Column

Het kan geen kwaad dat de dood een normaler deel van het leven wordt

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij verkent, ongewis hoe lang, de route naar zijn aangekondigde dood.

Albert de Lange.Beeld Jan van Breda

Verder met m'n eigen korte termijn. Veel heb ik er niet aan gedacht, de afgelopen weken, waarin we afscheid moesten nemen van mijn vader. Je zou denken dat zo'n proces er veel zwaarder inhakt als tegelijk je eigen levenseinde nadert - veel mensen denken dat - maar zo heb ik het niet beleefd.

Hoe intens verdrietig allemaal, ik zag toch ook veel schoonheid, liefde en ontroering, en ik ben heel blij dat ik het nog mocht meemaken. Niet alleen klopt zo de 'volgorde' weer - hij hoeft de dood van zijn zoon niet te beleven - maar het heeft me ook een diepe levenservaring gebracht.

De dood is er zeker niet afschrikwekkend door geworden; ik heb gezien hoe je het samen goed kunt doen, al heb je daar als overledene betrekkelijk weinig boodschap meer aan. Dat hij nog twaalf dagen heeft gestreden (niet geleden, denken we) was niet te voorkomen.

Niet heel lang voor zijn dood heb ik erop aangedrongen dat hij met zijn huisarts in gesprek zou gaan over een wilsverklaring. Die is er niet gekomen, maar had ook geen betekenis gehad in deze situatie, omdat niet vastgesteld kon worden wat zijn bewustzijn was.
Met een lelijk woord: hij was 'wilsonbekwaam' en dan kan van actieve levensbeëindiging geen sprake zijn, als hij dat al gewild had.

De geruststelling die ikzelf ontleen aan een administratief dichtgetimmerde euthanasie, is dus ten dele loos. Mocht ik in omstandigheden komen dat ik onvoldoende bewustzijn heb om tegen dokter Bart te zeggen: 'Oké, ik wil het nog steeds, laten we het morgen doen', dan is aan de voorwaarden niet meer voldaan. En zal hij zich noodgedwongen moeten beperken tot pijnbestrijding en onthouding van voedsel en vocht.

Ik schrijf het nogal klinisch op omdat ikzelf de behoefte heb het scherp onder ogen te zien en er duidelijk over te zijn - niet vanuit een drang tot confronteren. Het kan helemaal geen kwaad dat de dood en wat erbij komt kijken een wat normaler onderdeel van het leven wordt; ontkenning geeft dikwijls ellende als het zo ver is.

Afgelopen maandag zat ik ook al een beetje de kenner uit te hangen op die bank bij Eva Jinek, waar ik de toegenomen belangstelling voor de dood (boeken, tv-programma's, columns) als doorbreking van een laatste taboe aanmerkte.

Nu wordt op tv, niet alleen bij Jinek, gelukkig veel onzin niet als zodanig herkend. Ik had moeten zeggen: de bereidheid, of wellicht zelfs de noodzaak, om de onaangename feiten rond het levenseinde onder ogen te zien is sterk toegenomen omdat we zoveel ouder worden, de meesten althans, dus langer sterven, en omdat de kanker om ons heen grijpt. Iedereen kent wel iemand.

Naast me zat tv-journalist Mark Bos, die gewoon ontkent dat hij terminaal is - dat kan natuurlijk ook nog. Hij fietste met zijn prostaatkanker door de Himalaya - zoiets was het, geloof ik - en heeft nieuwe egodocumentaires in voorbereiding om te laten zien wat een ijzeren wil, ijskoud water en valse hoop vermogen.

Vergeleken met hem ben ik een volslagen slapjanus, die etend, drinkend en pratend, vrolijk doch inert, zijn einde zit af te wachten. Bos vond zijn doodsbericht 'zo zinloos dat ik er iets mee moest', een opmerking waar ik lang over na kan denken.

Maar goed, er zijn vele omwegen die naar het graf leiden.


a.delange@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden