een vrouw met een platinablonde bob en een tribal tattoo op haar onderrug. Ze werd begeleid door een gemillimeterde Rambo die met opgefokte ogen naar het hokje naast mij keek, want daar hadden ze de regels kennelijk ook al niet begrepen.

Terwijl de vrouw de man met mechanische halen pijpte - het seksuele equivalent van tegels in een tuin - en ondertussen geïrriteerd naar cabine 4 keek, stak de man zijn middelvinger op.

Daarna gingen ze neuken.
Het kleed rimpelde.
Het vlees lilde.

De buren joelden, en na een serie godslasteringen greep Rambo z'n T-shirt en hing die demonstratief voor het raam van cabine nummer 4. Aapje gezien, deurtjes dicht, optiefen nu, domme toeristen. Ondertussen dacht de Blonde Bob aan de boodschappen.

De stad verandert, de dingen verdwijnen, en soms is dat maar beter ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden